Als de communicatie stilvalt, valt alles stil.

21 jaar was Nico Blontrock de stem waarmee Radio 2- luisteraars in West-Vlaanderen wakker werden. Tot hij in 2018 de Brugse politiek in ging. Vandaag is hij er Schepen van cultuur. Een gesprek over radio, politiek en zijuitstapjes.

Wat ik zo mooi vind aan radio is de intimiteit.

Mijn liefde voor radio begon met de zeezenders. Toen ik in de zomer van 1976 een herexamen wiskunde had, startte ik met het beluisteren van radiostations zoals Radio Caroline en Radio Mi Amigo. Dat die mensen op een niet-officiële manier radio maakten vanop een schip, vond ik zo tof. Toen de toenmalige ‘Vrije Radio begon in Brugge, sprong ik op dat karretje en ik heb de radio nooit meer verlaten.

Vroeger was de lokale radio zeer belangrijk. Nu niet meer omdat die zelfs niet meer bestaat, met uitzondering van een paar ketentoestanden, die overbleven. Zij bundelen een reeks lokale radiofrequenties.  Maar daa begon het. Had ik toen niet de stap gezet naar die zogezegde vrije radio, was de rest er niet op gevolgd. Dat was een speeltuin, je leert er het metier. Hoe ga je om met een micro? Hoe zit de techniek in elkaar?

Van de vrije radio kwam ik al snel bij de VRT terecht. Daar belandde ik ook in de journalistiek. Ik ging nieuws maken en lezen en presenteerde. Eerst maakte ik nachtradio, daarna trok ik naar Radio Donna (nu MNM). Die zender heb ik mee helpen oprichten. Ik heb voor VRT Nieuws gewerkt, was regionaal journalist voor VTM … Het grootste deel van mijn carrière presenteerde ik het ochtendblok op Radio 2 West-Vlaanderen. Daar combineerde ik presenteren met interviewen en het nieuws.

De intimiteit maakt radio zo mooi. Je praat tegen duizenden luisteraars vanuit je kleine hokje, maar door de sfeer creëer je een soort persoonlijke band. Je luisteraar heeft het gevoel dat je enkel tegen hem praat. Je zorgt voor een eigen leefwereld met interactie via reacties en sociale media. Ik besefte pas achteraf hoe sterk dat gevoel was bij de luisteraars.

In tegenstelling tot bij televisie kan je de mensen veel wijsmaken. Ze zien je niet, dus als ik bijvoorbeeld zou zeggen dat ik een slanke jongeman met lang blond haar ben, zouden er ongetwijfeld enkele mensen dat geloven. Tot ze je in het echt zien. Radio is een beetje een illusie.

De ochtendradio was fantastisch, want ik ben een ochtendmens. Iedere collega zal beamen dat je de sfeer van ’s ochtends nergens anders vindt. Je wordt wakker met de wereld en de wereld met jou. Je zit als eerste op het nieuws van de dag. Ik heb ook ’s avonds en ’s nachts gepresenteerd, maar ’s morgens heb je echt een sfeer van joplahoi. Het hoeft ook niet allemaal serieus te zijn. De ochtend is ook het best beluisterde blok overal ter wereld. Dat is een immens verschil met ’s avonds, wanneer je enkel gerichte luisteraars hebt. Zij kiezen er bewust voor om naar de radio te luisteren en zijn met veel minder. Ik verkies 100% de ochtend.

Het was moeilijk om de radio te verlaten, maar het was ook mooi dat ik via de politiek kon zorgen voor mijn stad, Brugge.  Na mijn pensionering begin ik direct weer met radio maken als het kan. Niet meer bij VRT, omdat ik niet meer mag presenteren na mijn politieke carrière.

Vandaag is radio nog steeds belangrijk als informatiebron. Voor het ochtendblok stond ik altijd om drie uur op. Mijn biologische klok is daardoor stuk, dus ik ben nog altijd een vroege vogel. Tegenwoordig sta ik om vijf uur op en dan zet ik de radio op om het nieuws te beluisteren. De muziek maakt radio ook een ontspanningsbron. Ik grijp nog heel vaak terug naar de regionale zenders van de VRT. Daarnaast luister ik ook graag naar de zenders van de Oostenrijkse staatsomroep, zoals Radio Tirol. Ik hou van die muziek en ze maken op dezelfde manier radio als wij regionaal. Er heerst een losse, ontspannen sfeer. Ik ken Radio Tirol al van toen ik 10 jaar was. De sfeer, de bergen en de muziek, ik was er meteen van jongs af aan een beetje zot van.

In 2024 wil ik herverkozen worden.

In 2012 had een politieke partij in Brugge al eens gepolst of ik op de lijst wou staan. Toen heb ik nee gezegd, omdat het nog te vroeg was. In 2018 stonden er vier partijen aan mijn deur. Je bent een beetje populair als radiopresentator en ze denken een stemmentrekker binnen te halen. Ik ging toen met mijn omgeving praten. Ik maak doodgraag radio. Mijn werk is mijn hobby en mijn hobby is mijn werk. Ik verdien er mijn geld mee en ik weet niet wat er zal gebeuren als ik in de politiek stap. Zal ik verkozen raken en als ik verkozen raak, wat volgt er dan? Er waren heel veel vraagtekens.

Ik zei tegen twee partijen meteen nee. Van de twee andere heb ik de partijprogramma’s vergeleken, maar ik ging vooral met mensen praten. Ik wilde weten of hun visie in lijn lag met mijn leven en overtuigingen. Ik belandde bij de CD&V omdat die partij het nauwst aansloot bij mijn ideeën. 

Toen ik op de lijst terecht kwam, had ik de rare ambitie om schepen te worden. Ik kreeg van alle kanten te horen dat ik nog geen gemeenteraadslid was geweest, of niet uit de partij doorgegroeid was. Maar ik zei dat ik wel zou zien wat er gebeurde.

Na de verkiezingen had ik het op vier na hoogste aantal voorkeursstemmen van alle partijen in Brugge en het op twee na hoogste aantal binnen de CD&V. En dat als nieuwkomer. Dat was genoeg om meteen schepen te worden. Dat is zeldzaam en ik ben heel blij dat het gebeurd is. Ik wilde met ambitie op de lijst gaan staan en niet als opvulling. Als gemeenteraadslid heb je nog een job nodig en de radio kon niet meer, want je bent zogezegd verbrand. (Een journalist bij VRT wordt op non-actief geplaatst als hij kandidaat is bij verkiezingen. Bij een terugkeer uit de politiek mag hij voor een periode niet werken aan bepaalde programma’s of onderdelen van programma’s n.v.d.r.)

Ik wilde cultuur als bevoegdheid, omdat cultuur mijn ding is en ik wist dat er in Brugge het een en ander fout ging op cultureel gebied. Ik ben een muziek- en cultuurmens. VRT is cultuur en ik hou van alle mogelijke vormen. Dat gaat van toneel, over radio tot musea en alles daartussen. Als je een verantwoordelijkheid krijgt over iets wat je persoonlijk interesseert, dan ga je je automatisch nog meer inzetten. Ik kan me uitleven, de medewerkers en ik engageren ons naar elkaar toe. Wat ik doe, komt uit mijn binnenste.

Uit mijn tijd bij de radio heb ik als schepen communicatie en het belang ervan meegenomen. Dat moet je heel breed bekijken. Het dient om problemen op te lossen en aan te kaarten. Ik ben een man van babbelen, ik wil problemen proberen uitpraten. Heel veel conflicten, zelfs lokaal worden veroorzaakt door niet te praten. Als de communicatie stilvalt, valt alles stil. 

Als schepen ben ik baas van een zeshonderdtal mensen. Dat is de grootste verandering met de radio, waar ik gewoon personeel was.  Ik gaf ook wel leiding als eindredacteur, maar dan was ik geen baas over enkele honderden mensen. Als schepen delegeer ik niet, maar ga ik in overleg. Beide manieren zorgen voor hetzelfde resultaat, maar het gevoel is anders. Als je iemand dwingt gaat die persoon ongelukkig buiten, maar als ik dat doel bereik via praten, zal de ander met een positiever gevoel vertrekken. Samenwerking blijft voor mij heel erg belangrijk. 

Ook in mijn contact met journalisten neem ik zaken mee. Ik ken natuurlijk de truken van de foor Ik heb nog mediatraining gegeven bij de VRT en nu gebruik ik die tips in de omgekeerde richting. Dat gaat van lichaamstaal, tot wat je zegt of doet. Ik heb afgerond veertig jaar radio gemaakt en duizenden mensen geïnterviewd. Vroeger stelde ik de moeilijke vragen, nu pareer ik de lastige vragen voor een deel.

In 2024 wil ik herverkozen worden. Als dat niet lukt, moet de VRT me terugnemen, want ik ben nog een van de laatsten met politiek verlof. Als dat gebeurt vlieg je terug naar de Reyerslaan in Brussel.  Wij zeggen altijd op min vier in het archief. Je zit daar achter een bureautje tot je op pensioen kan. Voor mij zou dat nog anderhalf tot twee jaar zijn.  Dat wil ik eigenlijk niet, omdat het weinig ambitievol is.

Mensen zijn belangrijk voor mij. Het klinkt bijna als een slogan van Bond zonder Naam.

Naast radio- en televisiemaker, ben ik ook auteur. Ik schreef al 36 boeken. Die kan je opdelen in drie categorieën. Het grootste deel zijn heemkundige boeken over Brugge. Ik hou van die stad en die liefde kan ik moeilijk te verklaren. Brugge is mijn stad. Ik ben er geboren en getogen.  Inwoners uit andere steden hebben dat ook, maar Brugge is een beetje specialer. Het is een beetje een geval apart. Er wordt vaak gelachen dat ik overdrijf wanneer ik Brugge een wereldstad noem. Maar het is zo. Je hebt hier alles. Het is een soort metropool van allerlei soorten volk samen, zoals de toeristen en de Bruggelingen die dan klagen over die toeristen. Dat vind ik juist zo tof, het is een zeer grote cultuurstad en een sportstad. Bruggeling zijn geeft me een speciaal gevoel.

Op één boek ben ik zeer trots. Daarvoor heb ik een jaar lang een transgender gevolgd die van man naar vrouw ging. Daaruit kwam ‘De vrouw van mijn leven’. Ik ben er trots op, omdat het pionierswerk was en omdat het boek blijkbaar nog altijd wordt gebruikt in de artsenopleiding aan de UGent in de afdeling psychiatrie.

Ik heb ook zeven boekjes geschreven over dialect. Ik ben gek op taal en op dialect. Dialect is een onderdeel van een cultuur en daarom is het jammer dat veel kinderen in het AN opgevoed worden. Het is niet erg als je geen dialect spreekt, maar je mist een stuk cultuur. Die boekjes waren het gevolg van een engagement. Ik heb lessen Brugs dialect gegeven aan allochtonen. Zij leren Nederlands, maar dan komen ze bij de slager en begrijpen ze hem niet. Die lessen spelen in op dat probleem.

Me engageren vind ik belangrijk. Ik was bijvoorbeeld actief in armoedeverenigingen Brugge. Iedereen moet zich hier thuis voelen. Je kan armoede of racisme nooit de wereld uitkrijgen, maar je kan wel je steentje bijdragen aan een betere wereld.

Ik ben ook een van de stichters van TeJo in Brugge. Dat is belangrijk omdat we mensen met psychische problemen helpen. We spitsen ons toe op kinderen vanaf tien jaar, je kan je niet voorstellen hoeveel kinderen van die leeftijd of jonger problemen hebben. Met TeJo hebben we een antwoord kunnen geven op de immense wachtlijsten in de reguliere zorg. Met mentale problemen moet je wachten op hulp, terwijl het acuut is. Als je appendix ontstoken is, zeggen ze ook niet dat je enkele maanden moet wachten. Hulp zoeken is geen schande, als je ziek bent ga je ook naar de dokter. De rol van de katholieke kerk is bijna uitgespeeld, TeJo neemt die rol over. Waar je vroeger naar een non of priester ging met je problemen, kan je nu bij TeJo terecht met psychische problemen. Waarom zouden we niet helpen als we kunnen proberen helpen. Mensen zijn belangrijk voor mij, het klinkt bijna als een slogan van Bond zonder Naam.