Studenten Sportjournalistiek in het buitenland: “Ik denk oprecht dat ik verslaafd ben geraakt aan hamburgers”

‘Hoe is het met onze medestudenten op uitwisseling?’ In deze tweedelige reeks belichten we de uitwisselingsstudenten uit opleiding Sportjournalistiek aan Hogeschool West-Vlaanderen. Derdejaarsstudenten Hermes Maes en Jens Vanderhaeghe zijn in augustus naar Philadelphia in de Verenigde Staten vertrokken. Hoe zou het zijn met de twee deserteurs na een maandje studeren aan de overkant van de grote plas?

Was de beslissing snel gemaakt of je op uitwisseling wou gaan?

Jens Vanderhaeghe: “Bij mij was het al in het eerste jaar van mijn opleiding duidelijk dat ik graag naar het buitenland zou gaan om te studeren. Ik wist toen nog niet wat de mogelijkheden waren, maar na een infosessie in het tweede jaar was ik helemaal overtuigd. Ik heb dat tweede jaar enorm mijn best gedaan om geen herexamens te hebben, want dat had mijn kansen verkleind om naar het buitenland te kunnen gaan. Vorig jaar in februari heb ik me dan ook aangemeld en in maart werd alles officieel in orde gebracht.”

Hermes Maes: “Mijn parcours was iets hobbeliger. Ik heb me pas een uur voor de deadline in februari ingeschreven. De belangrijkste beslissing moest dan natuurlijk nog komen ‘waar wil ik gaan studeren?’ Uit een keuze tussen vele locaties, heb ik dan gekozen voor Chesnut Hill College, waar Jens en ik ons nu ook bevinden. Het is een toplocatie om citytrips te plannen. Philadelphia is hier heel dichtbij en in anderhalf uur staan we ook in New York als we willen.”

Is het lastiger om contact te houden met vrienden en familie door het tijdsverschil?

Jens: “Dat was even wennen, maar moeilijk gaat ook. We bellen meestal in de namiddag, dan is het in België avond. Ik heb ook mijn Playstation meegebracht, daar kan ik ook op zien wanneer mijn vrienden in België online zijn om nog eens samen te kunnen gamen.”

Hermes vult aan: “Uiteindelijk is zes uur verschil ook maar een kwart van de dag. Op het moment van dit interview hebben jullie net lunch gehad, hier hebben we nog niet eens ontbeten. Om contact te houden met het thuisfront is het dus zeker doenbaar.”

Hermes en Jens werden, samen met medestudent Robbe Wets, kort voor vertrek nog origineel uitgewuifd door hun vrienden.

Wat missen jullie het meest aan ons Belgenlandje?

Jens: “Na een maand begin je zo wel de kleine, vanzelfsprekende dingen te missen. We komen hier niets te kort, maar het is natuurlijk wel compleet anders. De frietjes mis ik wel”…

Hermes mengt zich ertussen: “Inderdaad, echte Belgische frieten, frieten uit het frietkot! Chocolade! Bier! Echt gewoon de enige dingen waar België het goed in doet: frieten, bier en chocolade. Uiteraard, om nog even politiek correct te antwoorden, missen we onze vrienden en familie echt enorm (lacht).”

Hoe bevalt het Amerikaanse bier jullie?

Jens: “Ik ben niet echt een bierkenner, daar weet deze man naast me wel meer over.”

Hermes: “In Amerika heb je wel heel wat brouwerijen, heel toevallig ook de Iron Hill Brewery in Philadelphia. Die Iron Hill Brewery is een van de meest gerenommeerde brouwerijen in de hele wereld. In België heeft iedere brouwerij een aantal bieren, die Iron Hill Brewery heeft er tientallen waarvan vele ook in de prijzen zijn gevallen. Ze hebben daar vooral goede speciale bieren, maar die zijn ook duurder uiteraard. De gewone pilsjes hier zijn ranzig en kun je eigenlijk vergelijken met bier uit Nederland, mensen in België zouden het ‘pisbier’ noemen (lacht).”

Hebben jullie bepaalde nieuwe eetgewoontes ontdekt?

(Beide lachen hardop.)

Jens: “Ik denk oprecht dat ik verslaafd ben geraakt aan hamburgers. Elke dag is het bij ontbijt, middagmaal en avondmaal ‘all you can eat’. Daar staat iemand die altijd non-stop hamburgers bakt.”

Hermes pikt in: “Ja inderdaad, van cheeseburgers tot taco’s, ze komen allemaal rechtstreeks van de grill en ondertussen staat die man te wachten om te vragen wat je wilt eten. Die cheeseburgers zijn geen burgers zoals die van de McDonald’s, maar gewoon vers. Als je langs het buffet loopt en kijkt naar de rijst of de pasta die er zo droog uitziet, dan is het gewoon zo verleidelijk om toch voor die verse burgers te gaan. Ik ga straks van die grote wafels eten als ontbijt. Ik weet nu al dat ik met vijftien extra kilo’s ga thuiskomen.”

Als laatste vraag nog, wat doen jullie daar in de vrije tijd?

Hermes: “De hele school zit eigenlijk vol met atleten. In Amerika zijn de College sports ook echt big business, er zit heel veel geld in dat wereldje.”

Jens: “We gaan heel vaak naar de sportwedstrijden. Sport leeft hier echt, elke dag speelt er hier wel een volleybalteam, voetbalteam, noem maar op.”

Hermes vult aan: “We gaan zelfs zo vaak naar die wedstrijden dat we met een groep mensen plooistoeltjes hebben gekocht om mee te nemen. Als we geen zin hebben om op de ongemakkelijke tribune te gaan zitten, dan stellen we ons ergens langs het veld op met onze stoeltjes (beiden lachen).”