Cumbre Vieja voor de vulkaanuitbarsting. Foto: Martin Lovekosi © Flickr

“Het huis van onze buren staat er nog, dat van ons is onbewoonbaar verklaard”

Zondagavond barstte de vulkaan Cumbre Vieja uit op het Canarische eiland La Palma. Sindsdien stroomt er nog steeds lava langs de flanken naar beneden. “Het is een grote ramp”, zegt Karel Brummer, die samen met zijn vrouw Marja vakantiehuis Finca Paraiso uitbaten.

“Mijn vrouw en ik baten al drie jaar een vakantiehuis uit in La Palma. Momenteel liep alles goed, tot nu, lacht Karel. Vrijdag hoorden we dat het beter was om het gebied te verlaten. Mijn vrouw en ik trokken terug naar Nederland samen met onze belangrijkste spullen. We hadden nooit gedacht dat de uitbarsting zo erg zou zijn. In het begin dachten we dat onze huizen aan de ramp zouden ontsnappen, maar niks was minder waar. Maandag keerden ik en mijn vrouw terug naar het eiland en zagen we met eigen ogen toe hoe ons huis verwoest was. We wisten dat we niet veel konden doen, maar toch wil je het liefst je huis zien. Niet alleen het vakantiehuis, maar ook ons huis en het zwembad is helemaal verwoest. Het huis van onze buren is volledig omsloten door lava, maar dat staat nog. Ons huis is onbewoonbaar verklaard. Momenteel logeren mijn vrouw en ik bij vrienden, maar aangezien de experts zeggen dat het nog zeker een maand kan duren, heb ik geen idee hoe we dit verder zullen doen.”

Hulpdiensten kunnen niet veel doen

De lava blijft maar naar beneden stromen, zegt Karel. “Hulpdiensten kunnen niet veel doen tegen de opkomende lava. Heel ons gebied is overdekt door een zwarte rookpluim. We worden momenteel overspoeld met berichten van familie en vrienden, wat heel hoopgevend is. Maar dat verandert niets aan de situatie natuurlijk. We weten ook niet wat we moeten doen aangezien we niet veel kunnen doen. We proberen te redden wat er te redden valt.”

Grote onzekerheid

“Wat er ons nog allemaal te wachten staat is onzeker. Doordat onze vakantiehuizen beschadigd zijn, valt ons inkomen volledig weg. Het is de eerste keer dat ik zo’n ramp meemaak, maar hopelijk ook de laatste keer, reageert Karel nuchter.”