Bij geen enkele sport is de loonkloof tussen mannen en vrouwen zo groot als bij voetbal. Foto: Unsplash

Loonkloof tussen mannen en vrouwen in de sport blijft groot

Twee weken geleden uitte de Belgische judoka Charline Van Snick in een open brief haar ongenoegen over de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in de sportwereld. Hoewel de situatie verbetert, gaat het enorm traag. De loonkloof tussen vrouwelijke en mannelijke atleten ligt nog steeds op 20 procent.

Gemiddeld ligt het loon van mannelijke sporters 20 procent hoger dan dat van hun vrouwelijke collega’s. Mannelijke voetballers verdienen zelfs gemiddeld 40 keer meer dan vrouwen. Toch is er de laatste jaren een positieve evolutie aan de gang. Dat blijkt uit een onderzoek van de BBC (openbare omroep van het Verenigd Koninkrijk, red.). Die vergeleek de lonen van sportmannen en sportvrouwen in 2014 en 2017. De omroep vergeleek de situatie bij 55 sporten. In 2014 lag de gemiddelde loonkloof nog op 30 procent, in 2017 op 17 procent.

Hoewel we de juiste weg opgaan, is er nog veel werk aan de winkel. Vooral bij sporten zoals voetbal, cricket en golf zijn de verschillen het grootst. Voetballers Cristiano Ronaldo en Lionel Messi staan jaarlijks op de Forbes-lijst van de bestbetaalde sporters. In 2018 stond geen enkele atlete op de ranking van miljardairs. Een jaar eerder stond de Amerikaanse tennisster Serena Williams op de lijst, maar zij verloor haar plek, omdat ze was bevallen en niet meer kon deelnemen aan toernooien.

Niet onmogelijk

Sportvrouwen kunnen wel degelijk evenveel verdienen als mannen. Vooral in de wintersporten liggen de lonen voor beide geslachten op dezelfde grens. Ook op het tennistoernooi Roland Garros krijgen zowel de winnaar als winnares 2,3 miljoen euro aan prijzengeld. Ook op de andere grandslamtoernooien gaat de vrouwelijke winnaar naar huis met evenveel geld als de mannelijke. Maar hoe komt het dat niet elke sport even veel prijzengeld voorziet?

In de open brief vertelt Van Snick dat media-aandacht en sponsoring het grootste probleem vormen. Het argument voor die verschillen is vooral dat vrouwensporten economisch minder renderen. Volgens Van Snick kan je ook niks uit de vrouwensport halen als je er niet in investeert. In de brief kaart de judoka aan dat je uitzonderlijke prestaties moet leveren als vrouw voordat je de verdiende media-aandacht krijgt. Denk maar aan Nafi Thiam en Kim Clijsters.

In de voetbalwereld is de ongelijkheid nog steeds het grootst. Toch zijn er landen die het probleem aanpakken. De vrouwelijke nationale elftallen van Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië, Noorwegen en Engeland verdienen evenveel als de mannelijke. Toch heeft de voetbalwereld nog een lange weg te gaan. Tijdens het wereldkampioenschap in 2018 kreeg de mannelijke winnaar (Frankrijk) bijna achttien keer meer prijzengeld dan het vrouwelijke elftal van de Verenigde Staten in 2019 bij de overwinning op het WK.

Als we op die manier verder doen, zal het volgens Van Snick een eeuw duren voordat vrouwen in elke sporttak evenveel zullen verdienen als mannen. De open brief kan op veel steun rekenen van andere Belgische vrouwelijke sporters. Onder andere voetbalster Tessa Wullaert, ex-tennisster Justine Henin en basketbalspeelster Emma Meesseman ondertekenden de brief.

Lees de open brief hier.