Wikimedia Commons

Zijn sociale media de nieuwe gatekeepers van de maatschappij?

Journalisten werden lang gezien als de poortwachter van de maatschappij. Zij bepaalden altijd welk nieuws op welke manier de mensenmassa bereikt. Door de opkomst van sociale media in de 21ste eeuw vervaagt deze rol steeds meer. Het gaat zelfs zo ver dat sociale media deze rol zelf beginnen over te nemen. Hoe doen ze dat?

Vannacht legde YouTube, het videoplatform van Google, de extreemconservatieve nieuwszender One America News Network (OAN) een verbod op: een week lang geen nieuwe video’s delen. Het videokanaal kan ook geen geld verdienen dat het uit reeds gepubliceerde content zou verdienen. Het pro-Trump-medium weigert nog steeds de verkiezingsuitslag in de Verenigde Staten te aanvaarden of erkennen. Deze eerste tijdelijke ban is een waarschuwing. Als OAN terug geld wil verdienen via YouTube, moet het bewijzen dat het ‘de aangekaarte problemen’ heeft uitgeklaard.

Ieder kwartaal publiceert Google een transparantierapport, waarbij het onder andere vermeldt hoeveel YouTube-kanalen en diens videos worden verwijderd, en waarom. Tot en met september van dit jaar verwijderde de mediagigant net iets minder dan 5,8 miljoen kanalen, gezamenlijk goed voor meer dan 117-miljoen video’s. In 2019 verwijderde het zelfs meer dan twaalf miljoen kanalen, goed voor meer dan 259-miljoen verwijderde video’s.

Waarom wordt deze content precies verwijderd? Een kanaal wordt verwijderd als het binnen het kwartaal drie verschillende communityrichtlijnen overtreedt. Dit is amper 0,3% van de gevallen. Meer dan 85% valt onder de categorie ‘spam, misleidend en scam’. Deze accounts volharden in het delen van incorrecte informatie of valse beloftes.

Twitter geeft context
Twitter kreeg in het verleden kritiek vanwege Amerikaanse democraten dat het de Amerikaanse president Donald Trump een platform zou geven om onwaarheden te verspreiden. In mei van dit jaar corrigeerde Twitter voor het eerst een tweet. Dit was een tweet van Trump waarin hij stemmen per post als frauduleus verklaart. Daaronder plaatste het sociale media-netwerk een link over hoe stemmen per post feitelijk werkt. Dit doet het onder het mom van context geven, niet als factcheck.

Op 25 mei 2020 werd de Afro-Amerikaanse man George Floyd vermoord door de blanke politieagent Derek Chauvin in Minneapolis. Dit zoveelste voorval van politiebrutaliteit tegen minderheden in de Verenigde Staten leidde tot veel vreedzame protesten, maar ook tot rellen. President Trump reageerde in een tweet dat het leger de gouverneur zou bijstaan: “Wanneer het plunderen begint, begint het schieten.” Volgens Twitter schendt dit de Twitter-regels tegen het verheelijken van geweld, maar het bericht wordt niet verwijderd ‘in het algemeen belang’.

In juli eerder dit jaar werden de toplui van Facebook, Google, Apple en Amazon geïnterpelleerd in het Amerikaanse Congres. Zij werden ondervraagd over eerlijke concurrentie en slavenarbeid, maar ook of ze wel politiek neutraal zijn. “Ik denk niet dat private bedrijven dergelijke beslissingen zelf moeten nemen. Daarom pleitte ik vorig jaar al voor nieuwe wetgeving voor het internet”, reageerde Facebook-CEO Mark Zuckerberg.

Hoewel Zuckerberg vindt dat internetsites geen ‘arbiter van de waarheid’ moeten zijn, werkt zijn bedrijf wel al enkele jaren samen met het International Fact Checking Network. “Dit doen we om de echt zware leugens recht te zetten”, vertelde de mediagigant eerder dit jaar.

In mei ondertekende Donald Trump reeds een decreet dat sectie 230 van de communicatiewetgeving zal herzien. Die sectie geeft sociale media immuniteit tegen gerechtelijke vervolgen wegens inhoud van derden en geef hen de kans om in te grijpen op hun platform. Dit moet volgens Trump ingeperkt worden, omdat sociale mediabedrijven volgens hem aan censuur doen en, dus, die immuniteit moeten verliezen. Steve DelBianco, voorzitter van een handelsgroep met onder meer Twitter, Facebook en Google, vindt dat het besluit “het grondwettelijk recht op vrije meningsuiting van sociale mediabedrijven beperkt.”

Sociale media begrijpen de regio’s niet
De Servische radiojournalist Dasko Milinovic staat in zijn land onder meer bekend voor zijn satirische twitteraccount ‘Zapad Todorovic’. Via die weg probeerde hij acht jaar lang tegengewicht te bieden op online fascisme en de rechtse Servische regering. In augustus werd zijn twitterprofiel permanent verwijderd omdat het de richtlijnen van het sociaal netwerk zou overtreden. Volgens hem is dat het resultaat van een groep extreemrechtsen die hem rapporteerde. Het Servisch is een taal dat Twitter niet herkent en volgens Milinovic worden zijn tweets en de politieke situatie verkeerd ingeschat. In een podcast van Howest-studenten en Servische studenten uit Novi Sad legt Dasko Milinovic uit waarom zijn account is verbannen.

Tussen 2016 en 2017 vond in Myanmar een genocide plaats op de Rohingya-gemeenschap. Dit is een gemarginaliseerde moslimgemeenschap in het land waar sociale media een relatief nieuw gegeven is. Op Facebook verschenen al enkele jaren haatberichten tegenover de Rohingya en valse informatie over het volk. De techgigant was al sinds 2013 op de hoogte van deze berichten, maar reageerde toen niet. Hoewel er toen meer dan zeven miljoen actieve gebruikers uit dat land waren, had het bedrijf amper vier werknemers in dienst, die enkel Birmaans spreken, die deze berichten behandelden. Die stroom aan haat leidde uiteindelijk tot een genocide, waarvan Facebook in 2018 wel toegaf dat het te traag reageerde.

Hoewel sociale media vandaag steeds meer macht en invloed hebben, blijkt het reguleren van hun platform nog steeds een lastig gegeven. Er is een dunne lijn die bepaalt in hoe ver ze kunnen gaan in de regulering hiervan. Wat moet verwijderd worden? Waar hoort een factcheck? Beperken zij de vrijheid van meningsuiting of net niet? Dit zijn vragen waar sociale netwerkbedrijven de komende jaren oplossingen voor moeten vinden.