Getuigenissen uit Wallonië: ‘Hun mond viel open’

Tussen dertien en vijftien juli werd België geconfronteerd door zware overstromingen in het zuiden van ons land. Vele mensen werden door de wateroverlast getroffen, ruim 38.000 woningen raakten beschadigd en 642 huizen werden zelfs volledig verwoest. Om die mensen te helpen zijn zo’n 10.000 helpende handen afgezakt naar Wallonië. Ze getuigen over hun ervaringen ginds.

Jan Standaert is één van de vrijwilligers die is gaan helpen in Wallonië, hij verbleef van 25 juli tot 6 augustus in de provincie Luik. Nadien is hij ook nog iedere week minstens één dag hulp gaan bieden in de gertoffen gebieden. Voor Jan was dit niet zijn eerste ervaring als hulpverlener, hij is al namelijk 49 jaar een Rode Kruisvrijwilliger en heeft al geholpen in Nepal, Haïti en dergelijke. “Wat wel confronterend was, is dat deze hulpverleningsactie zo dicht bij huis was”, verzucht Jan. “Normaal komt dit voor in ontwikkelingslanden, maar niet in België.”

Op emotioneel vlak overheerste er toch wat woede door de attitude van bepaalde mensen. “Ik ben heel sociale, betrokken mensen tegengekomen, maar ook profiteurs, die het heel gemakkelijk vonden dat ze niet zelf moesten koken. Dat neemt niet weg dat ik ook sterke mensen ben tegengekomen die hun verantwoordelijkheid opnamen en die met de weinige middelen die voorhanden waren toch het heft in eigen handen hebben genomen.”

“Ik heb het gevoel dat ik op de wereld ben gezet om mensen te helpen”

Jan Standaert

Jan is verpleegkundige van opleiding. Hij heeft op intensieve zorgen gestaan en was een vaste waarde op de spoeddienst. Daarom zegt hij zelf dat hij een ‘dik vel’ heeft. “Je moet leren je uniformjas uit te doen en op dat ogenblik ook de knop om te draaien.”

Ook Mieke Van Poucke stak de handen uit de mouwen in het rampgebied: “Ik had er geen woorden voor.”

Mieke Van Poucke was ook een van de vrijwilligers die de slachtoffers hulp ging bieden. Ze was er op vakantie en besloot te gaan helpen, onder meer bij een ouder koppel waar de ravage niet te overzien was. “Het tuintje achter hun huis was volledig overspoeld door de rivier die wat lager lag”, vertelt ze. “Het moet verschrikkelijk zijn om zoiets mee te maken, ik had er geen woorden voor.”

“De bewoners van de getroffen gebieden wisten met hun dankbaarheid geen blijf. Ze vonden het ongelooflijk dat er mensen van ver weg en uit de buurt het besluit namen om hen te hulp te schieten. Ze waren zo blij en tegelijkertijd zo overdonderd met de hulp die ze kregen, iets wat ik zelden gezien heb.”

Heel wat mensen zagen het als hun plicht om de slachtoffers hulp te bieden, vanaf dat ze het nieuws vernomen hadden. Zo ook Mieke: “Ik zou waarschijnlijk ook gaan helpen zijn moest ik mij op dat moment al niet in de regio bevonden hebben. Ik had al wat ervaring, want vroeger hielp ik al bij een grote ramp in Sri Lanka”, licht Mieke toe. “Ik ken de streek goed want ik ga er al van kinds af aan naartoe, en dus had dit ook op emotioneel vlak een grote impact op mij. Je ziet allerlei materialen en meubels ronddrijven in de rivier waar je als kind nog in hebt gespeeld. Ik heb er nog ruim een week mee in mijn hoofd gezeten. Het was om stil van te worden.”

Goede leerschool

Ravage door overstromingen

Niet enkel het Rode Kruis stond de slachtoffers van de watersnood bij. Ook zijn er zes leerlingen en twee leerkrachten van de Victor Hortaschool uit Evere afgezakt naar het fel getroffen Pepinster. De leerlingen en leerkrachten zijn er een volledige dag gaan helpen. Eén van de leerkrachten was een week eerder op locatie en toen merkte hij dat er sinds de overstromingen niet veel was gebeurd. “Er lagen nog autowrakken op straat, het was precies een oorlogsfilm.”

Daarom stelde hij voor aan zijn directeur om met enkele leerlingen van de richtingen Houtbewerking en Centrale verwarming naar daar te gaan en in een lokale school de klaslokalen in orde te brengen zodat ze terug naar school kunnen. “Eigenlijk was dit een win-win situatie, de mensen in Pepinster waren blij dat we ze kwamen helpen en voor de leerlingen was het een praktijkoefening.” Bij de leerlingen was de confrontatie groot. “Hun mond viel open”, licht de leerkracht toe.  

“Ze waren echt onder de indruk, maar daarom waren ze wel extra gemotiveerd om hun handen uit de mouwen te steken.” Ook heeft de school enkele giften gedaan aan de lokale school in Pepinster, ze gaven een wastafel en een bureaustoel. Ook geeft de leerkracht mee dat ze binnen een paar weken opnieuw naar Pepinster trekken om een volledige week te gaan helpen. “Voor de leerlingen is het een week stage waarin ze de resterende klusjes gaan doen, niet enkel opkuiswerk maar ook zaken die in de leerplandoelstellingen staan.”

Enkele maanden na de ramp blijft er veel puin liggen.

Ook student Jordi De Koninck was één van de vrijwilligers ter plekke. Hij werkte toen voor het wielermuseum Koers en maakte met de bus een Ronde van België in het licht van het wereldkampioenschap. Bij de tussenstop in Aywaille besloten hij en enkele collega’s om de mensen te hulp te schieten. Zo gezegd zo gedaan, moeten ze gedacht hebben: ze liepen een getroffen hotel binnen en gingen aan de slag. “De kelder was bijna volledig ondergelopen en we probeerden zoveel mogelijk spullen en etenswaren te redden, vertelt hij. De mensen waren op zich nog vrij positief, ondanks dat ze geen elektriciteit hadden en heel veel schade.”

Ondersteuning van Rode Kruis

Na de zware overstromingen zijn er al financiële giften geschonken aan het Rode Kruis, die in totaal zo’n slordige 35 miljoen euro opbrachten. De Waalse tak van het Rode Kruis heeft een plan opgemaakt voor de komende acht maanden. In dit plan komen meerdere hulpverleningen aan bod. In eerste instantie gaat de aandacht vooral naar de meest kwetsbare slachtoffers. Ook gaat er veel aandacht naar voedselhulp en steun vanuit het Rode Kruis aan lokale projecten. In het plan spreekt men ook over de tijdelijke huisvesting van de bewoners, er is nood aan tien opvangcentra om al deze personen op te vangen. Als laatste willen ze zo snel mogelijk de leerlingen uit de getroffen gebieden terug naar school krijgen.

Rode Kruisvrijwilligers aan het werk

Maar daar blijft het logischerwijs niet bij. Het Rode Kruis hielp daarnaast ook bij de voedselbedeling, die van deur tot deur ging. Naast de materiële zaken zorgt het Rode kruis voor psychosociale ondersteuning, niet enkel de bewoners kunnen hier hun hart luchten maar ook de vrijwilligers. Ook zijn er medische teams aanwezig die de mensen gaan verzorgen. En natuurlijk zijn er ook opruimwerken nodig om alles opnieuw proper te maken na de overstromingen en daarbij helpen ook de poetsproducten die het Rode Kruis levert.