Om op pointes te dansen, heb je meer nodig dan de schoenen en linten. Foto: Margit Ghillemyn

Het verborgen hulpmiddel in een pointe

Waar denk je aan bij ballet? Velen zullen tutu’s en pointes zeggen, maar ballet is veel meer dan dat. Denk maar aan adagio, demi-pointes en teenhoesjes. Doe je danstenue maar al aan, want vandaag gaan we op reis door de wondere wereld van het ballet.

Heel wat mensen zien de balletwereld als een universum van roze, tule en pirouettes. Maar de dans is een serieuze sport die veel controle en lenigheid vraagt. Dat komt bijvoorbeeld allemaal samen in de adagio. Dat is een heel trage oefening, die vooral draait om controle en beenbewegingen. Vandaag gaan we dieper in op een onbekend voorwerp dat bij die sport hoort. Dus met een grand-jeté springen we de teenhoesjes tegemoet.

Demi-pointes zijn de basic balletpantoffels. foto: Margit Ghillemyn

Schoenen zijn een essentieel onderdeel bij ballet. Vrouwen dansen vaak op pointes, terwijl mannen en kinderen eerder demi-pointes dragen. Demi-pointes zijn de zachte canvas of leren schoenen waarmee je gewoon op je tenen kan staan. Pointes hebben een harde zool en top, omdat je ermee boven op je tenen kan staan.

Blaren
Iedereen heeft wel al eens (een afbeelding van) pointes gezien. De roze schoentjes met de platte top en de linten zijn misschien wel hét symbool van ballet. Sinds 2018 zijn er ook donkergekleurde pointes te koop. Daardoor moeten ballerina’s met een donkere huidskleur hun pointes niet meer kleuren met toneelmake-up, zodat hun schoenen bij hun huidskleur aansluiten.

“Sommige professionele ballerina’s gebruiken papieren handdoekjes, sokken, tape of vervormbare klei.”

Maar om op pointes te dansen, is er ook een onzichtbaar onderdeel: het opvulsel bij de tenen. Dat moet blaren, drukplekken en pijn voorkomen. Sommige professionele ballerina’s gebruiken papieren handdoekjes, sokken, tape of vervormbare klei. Maar heel wat professionals en amateurballerina’s dragen teenhoesjes.

Teenhoesjes hebben de vorm van een halve maan en gaan rond de tenen of het middenvoetsbeentje. Ze moeten de druk verlagen als je op je tenen staat, dus zijn ze gemaakt van zachte materialen zoals mousse of rubber. Allebei de soorten hebben voor- en nadelen.

De box van een pointe is het voorste deel, waar de tenen en voorvoet in zitten. Foto: Margit Ghillemyn

Dik
Hoesjes uit mousse zijn vaak het eerste paar in het leven van een ballerina. Ze zijn goedkoop en je krijgt waar voor je geld. Daarnaast zijn ze dik en dus zacht. Maar er zijn ook nadelen. Als je de hoesjes vaak draagt, verslijten ze en worden ze dun. Daarnaast zijn ze ook niet echt mooi, de gelige mousse en beige stof zijn niet echt een streling voor het oog. Een laatste nadeel is dat ze vrij dik zijn. Daardoor kan het zijn dat je weinig plaats hebt in de box van je pointe, waardoor je je voet niet goed kan strekken.

Dat laatste is bij gel minder het geval. De hoesjes zijn veel dunner, maar absorberen nog altijd de schokken. Anders dan die uit mousse, is de variant gemaakt uit gel er in allerlei kleurtjes en verslijten ze minder snel. Door de structuur zijn ze antibacterieel en makkelijk schoon te maken. Maar toch heeft de substantie ook een nadeel. Als je het hulpmiddel blootvoets draagt, kan er zweet in het hoesje blijven. Daardoor kunnen de tenen vochtig worden.

Sowieso worden de hoesjes vochtig tijdens het gebruik. Als je je hoesjes dan laat zitten, kan het vocht niet verdampen en gaan je pointes sneller stuk. Nog een weetje om het af te leren. Ook Ierse dansers kunnen ze gebruiken voor meer comfort in hun harde schoenen. En comfort is misschien wel het sleutelwoord in heel dit verhaal.