De relatie tussen Europa en China blijft een moeilijke kwestie Foto: Pixabay

Europa met of zonder China, een groot verschil

De handel tussen de Europese Unie en China is een relatie met veel hoogtes en laagtes. China is sinds enkele maanden de grootste handelspartner van Europa, maar het land schendt nog steeds de mensenrechten. Kan Europa nog zonder het Oost-Aziatische land en waarom blijven grote straffen zo lang uit?

China stak een paar maanden geleden de Verenigde Staten voorbij als grootste handelspartner van Europa. De globale handelswaarde tussen China en Europa is 586 miljard euro. Sinds het Oost-Aziatische land zich in 1978 openstelde voor de rest van de wereld heeft het zich sterk ontwikkeld. Onder leiding van president Xi Jinping werd China de tweede grootste economie van de wereld. De vraag is natuurlijk of dat wel zo’n goed gegeven is?

Volgens Geert Bourgeois, Europees Parlementslid NV-A, is dat niet zo slecht: “Wij hebben China nodig en zij ons. Het is allesbehalve slecht dat het land zich zo heeft ontwikkeld de laatste jaren. Het kan alleen maar de kwaliteit en het transport ten goede komen. Europa en China kunnen niet zonder elkaar”, zegt Bourgeois. De snelle ontwikkeling van het land zien we ook terug in de laatste nieuwe cijfers van statistiekbureau Eurostat. China zou goed zijn voor zo’n 16% van de wereldwijde export, Europa voor 15%.

Relatie onderhouden

De relatie tussen China en Europa blijft ongemakkelijk. De China’s ogen is interne stabiliteit belangrijker dan de mensenrechten, milieu en werkomstandigheden. Europa heeft daarentegen democratie en mensenrechten hoog in het vaandel staan. Toch doen de twee grootmachten er alles aan om hun relatie te onderhouden. Eind vorig jaar werd een investeringsovereenkomst bereikt. Even leek die de ideale relatietherapie te zijn, maar enkele dagen geleden besloot de Europese Commissie om dat voorstel op te schorten. De verstandhouding met China over het voorstel was te verschillend.

Europa exporteert voornamelijk voertuigen, vliegtuigen en chemicaliën naar China terwijl wij vooral speelgoed, machines, kledij en meubels krijgen van hen. De grote onzekerheid blijft de omstandigheden waarin arbeiders in China werken. “We moeten ervoor zorgen dat de producten die op onze markt komen niet gemaakt zijn door kinderen en er mag geen sprake zijn van gedwongen arbeid. Daarop moeten we volgens mij meer inzetten”, aldus Kathleen Van Brempt, Europees Parlementslid Vooruit.

Nike

Het is moeilijk om precies uit te zoeken hoeveel mensen onder slechte omstandigheden werken in China. Amnesty International, een vereniging die de mensenrechten controleert, spreekt over miljoenen inwoners die werken in slechte omstandigheden. Heel wat grote bedrijven zijn vestigden zich in China. Zo tikte het Europees Parlement en het Brits Parlement het kledingmerk Nike op de vingers. Volgens een rapport van het Australian Strategic Institute, een denktank op het gebied van strategisch beleid, is Nike de grootste klant van schoenenfabrikant Taekwang. In die fabriek werken Oeigoerse vrouwen in erbarmelijke omstandigheden.

De vestiging van die fabrieken in China is waarschijnlijk een van de redenen waarom Europa niet ingrijpt. De EU rekent op het gezond verstand van de grote bedrijven, maar dat loopt niet helemaal goed. Kledingmerken als Adidas, Ikea, Zara en Puma vinden allemaal hun weg in China. Op dit moment lopen er verschillende onderzoeken naar de Chinese vestigingen van de grote merken.

Europa kan niet zonder China, dat komt door het grote hoge export-en importcijfer. Europa werkt al jaren aan de relatie met China. Als het nu grote straffen zou opleggen, kan China zich helemaal gaan keren tegen Europa en zijn we terug bij af. Aan de andere kant moet Europa zich ook kritischer opstellen tegen China. Hoe Europa een keuze kan maken zonder te verliezen, moet de toekomst uitwijzen.