De voorbije weken hing er een donkere schaduw over de Belgische topsport. Eli Iserbyt moest voor de zoveelste keer gas terugnemen, door een liesslagader blessure die hem al jaren parten speelt. En nog voor dat nieuws goed en wel was bezonken, volgde een nieuwe dreun: Zinho Vanheusden, ooit de toekomst van de Belgische verdediging, ziet zijn lichaam het voor de zoveelste keer begeven en beëindigt op jonge leeftijd zijn carrière.
Hoe je het ook draait of keert: in bijna elk verhaal van een geblesseerde sporter duikt telkens weer dat ene woord op… mentaal. In de sport van vandaag gaat het al lang niet meer over de vraag of het hoofd een rol speelt in het revalidatieproces, maar wel hoe groot die rol precies is.
Het echte gevecht speelt zich af in het hoofd
Een blessure lijkt misschien iets puur fysieks, maar voor veel sporters speelt het echte gevecht zich vooral af tussen de oren. Uit onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Groningen blijkt dat 43 procent van de sporters hun blessure toeschrijft aan mentale oorzaken. Het gaat om factoren zoals te veel van jezelf eisen, negatieve reacties op sociale media, concentratieverlies of een te sterke prestatiedrang. Met andere woorden: de grootste barrière staat niet op het veld, maar zit in het hoofd.
Dat ziet ook sport- en prestatiepsycholoog Jens Van Lier, voorzitter van Sportpsychologie Vlaanderen. “Het mentale aspect binnen sport is enorm belangrijk, zowel voor de prestaties als voor het mentaal welzijn van sporters. Die twee zijn onlosmakelijk verbonden. Dat geldt ook voor coaches, die jongeren en volwassenen begeleiden: ook zij hebben veel baat bij meer aandacht voor het psychologische luik. Het draait om de connectie die ze met de sporter maken, en dat vraagt nu eenmaal psychologische ondersteuning. Vandaag gebeurt dat volgens mij nog te weinig, al evolueren we wel in de juiste richting.”
Ook Kris Perquy, tegenwoordig sportpsycholoog van de nationale ploeg van Ghana en jarenlang actief bij onder meer Anderlecht, Club Brugge herkent dat patroon. “Als je te weinig zelfvertrouwen hebt of te weinig vertrouwen in je eigen capaciteiten, en je blijft daar uren en uren over malen, dan raak je verstrikt in je eigen gedachten. Daarom bekijken we met atleten welke strategieën hen helpen om de bladzijde om te slaan en opnieuw te focussen op wat wél kan.”
Je draait jaren voor die koersen, je leeft ervoor… en in een fractie van een seconde is het weg. Dat is frustrerend. Maar ik probeerde de knop om te draaien, hoe moeilijk het ook was. – Jenno Berckmoes
In de wielersport worden atleten misschien nog meer dan in andere disciplines letterlijk geconfronteerd met de uitspraak “vallen en opstaan.” Jenno Berckmoes, renner bij Lotto Cycling Team, zag zijn seizoen grotendeels in het water vallen door een hardnekkige bloedbacterie en een val in de Ronde van Vlaanderen die op het eerste gezicht bijzonder ernstig leek.
“Ja, ik heb op intensieve zorg gelegen,” zegt Berckmoes “Eigenlijk was dat vooral uit voorzorg. Het letsel leek op het eerste gezicht veel erger. Uiteindelijk bleek vooral de zware hersenschudding het gevaarlijkste.”
Aan stoppen dacht hij nooit, maar de mentale klap kwam hard binnen. “Je draait jaren voor die koersen, je leeft ervoor… en in een fractie van een seconde is het weg. Da’s frustrerend. Maar ik probeerde de knop om te draaien. Moeilijk, maar het moest.”
Onze 24-jarige landgenoot werkt intussen nauw samen met een sportpsycholoog, maar toch blijft hij ervan overtuigd dat de grootste steun niet in een behandelkamer zit, maar thuis. “De psycholoog heeft me al heel wat technieken geleerd, maar uiteindelijk kan ik het nog altijd het best kwijt bij mijn vriendin. Ik ben er écht van overtuigd dat familie nog altijd het meeste helpt.”
“Mentaal accepteren dat je dat tempo niet kan controleren, is één van de moeilijkste stappen in een revalidatie”
Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen toont aan dat bij langdurige blessures vaak hetzelfde patroon opduikt: sporters willen sneller vooruit dan hun lichaam aankan. In de eerste weken van een revalidatie lijkt dat nog mee te vallen, maar naarmate de tijd vordert, wordt vooral het mentale stuk steeds zwaarder.
Sportpsycholoog Jens Van Lier ziet het vaak fout lopen op precies dat punt. “Sporters krijgen tunnelvisie: ‘ik moet terugkomen, ik moet presteren’. Maar het lichaam volgt een eigen tempo. Mentaal accepteren dat je dat tempo niet kunt controleren, is één van de moeilijkste stappen in een revalidatie.”
Ook bij sporters zelf klinkt dat herkenbaar. Wielrenner Jenno Berckmoes heeft de afgelopen jaren geleerd dat je het herstel niet kan forceren. “Dat was vroeger veel moeilijker voor mij. Nu weet ik dat duwen of versnellen niets oplevert. Als het lichaam niet wil, moet je dat accepteren, hoe hard het mentaal ook wringt.”
Toen ik de laatste keer op de operatietafel lag, dacht ik even: waarom doe ik het eigenlijk nog? – Gilles Dewaele
Ook in de kleedkamer van KV Kortrijk blijkt die mentale strijd nooit ver weg. Vleugelverdediger Gilles Dewaele verwoordt het zonder omwegen. “Mentaal weegt dat. Als voetballer wil je gewoon op het veld staan, belangrijk zijn voor je ploeg. Als dat telkens wegvalt, moet je even slikken. De eerste uren probeer je jezelf voor te houden dat het meevalt, maar soms heb je twee, drie dagen nodig om de knop om te draaien. Toen ik de laatste keer op de operatietafel lag, dacht ik even: waarom doe ik het eigenlijk nog?”
Zijn ploegmaat Jonathan Afolabi zat nog dieper. De spits was liefst 252 dagen out met een achillespeesblessure en zweert dat het de zwaarste periode uit zijn carrière was. “Ik kon soms amper uit mijn bed komen. Tijdens mijn eerste maanden in Kortrijk voelde ik al iets, maar omdat ik nog kon lopen, dacht ik dat het vanzelf wel zou verdwijnen. Hoe meer ik bleef proberen, hoe erger het werd. Ik wilde niet accepteren dat het fout zat. Ik zocht oplossingen bij dokters, specialisten, zelfs bij mensen buiten het medische circuit, maar telkens opnieuw toonden de scans dat er ‘niets’ te zien was.”
Net daarom blijft het volgens sportpsychologen cruciaal om de blik breder te houden. Revalidatie-expert Kris Perquy legt uit hoe mentale begeleiding daarbij een verschil kan maken. “Je kunt spelers leren wachten. Door tussendoelen te zetten en niet enkel te focussen op ‘wanneer sta ik terug op het veld?’. Ook vragen: ‘wat kan ik deze week al wél?’ Dat is mentale training. Zo blijft de sporter niet hangen in wat nog niet lukt, maar ziet hij elke week vooruitgang.”
“Het is wetenschappelijk bewezen: Wie mentaal gezond is, herstelt sneller”
Een blessure raakt het lichaam, maar motivatie en plezier zijn de motor die het herstel versnellen. Dat weet Berckmoes als geen ander “Plezier is het allerbelangrijkste. Als je het plezier kwijt bent, is alles verloren.
Volgens Perquy is dat geen filosofie maar wetenschap. “Motivatie is een buffer tegen stress. Wie plezier houdt, blijft veerkrachtig. En het is ook wetenschappelijk bewezen dat wie mentaal sterker staat, sneller terugkeert uit blessures. Het hoofd stuurt het lichaam.”
Wie niet blijft piekeren, doelen kan stellen en de situatie accepteert, herstelt vaak sneller. Dat is bewezen uit verschillende onderzoeken. – Jens Van Lier
Van Lier beaamt de woorden van zijn collega: “Een sporter die positieve doelen stelt, niet piekert en leert omgaan met tegenslagen, herstelt vaak sneller. Het gaat niet om ‘sterk zijn’, wel om hoe je omgaat met onzekerheid. Wie niet blijft piekeren, doelen kan stellen en de situatie accepteert, herstelt vaak sneller. Dat is bewezen uit verschillende onderzoeken.”
“Sport blijft survival of the fittest. Veel spelers durven geen zwakte tonen”
Openheid rond mentale problemen groeit in de sportwereld, maar een groot deel van de cultuur blijft gestoeld op zwijgen. “Sport is nog altijd survival of the fittest,” zegt Perquy. “Veel spelers durven geen zwakte tonen. Terwijl mentale begeleiding even normaal zou moeten zijn als krachttraining.”
Volgens Perquy ligt dat zwijgen dieper ingebed bij profsporters dan bij amateurs. “Bij profs hangt hun inkomen rechtstreeks af van hun prestaties. Bij amateurs is dat minder het geval. Zij hebben een job naast hun sport, trainen na de uren en worden niet beoordeeld op elke fout die ze maken. Topsporters worden letterlijk betaald én afgerekend op hun resultaten.”
Toch ziet Perquy een opvallend verschil binnen de topsport zelf. Atleten in individuele sporten lijken vaker tegen mentale problemen aan te lopen dan sporters in een teamsport. “Het vangnet van een ploeg maakt het verschil,” zegt hij. “Je staat er nooit helemaal alleen voor.”
Gilles Dewaele nuanceert dat beeld. “Bij ons zijn er veel jongens die alleen wonen en moeite hebben om zich aan te passen omdat ze zich eenzaam voelen. Ik ben getrouwd en heb twee kindjes. Dat zijn dingen waar je naar uitkijkt. Als mijn werk gedaan is, kan ik thuis relativeren. Voor ploegmaats die alleen wonen, is dat anders. Zij komen thuis en blijven vaak doorpieken over voetbal. Dan mis je de afleiding die een familie wél kan geven.”
Veranderingen zijn de sleutel tot succes… of toch niet?
Cijfers liegen niet: onderzoek toont aan dat ruim tachtig procent van de geblesseerde sporters in de maanden vóór hun blessure een belangrijke verandering in hun leven doormaakte. Het klinkt tegenintuïtief, maar net grote levensgebeurtenissen lijken atleten kwetsbaarder te maken.
Dat zie je ook bij de sporters in dit verhaal. Jenno Berckmoes maakte het jaar voor zijn zware valpartij de overstap van Flanders-Baloise naar Lotto Cycling Team, Jonathan Afolabi verhuisde naar België en Gilles Dewaele zat midden in een verhuis én werd vader van zijn tweede kindje. Toeval of niet? Dat blijft gissen. Maar één ding staat vast: veranderingen kosten energie. En wie naast het veld energie verliest, loopt een groter risico om óók op het veld onderuit te gaan.
De vraag is dus niet of veranderingen impact hebben, maar hoe sporters ermee omgaan. Want net zoals in elke revalidatie geldt hetzelfde principe: je kunt de omstandigheden niet altijd kiezen, maar wel hoe je erdoor beweegt. En soms is precies dát het verschil tussen terugvallen… of terugkomen.
Audioreportage
Hoe kunnen wij ons als amateursporters beter in ons vel voelen wanneer de spanning toeslaat voor of tijdens een belangrijke wedstrijd? Onze experts en topsporters delen hun beste tips om met spanning om te gaan.
