Voor de fans lijkt het soms eeuwig te duren: een twijfelachtige pass, een beslissing die uitblijft en duizenden ogen die naar de scheidsrechter staren. Maar achter de schermen werkt sinds dit seizoen een nieuwe semiautomatische buitenspeltechnologie die elke beweging op het veld tot op de centimeter volgt. Met 26 camera’s en razendsnelle digitale reconstructies probeert de VAR sneller en nauwkeuriger dan ooit duidelijkheid te scheppen. Hoe werkt dat systeem precies en wat zijn de effecten?
In het VAR-lokaal begint een buitenspelfase bijna altijd met dezelfde woorden: ‘possible offside’. Ook in Standard–Zulte Waregem. Wanneer Mario Vanlommel die woorden voor de zoveelste keer herhaalt, kijken zowel de VAR als zijn assistent meteen op, net als het nieuwe semiautomatische systeem. Enkele seconden later verschijnt de beslissing op het scherm: ‘2,37 m buitenspel’. “Dat was zeker geen close offside”, lacht Ken Vermeiren, VAR van dienst. “Resetten en door naar de volgende fase, jongens.”
Nieuw sinds dit seizoen
Maar hoe werkt dat systeem dan juist? De semiautomatische buitenspellijn is een technologie, ontwikkeld door Genius, die op basis van 26 camera’s rond het voetbalveld permanent scant waar de spelers zich bevinden. “Met behulp van nauwkeurige scans brengt de technologie elke speler, scheidsrechter en de bal exact in kaart, zodat hun positie op elk moment bekend is. Op basis daarvan wordt bepaald welke spelers bij de fase betrokken zijn, welk lichaamsdeel het verst vooruit staat en of een aanvaller op het moment van de pass voor of achter de verdediger staat. Dat leidt uiteindelijk tot de buitenspelbeslissing”, legt VAR-trainer en operator Mario Vanlommel uit.
Van nul naar 10.000 datapunten
De vroegere buitenspeltechnologie vertrok van gewone camerabeelden: twee frames werden gecombineerd en via driehoeksmeetkunde werd berekend waar de lijn op het veld moest liggen. Die gewone camerabeelden bevatten geen datapunten. “De oudere technologie om buitenspel te beoordelen kon er voor kijkers thuis soms onnauwkeurig uitzien, omdat de beslissingen gebaseerd werden op slechts drie camerastandpunten”, verklaart Vanlommel. Die camera’s hadden hun beperkingen: bij lage standpunten leek een lijn snel schuin getrokken door het perspectief, terwijl dat bij hoge camera’s minder opviel.
De nieuwe camera’s werken veel preciezer. “Ze detecteren elk relevant punt op het lichaam; armen worden dus automatisch uitgesloten. Met die datapunten bouwen ze een 3D-mesh of digital twin”, gaat Vanlommel verder.
Op basis van al die punten kan het systeem razendsnel bepalen welk lichaamsdeel het dichtst bij de achterlijn staat en zo op de centimeter nauwkeurig beoordelen of iemand buitenspel staat. “De digitale reconstructie loopt doorgaans drie tot vijf seconden achter op het livebeeld. Dat wil dus zeggen dat wij in het VAR-lokaal binnen vijf seconden een digitale versie hebben waarop we een eerste oordeel kunnen vellen.”
Semiautomatisch?
Bij een fase in de tweede helft schiet het systeem opnieuw in actie. Dit keer voor een iets minder duidelijke situatie: 34 centimeter buitenspel. “Dat heeft een extra check nodig”, zegt Vermeiren tegen zijn collega’s. “Even wachten, Lawrence”, laat hij de scheidsrechter in Luik weten die zo het spel even ophoudt. Na een snelle check wordt er toch groen licht gegeven. “Oké Lawrence, niets aan de hand. We waren even een extra controle aan het doen.” En de wedstrijd gaat verder.
Het grootste verschil met het vorige systeem is dat de positie van de spelers automatisch wordt bepaald door de technologie. “Vroeger moesten we zelf aanduiden waar de schouder, knie en voet zich bevonden. Nu gebeurt dat allemaal automatisch waardoor we enkel nog moeten valideren of het digitale popje, de digital twin, juist is”, verklaart Vanlommel nog.
Die validatie gebeurt in vier stappen:
Stap 1 — Spelers selecteren
Kies en valideer welke spelers deelnemen en welke rollen zij hebben.
Stap 2 — Kickpoint bepalen
Bepaal het moment waarop de pass vertrekt.
Stap 3 — Digital twin controleren
Controleer of de digital twin overeenkomt met de realiteit.
Stap 4 — Visualisatie bevestigen
Bevestig de uiteindelijke visualisatie die aan het publiek getoond wordt.
In een duidelijke situatie, waar er één aanvaller en één verdediger is, duurt dat proces maar tien tot twintig seconden. Het is juist wanneer het complex wordt dat het toch lang kan duren. Dat voelt ook scheidsrechter Lothar D’Hondt. “Op het veld merk je vaak niet dat het sneller gaat. Je staat maar te wachten en dan voel je de spanning en frustratie toenemen in zo’n stadion. Waar kijken ze naar? Waarom duurt het zo lang?”
Eenmaal in het VAR-lokaal heerst dat gevoel veel minder. “We hebben het geluk om de twee rollen te kennen en als je zelf videoscheidsrechter bent, besef je ook echt wel dat het sneller gaat”, getuigt D’Hondt. “Je bent in het VAR-lokaal permanent bezig, je verliest geen tijd”, bevestigt Mario Vanlommel nog. “Achteraf heb je soms het gevoel dat het sneller kon of dat je beter eerst een andere handeling had gedaan, maar dat zijn nog de leermomenten voor ons.”
Het systeem is nog maar enkele maanden in werking, maar de effecten ervan zijn al te voelen en te zien. “Vroeger deden we soms een minuut of meer over een situatie waar we nu 20 tot 30 seconden mee bezig zijn”, stelt D’Hondt.
Transparantie
“We checken even voor handspel”, klinkt in het VAR-lokaal wanneer Lawrence Visser diezelfde boodschap doorgeeft aan de kapiteins van beide ploegen. Ondertussen gaat het VAR-team aan de slag met herhalingen en beelden vanuit verschillende hoeken. “Geen handspel gezien”, beslist Vermeiren snel. Al snel rolt de bal weer.
Ondanks dat de beslissing vaak snel gemaakt wordt, duurt het thuis soms lang voor een effectieve buitenspellijn wordt getoond. “Vanaf wij een beslissing hebben genomen, sturen wij onze lijn door naar de regie. Zij kiezen dan zelf wanneer ze die lijn tonen”, verklaart D’Hondt. “Als zij liever eerst een herhaling tonen van een doelpoging en pas drie fases later de lijn tonen, is dat hun beslissing.”
In de Engelse Premier League geven ze vandaag al aan in de stadions waarover de VAR-check precies gaat en na de beslissing wordt door de scheidsrechter omgeroepen wat er beslist is en waarom. Maar dat is een systeem dat in België nog ver weg is. “Ik denk dat bij ons taal een probleem is, want wat als je Gent-Charleroi fluit? Ga je dan in het Nederlands, Frans of toch Engels communiceren?” vertelt Lothar D’Hondt.
“Wat de Pro League wel kan doen, is een boodschap op de ledschermen laten zien. Op die manier weten supporters tenminste al over welke situatie het gaat”, zegt de scheidsrechter.
Zes maanden opleiding
Een nieuw systeem betekent vaak ook nieuwe functies, knoppen en communicatie. Voor scheidsrechters verandert er niet zoveel, maar voor operatoren zoals Mario Vanlommel wel. “We zijn met een beperkt team van operatoren naar het Verenigd Koninkrijk gegaan om in het VAR-centrum van de Premier League de technologie te leren kennen. Het belangrijkste in heel dat proces is dat het een automatisme wordt.”
Het hele beslissingsproces moet zo goed worden ingeoefend dat het volledig automatisch verloopt, ook wanneer de druk heel hoog is. Terwijl tienduizenden fans in het stadion en nog veel meer mensen thuis wachten op een beslissing, mogen de VAR-officials niet twijfelen over welke handeling ze eerst moeten uitvoeren. “We hebben als operators meer dan tweeduizend buitenspelsituaties geoefend om muscle memory te kweken. Als de 1-0 gemaakt wordt in de 90ste minuut, mogen we niet twijfelen of het nu knop A of knop B was”, legt Vanlommel uit. Er werden zelfs vriendschappelijke matchen georganiseerd om de technologie in de Belgische stadia te testen.
Dankzij die muscle memory kan alles snel, correct en duidelijk gecommuniceerd worden naar de scheidsrechter én naar het publiek.
Zwart en wit
Een videoscheidsrechter kan tussenkomen voor verschillende situaties: een strafschop, rode kaart en doelpunten. Bij een doelpunt kunnen verschillende zaken ervoor zorgen dat deze niet doorgaat. Er kan (voorgaand) buitenspel zijn, een overtreding in de opbouw…
“Bij sommige fases is de menselijke interpretatie echt wel belangrijk. Bij een penaltyfase bijvoorbeeld zal ik oordelen dat het een penalty is om verschillende redenen, terwijl een collega van mij die niet zou fluiten om andere redenen”, geeft D’Hondt aan. Bij een buitenspelsituatie zijn er maar twee mogelijkheden. “Daar kan je niet over discussiëren, dat is zwart of wit en dat vind ik goed. Het enige dat je kunt zeggen is dat het over een teen gaat, maar ook dat is buitenspel.”
Daarom kan een computersysteem die beslissingen overnemen: het antwoord is simpelweg ‘ja’ of ‘nee’.
Niet goedkoop
Het kostenplaatje van deze nieuwe technologie is niet mals. Het volledige pakket bedraagt meer dan 15 miljoen euro, maar voor dat bedrag krijgt ieder stadion wel een flinke technische upgrade. In de Belgische stadia hangen vanaf nu 26 camera’s rondom het veld. Deze nieuwe technologie is een investering die de kloof met de Europese top nog verder moet dichten.
