“Ik blijf gefocust op Gambia, maar in de voetballerij kan het snel keren”

De alomtegenwoordige Tom Saintfiet (48) beleeft hoogdagen. De Gambiaanse bondscoach doorzwom al heel wat watertjes in Afrika, Azië en Europa. Met zijn recente prestaties op de Afrika Cup oogst hij lof in België. “Ik zou gewend geraken aan het succes.”

We schrijven 25 maart 2021. De dag waarop Saintfiets team met 1-0 wint tegen Angola. Het ticket voor de eindronde van de Afrika Cup is binnen voor Gambia. Voor het eerst in zijn geschiedenis plaatst het kleinste land op het Afrikaanse vasteland zich voor een groot toernooi.

Je leidde een land voor het eerst in zijn geschiedenis naar een eindronde van een groot toernooi. Hoe fier ben je daarop?

“Toen ik bij Gambia toekwam, stond het land zeer laag gerangschikt op het FIFA-klassement. We werkten onderling beter samen en de communicatie tussen de verschillende instanties binnen de bond moest verbeteren. Dat gebeurde ook. In onze kwalificatiegroep waren we gekoppeld aan grotere landen. Met duels tegen het Gabon van Aubameyang, DR Congo en Angola weet je dat je ferm uit je pijp zal moeten komen om goede resultaten neer te zetten. Ik was zeer fier op mijn spelers, want dit had niemand kunnen bedenken.”

Kan je spreken over onderschatting voor Gambia tijdens de kwalificatieduels?

“Misschien wel. Grote landen lieten vaak gevestigde waardes rusten tegen ons, maar dat was niet altijd hun juiste beslissing. Op de Afrika Cup zag ik ook dat verschillende landen dachten dat we ‘maar’ Gambia waren. Anderzijds, elk land dat tegen ons speelde, had moeten weten dat we tegen Marokko, DR Congo of Algerije goede resultaten behaalden. We speelden tegen teams die ver boven ons niveau zijn en dan weet je dat je de kleinste van de twee bent.”

Het succes op de Afrika Cup kwam dan niet uit de lucht gevallen?

“Aan de ene kant wel, want we hadden nog nooit een groot toernooi gespeeld en we wisten niet hoe sterk we waren in zulke situaties. Aan de andere kant hadden we veel vertrouwen getankt door winstpartijen in de kwalificatiegroep tegen grotere landen. De groepswinst in de kwalificatiecampagne was een indicator dat we het toernooi aankonden.”

Resultaten zijn natuurlijk beslissend, maar hoe bereid je een team voor dat nog nooit een eindronde speelde?

“We moesten competitiviteit uitstralen. Dit hadden we al door de kwalificatiegroep te winnen. De resultaten ziet iedereen, maar er moest ook een zekere ambitie uitgesproken worden. We wilden onze limieten aftasten en zo zouden we zien hoe ver we in het toernooi gingen geraken.”

Wat waren die limieten dan?

“Voor de voorzitter van de Gambiaanse voetbalbond waren die anders dan de mijne. Voor hem was het toernooi al geslaagd toen we de eerste match wonnen tegen Mauritanië. Voor mij was dit natuurlijk niet het geval. Ik was blij met het resultaat, maar zag dat dit team nog beter kon. Ik zou op voorhand getekend hebben voor overleving in de groep, maar een kwartfinale overtrof mijn stoutste verwachtingen.”

Ik neem aan dat er gefeest werd na het toernooi?

“Eigenlijk waren we zeer teleurgesteld. Kameroen versloeg ons en de spelers hadden dit niet verwacht. We zaten in een roes van overwinningen en daar kwam abrupt een einde aan. De nederlaag betekende de uitschakeling, maar ook een enorme ontgoocheling. Eens je zover geraakt in een toernooi, wil je ook voor het hoogst haalbare gaan.”

Het hoogst haalbare heb je toch wel bereikt met dit land, denk ik dan.

“Achteraf gezien wel. In de algemene rangschikking van de Afrika Cup staan we op een zesde plaats. We stegen ook 25 plaatsen op de FIFA-ranking. Het doet deugd, want Gambia verdient dit.”

Zo te horen gaat het land een mooie toekomst tegemoet.

“Dat hangt van een paar dingen af. Ik denk zeker dat we het potentieel hebben om door te groeien tot een gerespecteerd Afrikaans voetballand, dat zich regelmatig kwalificeert voor grote toernooien. Het hangt ook af van de individuele ontwikkeling van de spelers. Heel veel Gambiaanse spelers spelen niet bij hun clubs. In België heb je bijvoorbeeld Marreh, die al een seizoen lang niet speelt bij Gent. Badamosi moet zich bij KV Kortrijk te vaak tevreden stellen met korte invalbeurten. Heel wat van onze jongens spelen ook in te lage reeksen. Als spelers zich individueel meer kunnen ontwikkelen bij hun clubs of op een hoger niveau gaan voetballen, dan denk ik dat Gambia een mooie toekomst heeft.”

Ga je zelf meebouwen aan die toekomst voor Gambia?

“Ik heb mijn contract pas in januari 2021 verlengd en dat loopt nog tot 2026. Dat is een lange verbintenis met het oog op het wereldkampioenschap van 2026. De geruchtenmolen slaat ook op hol. Zo is er een gerucht dat ik bondscoach zou worden van Tunesië, maar dat is nog niet concreet. In theorie heb ik een opstapclausule waarmee ik Gambia gemakkelijk kan verlaten, maar op dit moment ben ik geen vragende partij om te vertrekken. Ik zit bij een bond die goed werkt en ik kom goed overeen met mijn trainersstaf. Ik ben momenteel gefocust op Gambia, maar in de voetballerij kan het snel keren.”

Beerschot zit bijvoorbeeld zonder hoofdcoach.

“Dat weet ik, maar dat is niets voor mij.”

Waarom niet?

“Met alle respect voor Beerschot, maar het zou een stap terug zijn. Gambia schrijf ik toch nog altijd hoger aan en het wordt zeer moeilijk voor Beerschot om zich nog te redden. Vechten tegen de degradatie wil ik niet.”

Maar met de vele aandacht die je nu krijgt, kom je zeker in the picture van grote ploegen?

“Als trainer krijg je heel vaak kritiek, dus doet de aandacht zeker deugd. Als je goede resultaten laat zien, is iedereen fan. Verschillende clubs polsten al eens bij mij. De Belgische media gaf de laatste maanden meer aandacht aan Gambia. Mijn team verdient dit. Alleen ziet men hier nog het belang van het toernooi nog niet in.”

Daarmee wil je zeggen dat het Afrikaans Kampioenschap onderschat wordt.

“Ja.”

Hoe komt dit denk je?

“We brengen het voetbal uit Afrika niet naar de gewone man in de huiskamer. Mijn vrienden in Finland, Trinidad en Tobago of Australië konden de matchen live volgen. In België kon dit blijkbaar niet, terwijl we een grote Afrikaanse gemeenschap hebben in ons land. Het zijn tenslotte ook de beste spelers van een continent die meestrijden om een titel. Je ziet niet elke dag een finale waarin Salah en Mané tegenover elkaar staan. Een spijtige zaak, maar ik geloof dat dit in de toekomst wel kan veranderen.”

Wat kunnen we jou nog wensen voor de toekomst?

“Veel voetbalplezier en hopelijk een kwalificatie voor een volgende Afrika Cup of het WK in 2026.”