Hoe moet je verder na een ongeval of ziekte?

Het leven oppakken na een zwaar ongeval of leven met een ongeneeslijke ziekte kan niet makkelijk zijn. Slachtoffers worden dagelijks geconfronteerd met zware beproevingen maar proberen in veel gevallen toch terug aan de slag te gaan en het heft weer in eigen handen te nemen. Onze redactie zocht drie slachtoffers van zware ongevallen of ongeneeslijke ziekten op om te horen hoe zij uit het dal kropen, en hoe ze nu nog steeds om proberen te gaan met hun letsels. 

Zinedine Smets (23)

‘ik ga er nu veel beter mee om dan vroeger, nu kan ik het beter plaatsen.’

Op zijn 15e werd bij Zinedine vastgesteld dat hij Multiple Sclerose (MS) had. “Ik ga er nu veel beter mee om dan vroeger, nu kan ik het beter plaatsen. Beperkingen ondervind ik bijna niet, soms heb ik been- en rugklachten bij het werken of bij inspanningen. Door mijn ziekte heb ik vooral genoeg nachtrust nodig en mag ik bijvoorbeeld niet veel alcohol drinken, maar momenteel, aangezien ik 23 jaar ben, denk ik daar niet altijd aan. Ik ben ook jong en wil hier zo veel mogelijk van kunnen genieten.”

“Natuurlijk besef ik wel dat naarmate ik ouder word, ik meer rekening zal moeten houden met mijn ziekte. Want op latere leeftijd kan de ziekte wel voor blijvende schade zorgen. Maar daar ben ik nu nog niet mee bezig. Ik ben een persoon die vrij veel in het ‘nu’ leeft. Ik ben me ervan bewust dat het later misschien erger zal worden maar daar probeer ik nog niet te veel over na te denken.”

“Ik merk niet dat er anders met mij wordt omgegaan want dat wil ik zelf ook niet. Ik wil zelf liefst behandeld worden als de rest en niet anders bekeken worden. Ik zal dit zelf ook niet snel laten merken maar goede vrienden merken wel dat ik soms nood heb aan rust. Zeker wanneer ik uitga, zien mijn vrienden soms dat ik even moet gaan zitten om te recupereren.”

“Ik wil zeker geen medelijden van anderen wekken want daarmee zal de ziekte niet verholpen worden. Ik heb liefst dat mensen me als de rest behandelen, ik heb een ziekte maar die is momenteel perfect onder controle. Ikzelf zie geen enkele reden voor een voorkeursbehandeling, dat zou ik zelfs niet willen.”

“Bij mij werd de ziekte pas vastgesteld op mijn 15e. In het begin was het zwaar en wilde ik vooral weten waarom ik de ziekte kreeg. Ms is een ziekte die uit het niets kan opkomen en daar had ik het moeilijk mee maar inmiddels leerde ik ermee leven. Toen MS werd vastgesteld was de medicatie nog niet zo vergevorderd als de dag van vandaag. Het gaat veel beter dan vroeger. De medicatie gaat erop vooruit. Zo heb ik net nog nieuwe medicatie gekregen en ik reageer er zeer goed op. Het zal nooit weggaan maar ik heb ermee leren leven.”

“Normaal gezien heb ik nooit echt een aanval of dergelijke aangezien ik mijn medicatie zeer nauwgezet neem en erop let dat ik hiermee altijd in orde ben. Éénmaal heb ik een iets zwaardere aanval gehad waarbij ik last kreeg aan mijn ogen en een tijdje blind was aan één oog. Dit kwam vooral door vermoeidheid en doordat ik een aantal dagen slecht sliep. Aanvallen komen vooral voor als ik een aantal dagen na elkaar wakker zou blijven of bij extreme oververmoeidheid. Daarom moet ik er zeker opletten dat ik voldoende nachtrust heb en mezelf niet uitput.”

Arthur Vereenooghe (28)

‘Wanneer mensen mij vertellen over het ongeval kan ik mij wel inleven in de gebeurtenis.’

Arthur had op zijn twintigste een auto-ongeval en belandde met kritieke toestand in het ziekenhuis. “Aan mijn ongeval hield ik een erge hersenbloedingen over waardoor ik eigenlijk niets meer van mijn ongeval weet, daardoor durf ik ook zonder moeite in een auto stappen omdat ik geen trauma eraan heb overgehouden. Wanneer mensen mij vertellen over het ongeval kan ik mij wel inleven in de gebeurtenis. Ook van de eerste momenten dat ik bij bewustzijn was en van de tijd dat ik intern in het revalidatiecentrum verbleef, heb ik eigenlijk geen enkele herinnering.”

“Wat de dokters mij wel vertelden is dat ik ongeloofwaardige verhalen vertelde over wat er met mij gebeurd was. Die hersenbloedingen hebben nog veel meer schade aangericht , want ik kon praktisch niets meer: mijn evenwicht was weg dus ik kon niet meer wandelen, ik kon niet meer praten, ik had geen motoriek meer. Alles moest mij weer opnieuw aangeleerd worden via oefeningen in het revalidatiecentrum. Ergens in mijn geheugen zat het wel nog dat ik al die dingen kon, dus het duurde niet zo lang tot ik die weer had aangeleerd, maar je zag wel een duidelijk verschil tussen mij en mijn vrienden.”

“Met de gebreken die ik nog had, werd ik vooral geconfronteerd toen ik uit het revalidatiecentrum werd ontslagen en terug in het dagelijkse leven moest integreren, dat was heel frustrerend. Ik vroeg op die momenten ook veel aandacht aan mijn ouders, maar die konden me dat niet altijd geven. Die gevoelens van frustratie kropte ik dan ook op, want de gesprekken met de psycholoog liepen toen heel moeizaam. De mensen van het revalidatiecentrum hebben mij ook verteld dat de beste oefening gewoon het dagelijkse leven is, zo ben ik ook in veel handelingen snel vooruitgegaan. Ondertussen werk ik alweer een tijdje in de bouw en ben ik druk in de weer met een zeer grote renovatie van een huis. Het leven gaat gewoon verder en ik probeer altijd het beste ervan te maken.”

Annemie Dufromont (52)

“Mijn realisaties compenseren een deel van mijn handicap”

In oktober 2018 werd Annemie aangereden door een vrachtwagen met meerdere breuken tot gevolg.  “Het ongeval was uiteraard een ingrijpende gebeurtenis in mijn leven. Tot drie maanden na het ongeval was ik honderd procent arbeidsongeschikt. Wanneer je een eigen winkel uitbaat is dit natuurlijk niet ideaal maar ik kon rekenen op vrienden die me hebben geholpen in deze moeilijke periode en de winkel open hielden.  Daarna ben ik stilaan beginnen revalideren en kon ik zo stilaan weer zelf de winkel openhouden. Ik zal altijd twintig procent arbeidsongeschikt blijven, maar dat houdt me niet tegen om mijn dromen verder te verwezenlijken.”

“Vroeger ging ik vaak ‘all the way’ en was ik iemand die moeilijk kon stoppen eenmaal ik met iets bezig was, maar nu moet ik mezelf vaak een halt toeroepen en luisteren naar mijn lichaam. Om het fysiek draaglijker te maken, wissel ik staande taken vaak af met zittende taken. De pijn waar ik anders meer last van heb, voelt eigenlijk niet aan als pijn. Vanaf mijn knie tot boven mijn bekken voelt het alsof mijn spieren gespannen zijn met een ballon die te hard aangespannen is.”

“Ik had een speciale fiets nodig, dat was een aanpassing die mij voor het eerst confronteerde met mijn handicap, toen leerde ik pas echt omgaan met mijn beperking. De artsen vroegen mij vaak of ik nog wel op een fiets durfde zitten, maar negen maanden na het ongeval fietste ik alweer. Fietsen doe ik nu wel enkel nog als het nodig is, voor het ongeval deed ik dat ter ontspanning. De enige plaats waar ik met de fiets of gelijk welk voertuig nooit meer kom, is de plaats van het ongeval.”

“Als ik in de avond thuiskom van mijn werk, heb ik veel pijn en ben ik ook heel moe. Daarom werd mijn gezin ingeschakeld als mantelzorg omdat ik bepaalde zaken zelf niet meer kon en zelfs nu nog niet kan. Maar dan staan zij klaar om te helpen. Taken die ik nu nog niet kan worden door hen gedaan of gebeuren simpelweg niet (lacht). Maar dankzij de hulp van die mensen sta ik waar ik nu sta, mijn winkeltje heeft een serieuze renovatie ondergaan en ik heb nog vele plannen voor de toekomst. Die realisaties compenseren dan ook een deel van mijn handicap.”