Abram Stockman wil na zijn operatie terugkeren op het hoogste niveau. Foto: Unibet Tietema Rockets

Eén van de meest gevreesde blessures in het wielerpeloton: endofibrose, een vernauwing of een knik in de liesslagader. Crosser Eli Iserbyt en Abram Stockman, renner van Unibet Rose Rockets, kregen onlangs de diagnose. Eli Iserbyt zet de fiets opnieuw noodgedwongen aan de kant, ook Stockman staat voor een lange revalidatie.

Een vernauwde of geknikte liesslagader is een vrij gekend fenomeen. Het komt hoofdzakelijk voor bij wielrenners die vele kilometers afmalen. Door het veelvuldig opheffen van het been – in de typische voorovergebogen houding op een koersfiets – komt er een afknapping van de slagader of het typische “knikje”. 

Houding op de fiets

De houding op de fiets is vaak mee de oorzaak van de blessure, ook vasculair en thoracaal chirurg Roel Beelen bevestigt dit: “Door een extreem diepe aerodynamische zithouding op de fiets wil een renner de heup-romp hoek zo klein mogelijk maken, op die manier worden de bloedvaten ook dicht geplooid en krijg je een knik in het bloedvat.”

“De moderne zithouding in combinatie met de moderne fietsen speelt zeker mee in het ontstaan van de blessure. De oorzaak en de aanleg van de liesslagaderblessure is aangeboren”, benadrukt Beelen

Lange zoektocht

De zoektocht naar de exacte oorzaak van de klachten bij een liesslagaderblessure is vaak een lange weg voor wielrenners. “De weg naar de diagnose heeft altijd een aanleiding. Meestal gaat het over klachten in de benen en over een langere periode een minder gevoel op de fiets”, haalt Beelen aan. 

Bij Stockman duurde het een jaar vooraleer de juiste diagnose werd gesteld. “Na een CT-scan waar niks gevonden werd, bleven de klachten dezelfde. Na het dubbelchecken van de beelden door specialisten kwamen we erop uit dat er toch een structureel probleem was in de ader,” aldus Stockman. 

Ook voor crosser Eli Iserbyt was het een zoektocht om tot een juiste diagnose te komen. “Ik kreeg voor het eerst een apart gevoel in mijn linkerbeen tijdens de cross in Namen op 15 december 2024. Sindsdien kreeg ik dat gevoel meer en meer, zowel op training als in de wedstrijden. In eerste instantie denk je niet aan een groot structureel probleem in de ader. Daarom hebben we eerst enkele maanden gekeken naar de rug en spieren. Toen het erger werd, hebben we beslist om een scan te doen en werd het probleem gevonden”, haalt Iserbyt aan.

Operatie of niet? 

Het is een operatie die vaak wordt onderschat, zowel door het publiek als de wielrenners zelf.

Eli Iserbyt, Renner Pauwels Sauzen – Altez Industriebouw

Voor Stockman was de keuze om te opereren vanzelfsprekend. “Ik kon ook kiezen voor een behandeling zonder operatie. Met mijn ambitie om nog enkele jaren op het hoogste niveau mee te draaien in de sport, was een operatie de enige logische keuze.” 

Ook voor Iserbyt, die op het moment van de eerste operatie 27 was, was de keuze om te opereren snel gemaakt. “Het is een operatie die vaak wordt onderschat, zowel door het publiek als de wielrenners zelf. Ondanks de risico’s was het snel duidelijk, of stoppen met crossen of opereren.”

Al snel kreeg Iserbyt een nieuwe domper te verwerken, vier maanden later kreeg hij opnieuw pijn en klachten aan zijn linkerbeen. In juni ging de West-Vlaamse crosser opnieuw meermaals onder het mes. “Het was onmogelijk om nog te fietsen.” 

Na meerdere operaties staat de West-Vlaamse crosser nog steeds aan de kant. Na het opdrijven van de trainingsintensiteit kreeg Iserbyt opnieuw last en kondigde hij begin november op zijn Instagram aan om de fiets opnieuw voor minstens vier weken aan de kant te zetten.

“Bij een grote magere wielrenner is de succesratio van een operatie hoger dan bij een kleine stevige wielrenner. Een klimmer heeft meer kans op slagen dan bij sprinter. Dat heeft te maken met de kracht die de renner op zijn bloedvat zet. Bij een sprinter is de fibrose meestal meer uitgesproken,” vertelt Beelen.

“Een grote wielrenner heeft grotere bloedvaten dan een kleinere wielrenner, waardoor die ook minder gevoelig zijn aan littekenweefsel bij de operatie zelf. Het succespercentage van een operatie ligt tussen de 60 en de 90 procent.”

Hersteltraject

Het herstel na een operatie aan de liesslagader is een traject van maanden. Zowel voor Iserbyt als Stockman is het stap voor stap opbouwen om terug te kunnen fietsen. Dat een operatie complicaties met zich kan meebrengen, bevestigen ze allebei. “Na de operatie houden ze je even op intensieve, want de ader is een gevoelige plaats”, zegt Iserbyt. 

Bij Stockman verliepen de eerste weken anders dan verwacht. Hij belandde tien dagen na zijn operatie opnieuw in het ziekenhuis met een ontsteking aan zijn wonden. 

“Twee dagen na mijn thuiskomst ben ik koorts beginnen aanmaken. In eerste instantie dachten we aan griep of ziek zijn. Enkele dagen later kreeg ik opnieuw pijnklachten in mijn been. Het beterde niet, dus was een nieuwe opname in het ziekenhuis nodig.”

“Na de operatie zijn de eerste vier tot zes weken bedoeld om niks te doen. Na vier weken zien we de renner terug voor een opvolging en stellen we een individueel schema op. Dat schema wordt uiteraard besproken met de renner en de medische staf van de ploeg”, duidt Beelen.

Mentaal 

Voor Stockman was het vooral een opluchting om te weten wat het exacte probleem was om verder te kunnen kijken naar de juiste oplossing. “Ik wist vooraf waar ik me kon aan verwachten, al had ik niet gerekend op een ontsteking aan het been. Uiteindelijk heb ik zelf de keuze gemaakt,” zegt hij. “Nu ik zes weken heb gerust merk ik dat de conditie opnieuw minder is en dat heropbouwen tijd zal vragen.”

Verschillende operaties, de bijwerkingen die daarbij komen kijken en daarna opnieuw van nul moeten revalideren. “Zoiets kan je maar één keer,” haalt Iserbyt aan. “Vooral de vaststelling dat de pijnklachten opnieuw opspeelden, was een serieuze domper. In totaal is er bij mij vijftien uur geopereerd geweest. Op den duur stopt het ook ergens.”

Bikefit

Volgens Beelen kan een goeie bikefit de blessure uitstellen en mogelijks ook draaglijk maken. “Het is niet zo dat een bikefit de fysieke hinder kan voorkomen omdat de blessure deels aangeboren is.”

“Het is belangrijk om op jonge leeftijd aan de lange termijn te denken.”

Célestin Leyman, Bikefitter en kinésist Vitori

“Bij Abram hebben we vorig jaar al gekeken naar zijn positie op de fiets omdat hij toen al sukkelde met de problematiek. We hebben toen zijn kranklengte verkort om de heuphoek zo groot mogelijk te maken. Het zadel hebben we wat naar voor geplaatst en het stuur hoger gezet, allemaal in functie van de heuphoek. Na de operatie hebben we nog eens alles herbekeken om zeker te zijn dat alles goed staat afgesteld richting aankomend seizoen”, zegt bikefitter en Célestin Leyman.

“Het is niet de bedoeling dat een renner na een bikefit als een toerist op zijn fiets zit. Het moet comfortabeler voelen met het competitieve in het achterhoofd.”

Volgens Leyman kan een bikefit op vroege leeftijd helpen om de liesslagaderblessure te onderdrukken of zelfs te voorkomen. Als we op jonge leeftijd een bikefit kunnen doen, dan kunnen we de agressieve diepe positie op jonge leeftijd voorkomen. Op die manier kunnen we het lichaam beschermen en de spierontwikkeling optimaal laten verlopen. Het is belangrijk om op jonge leeftijd aan de lange termijn te denken”, haalt Leyman aan.

Toekomst

“Ik hou er ergens rekening mee dat de operaties geen gegarandeerde succesformule zullen zijn.

Eli Iserbyt, Renner Pauwels Sauzen – Altez Industriebouw

Voor Iserbyt oogt de toekomst erg onzeker. “Ik hou er ergens rekening mee dat de operaties geen gegarandeerde succesformule zullen zijn. Ik besef dat het kan goed komen, maar ook dat het nog veel slechter kan eindigen.” Een terugkeer in het veld was eerst voorzien rond midden november, maar ook deze werd opnieuw uitgesteld. De vraag is of Iserbyt ooit nog opnieuw het veld induikt?

Nu de fiets opnieuw aan de kant staat ondergaat Iserbyt in december nog enkele onderzoeken om daarna opnieuw te evalueren.

Ook Stockman houdt in zijn achterhoofd rekening met een scenario om niet meer zijn oude niveau te halen. “Het was een no-brainer om de operatie te doen als ik vooruit wil blijven gaan in de sport.”

“Als je blijft hangen op niveau krijg je geen nieuw contract en kom je niet aan bod in de koers. Ik weet wat mij gelimiteerd heeft de afgelopen jaren en wil het risico nemen om veel beter te worden of in het sukkelstraatje te belanden.

Een exacte datum voor een terugkeer heeft Stockman bewust niet voor ogen, zegt hij zelf. “Ik luister vooral naar de begeleidende mensen rondom mij en volg wat er wordt aangeraden vanuit de medische staf. De operatie was wel bewust gepland voor de Tour of Holland zodat ik in november mee kon op teambuilding en kan aansluiten op stage midden december, zo hoef ik mezelf dan niet meer opnieuw te introduceren binnen de ploeg.”

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *