Steeds minder veldrijders houden het uitsluitend bij het veld. De absolute toppers zoals Wout van Aert, Mathieu Van der Poel en Thomas Pidcock focussen zich lang niet meer alleen op het veld. Steeds vaker maken ze de combinatie met een andere discipline. Maar liefst twaalf renners uit de top 20 van de UCI-veldritranking rijden ook gravelwedstrijden of World Tour-wedstrijden.
Enkele jaren geleden waren van Aert, Van der Poel en Pidcock wekelijks te bewonderen in het veld, maar dat beeld lijkt definitief verleden tijd. Hun crosswinter start tegenwoordig vaak pas midden december, en zelfs dan beperken ze hun veldritprogramma tot een handvol crossen. Tom Pidcock kiest wellicht zelf voor het tweede jaar op rij voor een winter zonder veldritten om zijn zinnen te zetten op zijn weg- en mountainbikedoelen. Ook bij van Aert en Van der Poel ligt de prioriteit duidelijk bij het klassieke voorjaar, waardoor hun veldritkalender opnieuw beperkt blijft. Van der Poel rijdt dit seizoen dertien crossen, van Aert slechts acht.
En dat klassieke voorjaar heeft ook invloed op andere renners. Zo ruilde Gianni Vermeersch het veld in voor de weg toen Mathieu Van der Poel besloot om meer op de weg te rijden. De ploeg belde in nood naar Vermeersch: “De ploeg kwam mij tijdens de winterstage vragen of ik het zag zitten om een voorjaar op de weg te rijden omdat de selectie die rond Mathieu zou werken niet breed genoeg was. Ze hadden extra renners nodig en zo reed ik plots samen met Mathieu een klassiek voorjaar.”

Meer jeugd naar de weg
Ook de nieuwe generatie, denk maar aan Thibau Nys, Emiel Verstrynge of Niels Vandeputte, kiest steeds minder voor een carrière uitsluitend in het veld. Nys en Verstrynge doken dit seizoen bewust later in het veld vanwege een druk wegprogramma afgelopen zomer.
Dat Nys en Verstrynge deze zomer voor het eerst de Tour de France reden, past volgens Verstrynge perfect in een evolutie waar het veldrijden door moet. “Het is vaak geen bewuste keuze, maar een gevolg van onze ontwikkeling”, legt hij uit. “Je groeit tegenwoordig vanzelf in beide takken. Jaar na jaar reed ik op een iets hoger niveau op de weg. Toen ik daar ook begon te presteren, kreeg ik de kans om een uitgebreider zomerprogramma te rijden.”
Dat pakte goed uit: Verstrynge werd zeventiende in het jongerenklassement in de Tour. Dat is beter dan pakweg de Fransman Lenny Martinez (Bahrain-Victorious) en landgenoot Thibau Nys (Lidl-Trek), die als dertigste eindigde. “Voor veel jongens is het een samenloop van omstandigheden. Ze komen terecht in een crossploeg, maar krijgen tegelijk snel de kans om zich op de weg te tonen”, legt hij uit.
“Ik heb dan wel nog een paar wedstrijden op een oud fietske gereden” — Florian Vermeersch
Al ligt het niet altijd alleen aan de ploeg. Florian Vermeersch, renner bij UAE Team Emirates en wereldkampioen gravel, is eerlijk over de reden dat hij het veldrijden achter zich heeft gelaten. “Ik zag aan mijn resultaten in het veld dat het niet meer zo goed ging als de jaren ervoor. Op de weg daarentegen ging het wel goed.” In 2018 kreeg hij de keuze om naar Lotto te gaan en dan werd het moeilijk om de combinatie te maken. “Het is moeilijk om een wegploeg te overtuigen om je ook te voorzien van crossmateriaal en personeel tijdens de cross. Ik heb dan wel nog een paar wedstrijden met een oud fietske gereden, maar niet meer competitief.”
Volgens Verstrynge is het een groeiende trend. “Je ziet steeds meer jongens die de combinatie maken zoals Thibau Nys, en ikzelf. Het is geen geheim meer dat beide takken helpen om beter te ontwikkelen. Fulltime crossers zullen in de toekomst zeldzamer worden.”
Verstrynge, van Aert en Van der Poel zijn wel lang niet de eerste die de disciplines combineren. De afgelopen 20 jaar waren er al meer renners die zowel op de weg als in het veld reden. Zo reed de Italiaan Enrico Franzoi, op dat moment zevende op de UCI-crossranking, in 2005 nog de Ronde van Vlaanderen, Gent-Wevelgem, Parijs-Roubaix en de Dauphiné. Wat wel blijkt is dat er sinds kort een stijging zit in de cijfers.
Gravelrijden populair
Die evolutie heeft ook veel te maken met de groeiende populariteit van het gravelrijden. In het seizoen 2022-2023 reden maar liefst zes renners uit de top twintig ook gravelwedstrijden tijdens de zomer: Laurens Sweeck, Michael Vanthourenhout, Eli Iserbyt, Felipe Orts, Toon Vandenbosch en Joris Nieuwenhuis. Al is dat soms gewoon omdat de ploeg dat voorstelt, zegt Vanthourenhout. “Met de ploeg doen we af en toe een gravelwedstrijd, maar dat is iets wat ik absoluut niet graag doe. Ik hou het liever bij mijn voorbereiding op het veldrijden. Op die ondergrond voel ik me meer thuis.”
Dat renners wel kiezen voor het gravel in plaats van het veldrijden is een logistieke keuze volgens Gianni Vermeersch. “Het is vooral planningsgewijs dat we uitkomen bij het gravel. In de winter is het als wegrenner belangrijk om voldoende basis en duurtraining te doen, waardoor crossen moeilijk wordt. De cross is vooral technisch en duurt maar een uurtje. Gravel leunt dichter aan bij wegwielrennen en de wedstrijden duren ook vier tot vijf uur.”
Dat vindt ook Florian Vermeersch die zich op het afgelopen WK kroonde tot wereldkampioen. “Gravel leunt dichter aan bij het wegwielrennen. De wedstrijden zijn min of meer dezelfde inspanning en tijdspanne. Daarom spreek het veel renners aan denk ik.” Zelf rolde Vermeersch per toeval in het gravelen. “Ik heb een goed contact met Laurens Ten Dam die toen volledig in to gravelen was en hij vroeg me of ik niet wou deelnemen aan het WK ( in 2023 in Veneto). Ik heb mij daar toen op voorbereid en ik werd tweede, zo ben ik er ingerold. De ploeg zorgde toen ook voor een gravelfiets.”
In totaal reden in dat seizoen elf renners uit de top twintig van de UCI-ranking in het veldrijden WorldTour-wedstrijden en/of gravelwedstrijden. Ter vergelijking: tien jaar eerder, in het seizoen 2012-2013 was dat er slechts één. De Fransman Francis Mourey nam dat jaar deel aan de Giro (waar hij 20e werd in het eindklassement).

Geen probleem
Volgens ex-wereldkampioen Sven Nys is het een gezonde evolutie: “Als je de capaciteiten hebt, waarom zou je niet combineren? Ik begrijp die jongens wel.” Toch beseft ook Nys dat de verschuiving voor de fans soms jammer is. De echte toppers laten zich later of niet in het seizoen zien en dat is jammer: “Het duurt soms wel heel lang voor de echt grote namen aan de start komen, dat is niet fijn. Die jongens houden nu al rekening met een klassiek voorjaar of een grote ronde. Daarom start bijvoorbeeld ook het seizoen van Thibau dit jaar later dan anders.” Ook meervoudig Belgisch kampioene Sanne Cant kan zich vinden in de nieuwe trend. “Gravel kan voor veel renners en rensters zorgen voor een voorbereiding op het veldritseizoen.”

Cant vreest dan ook dat fulltime crossers en crossters meer en meer zullen verdwijnen. “Ik denk dat we dat nu al zien met Mathieu (Van der Poel), Wout (van Aert) en Puck (Pieterse). Door hun lang zomerseizoen kunnen ze in de winter minder crossen rijden.”
Pure veldrijders overklast
Michael Vanthourenhout kiest wel bewust voor een fulltime veldritcarrière. Al ondervindt hij zelf wel de resultaten van de evolutie. Renners die de weg combineren met het veld zijn vaak iets polyvalenter. Daardoor legt hij zijn accenten op training net iets anders. “Ik weet van mezelf dat ik sterk ben op de zware omlopen en ik probeer daar nog beter in te worden. Maar tegelijk moet je blijven werken aan je zwakke punten, want door die renners die combineren wordt het algemene niveau elk jaar hoger.” Dat beaamt Cant: “Je hebt zowel de weg als het gravel nodig om een goede basis te leggen. Ik vrees dat de pure crossers op termijn tekort zullen komen.”
Ik vrees dat de pure crossers op termijn tekort zullen komen — Sanne Cant
Soms keren renners die het op de weg proberen ook snel terug naar het veld. “Ik ben er van overtuigd dat veel renners en rensters wel ambitie hebben maar al snel voelen dat de cross hun wereldje is. Die doen dan een stapje terug richting de cross alleen”, aldus Nys. Het perfecte voorbeeld van zo’n atlete is wereldkampioene Fem van Empel. De 23-jarige Nederlandse probeerde het op de weg maar laste vorig jaar in maart een pauze in na haar deelname aan de Strade Bianche Donne. Ze wou zich richten op haar mentaal welzijn en maakte ook de keuze om zich terug volledig op de cross te focussen.
Moeilijk om terug te komen
Hoewel er dus wel renners zijn die de terugkeer maken naar het veld zien we steeds vaker atleten die het veldrijden volledig achter zich laten. Op het einde van een wegcarrière terug in het veld keren is dan ook niet makkelijk volgens Gianni Vermeersch. “Ik probeer elk jaar enkele crossen mee te pikken, maar terug volledig in het veld komen; dat zie ik niet zitten.” Vooral het stijgende niveau van de jeugd speelt daarin een rol volgens Vermeersch: “Ik word natuurlijk ook wat ouder en als je ziet hoe sterk de jeugd tegenwoordig is, is het heel moeilijk om terug in te pikken. Ik cross nog steeds graag, maar als je meerdere jaren op de weg hebt gereden is het moeilijk om een volledige winter terug op niveau te zijn.”
Ook Florian Vermeersch ziet zichzelf niet meteen een terugkeer maken in het veld: “De kans is heel klein dat ik ooit nog ga crossen, zeker niet competitief en al helermaal niet voor meerdere wedstrijden.” Al laat hij toch nog een kleine opening: “Mocht Average Rob mij bellen voor de Turbo Cross zou ik er toch eens over nadenken mocht ik tijd hebben.”