Column: Als een smartphone zonder oplader

Davien Planckaert is studente Journalistiek. Ze houdt van feestjes – zonder alcohol – en gaat helemaal op in haar rol als chiroleidster. Daarnaast staat ze altijd open voor een discussie over het leven. Vandaag geeft ze haar kijk op de coronacrisis die haar studentenleven domineert.

Hoe is het om student te zijn in een wereldwijde pandemie? Wel, bwa. Het leven is al leuker geweest. Terwijl ik dit aan het schrijven ben, hoor ik de commentaren die onder deze column zullen verschijnen: “Och meiske, jij hebt duidelijk de wereldoorlog niet meegemaakt.” Ik heb de wereldoorlog inderdaad niet meegemaakt. Wat ben ik daar dankbaar voor. Veertigplussers die mij daarop wijzen, terwijl ze zelf nooit de oorlog hebben meegemaakt, kan ik moeilijk vatten. Wat weten jullie van de oorlog? Even weinig als ik. Wat weten jullie van onlinelessen? Veel minder dan ik. Wanneer Joël De Ceulaer – een gerespecteerd columnist bij De Morgen – schrijft op Twitter dat studenten niet mogen doen alsof onlineles een ramp is, zit ik te denken aan de talloze eerstejaarsstudenten die geen nieuwe vrienden kunnen maken. Wat is een studentenleven zonder vrienden?

Het weekend. Dé ontspanning na een drukke werkweek. Fuiven, allesbehalve dansen op het ritme van de muziek, geeft me het gevoel dat ik leef. Mijn hart bonkt 300 keer per minuut.  Even al dat schoolwerk vergeten, maar dat blijft niet duren. De volgende dag dringt het besef door dat het geen goed idee was.  

Ik klaag dat ik niet kan uitgaan. Ongelofelijk zelfzuchtig. Twintigduizend honderdvijfennegetig mensen stierven aan dit rotvirus. Dat het uitgaansleven even on hold staat begrijp ik volledig. Toch voel ik me als een smartphone zonder oplader. Elke dag verbruik ik al mijn energie. Hoe ik kan mijn stekker in het stopcontact steken om me op te laden?

Dat we onlineles hebben, is logisch. Over twee jaar moeten we klaar zijn voor de arbeidsmarkt. Pech dat drie onlinelessen op een dag even uitputtend aanvoelen als tien kilometer lopen in de Sahara. En dan tel ik de taken nog niet mee. Eat, Sleep Rave, Repeat is ingeruild voor Eat, Sleep, Study, Repeat. De tijd gaat tergend traag voorbij. Ik staar uren naar een blauw scherm, zonder dat ik actief werk. Mijn productiviteit vermindert met de dag.  Toch verdienen de docenten in mijn hogeschool waardering. Zij doen er alles aan om lessen live te geven. Geen video-opnames van jaren geleden, wat bij sommige universiteiten wel werkelijkheid is.

De zomer was het enige lichtpunt tijdens de eerste lockdown. Even geen druk meer. De tweede lockdown duurt eeuwen. Welke perspectieven hebben we nu? Gezellig een kerstmarkt bezoeken gaat niet door. Oudejaarsavond vieren met vrienden is al helemaal uitgesloten. Zelfs de zondagnamiddag naar de jeugdbeweging gaan, is onmogelijk. Hoelang nog? Virologen en politici spreken voortdurend over “later”. Later kunnen we in groep afspreken. Later zijn er weer festivals. Later kunnen we opnieuw leven zoals voorheen. Maar wanneer is later? Is dat juli? Of is later wanneer ik afgestudeerd ben?

Niemand kan voorspellen hoelang de coronacrisis zal duren. Eén ding is zeker, als alles voorbij is, haal ik het studentenleven in. Ook al ben ik een 40-jarige gescheiden vrouw. Ik zie me al samen met mijn negentienjarige dochter vertrekken naar de Overpoort in Gent.