Dorien (links) start aan haar tweede academiejaar als kotstudent in een Leuvens WZC. Simonne (rechts) woont al negen jaar in WZC Sint-Henricus en noemt haarzelf 'de kotmadam'.

Door de vergrijzing raken woonzorgcentra langzamerhand meer en meer overbevolkt. Volgens prognoses van Vlozo en HOGENT zouden er tegen 2033 48.000 plaatsen tekort zijn. Toch kregen enkele studenten de kans om op kot te gaan in een woonzorgcentrum, maar hoe is dit mogelijk? En hoe is dat dan, op kot in een woonzorgcentrum? Wij spraken met Dorien, die al voor haar tweede academiejaar op kot zit in een woonzorgcentrum in Leuven. Ook de 96-jarige Simone (‘de Kotmadam’) stond ons graag te woord. Zij verhuisde in 2016 naar het woonzorgcentrum WZC Sint-Henricus te Rumbeke, waar ze ook sinds dit jaar zeven studenten verwelkomen.

Zomaar in een woonzorgcentrum op kot gaan kan natuurlijk niet, in Dorien haar geval ging daar een selectieproces aan vooraf. “Ik denk dat er bij de eerste selectie ongeveer 40 mensen waren, voor vier kamers.” Na die initiële selectie moest dan een motivatiebrief verstuurd worden, met daarin de redenen waarom jij als kandidaat geselecteerd moest worden om daar te verblijven. Op basis van die brief bleven tien mensen over, die dan uitgenodigd werden voor een speeddate in het rusthuis.

Een essentieel deel aan op kot gaan in een woonzorgcentrum is de band met de medebewoners. “Het is wel positief dat de bewoners ook inspraak hebben, zo kunnen ze kiezen welke profielen ze willen.”

Wonen in een WZC

Hoe gaat dat nu precies in zijn werk, wonen in een woonzorgcentrum? In WZC Sint-Henricus te Rumbeke werd een oude vleugel omgevormd, terwijl ze in Leuven praktisch op dezelfde gang als de bewoners zitten. “De studenten zitten wel aan een kant, maar naast ons zitten ook wel nog bewoners.”

Vrienden mogen wel op kot uitgenodigd worden in Leuven, alhoewel er enkele regels zijn. Zo moet het bezoek opgehaald worden aan het onthaal, en mag deze niet alleen door de gang wandelen. In praktijk zijn de regels eigenlijk niet zo streng, alhoewel er ook niet al te losbandig mee moet worden omgesprongen.

Voor Simonne is het een dubbel gevoel. “Aan de ene kant vind ik het tof dat de studenten hier komen wonen en dat ik ze kan zien vanuit mijn kamer, maar aan de andere kant heb ik toch verdriet. Mijn man is overleden in die vleugel, maar ik zal het de student van de kamer in kwestie nooit vertellen.”

Interactie met bewoners

Veel interactie met de bewoners hebben ze niet, tenzij ze hier zelf voor kiezen. Eten kunnen ze zelf koken, maar ze mogen ook genieten van een lunch samen met de bewoners. In Rumbeke kunnen de studenten in de bistro een maaltijd aankopen indien ze deze zelf niet willen bereiden, en in Leuven kan men mee aan tafel schuiven met de bewoners voor een tasje soep.

Specifieke regels voor de omgang worden niet meegegeven, maar engagement voor interactie met de bewoners is wel essentieel. Dat is ook een van de redenen waarom de speeddate tussen de bewoners en de studenten georganiseerd werd, om te zien hoe het contact tussen de bewoners en de studenten verliep. “Er wordt niet verwacht dat wij bepaalde taken opnemen, zorg of animatie, maar ze vragen wel dat wij in interactie gaan met de bewoners.”

“Bij mij is dat meer organisch”, zegt Dorien. “Zo zijn we al eens met een paar bewoners naar de markt geweest, en ben ik al eens met een bewoner een koffietje gaan drinken.” De activiteiten die voor de bewoners georganiseerd worden, mag ook aan meegedaan worden, maar zijn niet verplicht. Af en toe doen de studenten in hun vrije tijd wel eens mee aan een dansmiddag of breiclub. Vorig jaar werd in Leuven een koffienamiddag georganiseerd om de nieuwe bewoners te verwelkomen. De bewoners en studenten konden ook samen pannenkoeken en wafels bakken.

Verschillend dagritme

Van het verschillende dagritme merken zowel de bewoners als de studenten niet veel. Belangrijk is wederzijds respect en rekening houden met elkaar. “Wij moeten om elf uur ’s avonds niet meer gaan roepen naar elkaar, maar zij staan wel iets vroeger op ’s ochtends. Van de bewoners zelf heb je op zich niet veel last”, zegt Dorien.

 “’s Avonds eten de bewoners al soep en boterhammen om halfzes, maar voor de meeste studenten is dat vroeg door eventuele lessen, dus eten wij meestal iets later. Maar soms ik ga een tasje soep drinken, om dan om zeven uur mijn hoofdgerecht te eten.”

Plaats tekort

Minister van Welzijn Caroline Gennez gaf aan Vlozo toelichting over de lopende en geplande maatregelen. Zo zijn er 2.763 bijkomende woongelegenheden in woonzorgcentra gepland, alsook 211 kortverblijven. Dit samen is goed voor een equivalent van dertig extra woonzorgcentra tegen 2029. Maar waarom hebben die kotstudenten dan wel plaats?

In het geval van Leuven heeft Dorien wel een idee, alhoewel ze niet met 100 procent zekerheid kan vertellen of het klopt. “Bij ons hebben ze een extra gebouw gebouwd, waardoor er meer ruimte is. Maar door onder andere subsidies en personeelsaantallen, mogen zij maar een bepaald aantal bewoners hebben. Hierdoor hebben ze enkele kamers op overschot die zij van de staat niet mogen vullen met bewoners. Daarom hebben ze toen de beslissing genomen kotstudenten te herbergen.”

Motivatie

Als student op kot gaan in een woonzorgcentrum is niet het meest voor de hand liggende, maar Dorien koos hier bewust voor. “Ik wou vroeger nooit echt op een kot met een gemeenschappelijke keuken en douche, want je weet nooit bij wie je terechtkomt. Wie weet botst het met andere studenten, zijn dat mensen met totaal andere normen en waarden. Toen dacht ik, hier ga je sowieso een gemeenschappelijke basis hebben met de studenten, want hier op kot komen is niet voor iedereen weggelegd”, reageert Dorien. Zelf heeft ze geen grootouders meer, dus leek dit ook een goede kans om de connectie met die generatie weer op te bouwen.

Hechte band

“Ik probeer sowieso dagelijks de bewoners te zien, op sommige dagen gaat dat makkelijker dan andere. Enerzijds met mijn planning, anderzijds heb je daar soms geen behoefte aan, of mentale ruimte voor”, vertelt Dorien. Vaak is het maar een korte babbel, net voor ze naar de les gaat eens goedemorgen zeggen, of aan de eettafel vertellen over haar dag. “Het is net alsof je thuis aan de ontbijttafel met je ouders of grootouders praat, dat is wel aangenaam.” Ook Simonne heeft al een band gebouwd met een student uit Nederland. Het deed haar terugdenken aan de tijd dat ze samen met haar zoon enkele keren Nederland bezocht.

“Een bewoonster waar ik heel goed mee overeenkom, weet ook dat ik geen grootouders meer heb. Die zei dan: ‘Ik zal jouw oma wel zijn!’ Op mijn verjaardag had ze ook echt een pakketje gemaakt met een kaartje: ‘Van je oma Valentina’”, glimlacht Dorien. Voor haar is het heel aangenaam om, ondanks het feit dat ze geen grootouders heeft, toch een gelijkaardige band te hebben met een bewoner. Een soortgelijk verhaal vonden we in Rumbeke, bij Simonne. Kleinkinderen heeft ze niet, dus het contact met de jeugd doet haar deugd. “Ik ben ook maar alleen. Ik moet babbelen, alleen zijn ligt me niet.” Simonne haalt al haar hele leven plezier uit anderen helpen. Met de komst van de studenten heeft ze een nieuw project om naar uit te kijken. Ze noemt zichzelf dan ook met veel trots ‘de Kotmadam’.

Confrontatie met verlies

Tijdens de eerste maand van Doriens verblijf in het woonzorgcentrum werd ze voor het eerst geconfronteerd met het overlijden van een bewoonster. “Ik had nog niet echt een sterke band met die persoon, het hakte er dus minder hard in voor mij. Een van de drie andere studenten had een betere band met haar,” vertelt ze. “De familie had ons ook uitgenodigd voor de begrafenis. We zijn er dan met de studenten naartoe geweest.”

Daarnaast heeft ze nog geen andere verliezen geleden, maar het houdt haar wel bezig. “Vorig jaar dacht ik vaak, toen ik tijdens het weekend naar huis ging: ‘Zal die er nog zijn als ik zondagavond terugkom?’ Ook in de zomervakantie is dat wel een langere periode om te overbruggen. Ik vraag me dan vaak af hoe het met hen gaat”, vertelt Dorien.

Met rouwgevoelens kan ze altijd wel ergens terecht. “Je praat er sowieso met verschillende partijen over, zowel met de studenten als met andere bewoners of personeel.”

Generatiekloof

Tussen de studenten en bewoners is er natuurlijk een groot leeftijdsverschil, maar daar merkt Dorien niet zoveel van. “Het verschil in wereldblik valt heel goed mee, met een paar uitzonderingen. Ik vind dat de bewoners heel goed beseffen dat de tijden zijn veranderd. In heel veel zaken zijn ze redelijk open-minded”, deelt Dorien mee.

Tussen beide generaties worden veel levenslessen uitgewisseld. Het belangrijkste dat Dorien al heeft meegekregen is dat ze haar geliefden vaak moet zeggen dat ze hen graag ziet, want ieder moment kan de laatste zijn. Omgekeerd is Dorien een meerwaarde in het leven van de bewoners. “Wij als studenten staan in de buitenwereld, we nemen de wereld mee in het rusthuis. Dat vinden de bewoners heel tof.”

Ook Simonne heeft veel advies voor haar studenten: “Het moment dat ik ze allemaal samen krijg, zal ik het hen direct zeggen: ‘Kijk jongens, er is maar één ding dat ik wil. Als je me nodig hebt, kom ik. Maar hou het een beetje proper.’” Daarnaast vindt ze het heel belangrijk dat ze goed met elkaar overeenkomen.

Reacties

Dorien deelt haar verhaal op haar Tiktok (@dorien.halford). “De reacties op Tiktok zijn positief. Er zijn mensen die extra duiding vragen, wat ik volledig snap. Voor mij is dit vanzelfsprekend, omdat het gewoon mijn leven is. Maar als je daar nog nooit van gehoord hebt, is het begrijpelijk dat je je daar vragen bij stelt”, zegt Dorien. Buiten haar online platform reageren vrienden, familie en kennissen grotendeels positief. Ook de bezoekers van de bewoners ontvangen hen met open armen.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *