Meer dan dertig jaar lang vond je Nico elk weekend in het duivenlokaal, eerst alleen, daarna samen met zijn duivensportmaat. Maar dit jaar besloot hij de handdoek in de ring te gooien. Nico zag de sport moderniseren en eerlijker worden, maar ook langzaam verdwijnen: “Ik heb altijd gezegd dat ik na mijn pensioen weer een eigen duivenhok zou beginnen, maar gezien de huidige situatie is dat de moeite niet meer waard.”
Als kleine jongen zat Nico Meulenyzer (49) uit Rekkem al op het duivenhok van zijn opa in Dadizele, maar daar kreeg hij de duivenmicrobe nog niet te pakken. Pas op zijn achttiende, toen hij alleen ging wonen in Lauwe, raakte hij gefascineerd door de sport. “Op de hoek van de straat woonde Marcel. Hij speelde elk weekend met de duiven. Ik ging vaak kijken wanneer zijn duiven thuiskwamen”, begint Nico zijn verhaal. “Op een dag liep er een duif verloren in mijn tuin. Ik pakte hem op, verzorgde de duif en gaf hem eten. Toen ik hem wilde laten wegvliegen, bleef hij gewoon zitten. De keuze voor een eigen duivenhok was snel gemaakt. Ik vroeg een vergunning aan bij Stad Menen en kreeg van een andere liefhebber een tweede duif. Zo had ik een koppel en kon ik zélf beginnen.”


Voor de vlucht
“Voor ik kon deelnemen aan wedstrijden, moest ik eerst de duiven registreren en trainen. Een duif registreer je door een voetring te kopen en aan hun poot vast te binden.” Volgens Nico is het trainen van duiven een stuk ingewikkelder: “Eerst moet je de duiven leren waar hun hok is. Je laat ze even boven hun hok vliegen en terug. Na drie maanden neem je de duif mee in een mand en laat je ze een kilometer verder eruit. Geen probleem. Ze zien hun hok vanuit de lucht en vliegen ernaartoe. Dat proces herhaal je meerdere keren, telkens over een grotere afstand: van drie tot veertig kilometer. Daarna kun je de duiven via een duivenclub laten deelnemen aan wedstrijden.”

“Eenmaal de duiven klaar zijn voor hun eerste wedstrijd, volgt nog een laatste investering. Je moet een gepersonaliseerde constateur aanschaffen. Met een constateur bepaal je de tijd van aankomst van je duif”, legt Nico uit.

“Vroeger hing aan iedere duif een gummi (red. een elastiekje met het voetringnummer van de duif). Bij aankomst plaatste je het gummiringetje in een potje, stopte dit in de constateur en registreerde je de aankomsttijd met het apparaat. Het tijdstip werd dan op papier afgedrukt. Tegenwoordig bepaal je dit elektronisch.”
KIJK: Hoe duivenmelkers tegenwoordig de aankomsttijd van hun duif bepalen.
Duivensport in vogelvlucht
In de hoogdagen van de duivensport vond je in bijna elke gemeente in België een duivenlokaal – vaak een zaal in een café. Daar komen leden van de duivenclub – van april tot september – wekelijks samen om met de duiven te spelen zoals ze zeggen in de volksmond.
Wat bedoelen ze daar mee? Iedere duivenmelker brengt één of meerdere duiven mee naar het lokaal. Daar worden de duiven ingekorfd (red. ingeschreven voor een wedstrijd). Alle ingekorfde duiven worden daarna in grote reismanden in vrachtwagens vervoerd naar een losplaats. Je hebt verschillende losplaatsen in België, Frankrijk, maar ook Spanje.

Daar worden alle duiven op hetzelfde moment losgelaten. De duiven moeten dan zo snel mogelijk terug naar hun thuishok vliegen. Het is belangrijk om te weten dat de duif die als eerste aankomt, niet automatisch de winnaar is. Voor iedere duivenmelker is de afstand tussen de losplaats en thuishok exact bepaald. Via de aankomsttijd, vastgelegd door de constateur, wordt de snelheid waarmee een duif vloog berekend. Het klassement loopt van de snelste tot de traagste duif. Dit doet de duivenclub. Daarom moet je lid zijn van een club om te kunnen deelnemen aan wedstrijden.
Dat is niet het interessantste aan de duivensport. Duivenmelkers kunnen ook bij elke wedstrijd op verschillende manieren gokken. Uiteindelijk wordt een derde van de deelnemers uitbetaald, als ze hebben gegokt. Dat is echter niet verplicht. Toch gokken de meeste duivenmelkers. Op die manier proberen ze de kosten te drukken.
Vlucht vooruit
Nico zag de duivensport moderniseren gedurende de dertig jaar dat hij actief was. Naast de overstap van mechanische constateurs naar elektronische systemen, digitaliseerde de administratie: “Vroeger kreeg elke duivenmelker een bundel met de uitslagen. Nu vind je dat allemaal digitaal terug op de website van je duivenclub. In mijn geval was dat de Gullegemse Duivenmaatschappij.”

“Doordat de sport moderniseerde, werd valsspelen moeilijker. Vroeger kon men bijvoorbeeld makkelijk een duif meenemen naar huis wanneer ze ingekorfd was. Op die manier kon je zelf bepalen wanneer je de aankomst van de duif registreerde. Met de komst van de elektronische constateurs zijn alle duiven gechipt. Daardoor kan de duivenclub snel controleren of alle duiven effectief aanwezig zijn in het lokaal voor vertrek en voor ze gelost worden.”
Laatste vlucht?
De vernieuwing van de sport zorgde er evenwel niet voor dat meer jongeren naar de duivenlokalen kwamen, vertelt Nico. “In mijn lokaal komen 150 duivenmelkers, waarvan misschien één of twee achttien jaar zijn. Dat veroorzaakt problemen op de lange termijn, aangezien de meerderheid van de liefhebbers 65 jaar of ouder is. Zo verdwijnt bijna 70 procent van het deelnemersveld over vijftien tot twintig jaar.”
Ik hoop dat de duivensport ooit weer zal heropleven.
Toch is het grootste probleem van de duivensport niet de vergrijzing, volgens Nico. “De laatste zeven jaar hebben natuur- en vogelbeschermingsorganisaties meerdere nestkasten geplaatst in kerken om slechtvalken aan te trekken. Het probleem voor de duivensport is dat slechtvalken duiven eten. Zo verloor ik tijdens mijn laatste seizoen minstens één duif per wedstrijd. Op korte termijn merk je dat niet, maar op een heel seizoen loopt het verlies op. Daarom besloten mijn duivensportmaat en ik dit jaar om te stoppen.”
Stoppen met duivensport viel zwaar bij Nico. “De laatste jaren deelde ik een duivenhok met een vriend. Ik heb altijd gezegd dat ik na mijn pensioen weer een eigen duivenhok zou beginnen, maar gezien de huidige situatie is dat de moeite niet meer waard. Ik hoop dat de duivensport ooit weer zal heropleven, maar ik weet dat dat niet vanzelf zal gaan”, besluit Nico.
Dit artikel is (mede) tot stand gekomen met behulp van kunstmatige intelligentie (AI).