“Grens bepalen tussen profs en niet-profs is lastige opdracht”

Yevgeniy Fedorov triomfeerde vrijdagochtend op het WK wielrennen bij de beloften. De Kazach won voor de Tsjech Vacek en de Noor Wærenskjold. Opvallend: Fedorov en Wærenskjold rijden al voor een profploeg. Die eerste reed twee weken geleden zelfs nog de Ronde van Spanje uit. Is dit eerlijke concurrentie voor de ‘echte’ beloften of moet de Internationale Wielerbond ingrijpen? Wij vroegen het aan Jens Dekker, ex-veldrijder en kenner van het (jeugd)wielrennen.

Kazachstan heeft er een wereldkampioen bij: Yevgeniy Fedorov. Hij klopte Vacek in een sprint met z’n tweeën. Voor Dekker, die vrijdagochtend co-commentator was bij Eurosport, is Fedorov een verrassende winnaar: “Hij stond wel op mijn radar de voorbije jaren, maar niet echt een renner die je verwacht voor dit parcours. De Vuelta uitrijden geeft hem wel voordeel ten opzichte van achttienjarigen die bij wijze van spreken dit jaar komen piepen.”

Corona bij Nederland en geen afwerker bij de Belgen

Als Nederlander keek Dekker met argusogen naar de prestaties van zijn landgenoten, maar het geluk stond niet aan hun kant. Favoriet Tim Van Dijke kon niet aan de start verschijnen door een coronabesmetting. “Het plan was duidelijk: Van Dijke zou meegaan met de aanvallen terwijl Kooij kon blijven zitten. Door de pech voor Van Dijke kwam Kooij een landgenoot te kort om het gat met de twee vluchters te dichten” , zegt de ex-wereldkampioen veldrijden bij de beloften.

Volgens Dekker heeft België prima gereden: “Ze hebben het puik gedaan met de middelen die ze hadden. Segaert en Van den Bossche reden aanvallend. Voor Lennert Van Eetvelt was het parcours misschien niet lastig genoeg om weg te rijden.” De snelle Arnaud De Lie had mogen starten, maar kreeg geen toestemming van zijn ploeg Lotto-Soudal. “Met De Lie krijg je een andere wedstrijd,” zegt Dekker, “want België had nog vier renners in de finale om het gat dicht te rijden.”

Profs bij de beloften

Meer dan ooit was er discussie over dit WK. Veel renners die jonger zijn dan 23 jaar, maar al rijden voor een profploeg, kiezen er voor om toch bij de beloften te rijden. Twaalf van de twintig eerste renners in de uitslag reden dit seizoen voor een profploeg. Volgens Dekker is het een lastige kwestie: “Het zal moeilijk zijn om een grens te bepalen tussen profs en niet-profs. Voorlopig verdient iedere renner die jonger is dan 23 jaar een plekje op het WK. Tien jaar geleden mochten WorldTour-renners niet deelnemen, maar sterke renners van pro-continentale ploegen wel. Dat was ook geen ideaal scenario.”

Dekker zegt ook dat het grootste probleem in de elitecategorie zit: “Er zijn veel belofterenners, die rijden voor WorldTour-ploegen, die kiezen om bij de profs te starten. Het is ook wel begrijpelijk dat renners als Evenepoel en Girmay kiezen om de elitewedstrijd te rijden. Als zulke renners zouden deelnemen, krijg je een andere wedstrijd bij de beloften, want dan wint de sterkste renner onder de 23. Nu wint de sterkste renner van degene die ervoor kiezen om niet bij de profs rijden.”