In België sterven jaarlijks 140 vrouwen aan huishoudelijk geweld. (c) Pixabay

Reeks: Geweld en liefde een fijne grens – deel 1

Vandaag is het de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen. Gebouwen, zoals het MAS kleuren vanaf vandaag oranje. Dat tot en met de dag voor de rechten van de mens op 10 december. Zo wordt meer aandacht gegeven aan geweld tegen vrouwen. Hier laten we Conny V. aan het woord. De 48-jarige vrouw deelt ons haar ervaring met huishoudelijk geweld.

‘De eerste twee jaar leek alles nog redelijk rooskleurig. Het begon allemaal toen ik mijn kinderopvang opdoekte om in zijn bedrijf te gaan werken. Ik volgde zelfs specifieke opleidingen om mijn job bij zijn bedrijf beter te kunnen doen. Toch bleef hij me kleineren en noemde hij me vaak dom. Als we dan na het werk iets gingen gaan drinken stelde hij me voor als zijn collega en niet als zijn partner.

Na een paar jaar liep ik op het werk een schouderblessure op. Ik moest geopereerd worden aan mijn bicepspees, want die was gescheurd. Na mijn operatie wilde hij me zelfs niet komen halen. Ik verzorgde me dan ook alleen. Zelfs alle huishoudelijke taken waren voor mijn rekening. Ik had het geluk dat een vriendin me af en toe kwam helpen, want op zijn hulp hoefde ik niet te rekenen. Daardoor kon ik mijn job, in zijn bedrijf niet meer aan. Hij bestempelde me als nutteloos, waardeloos en thuis als zijn persoonlijke meid.

De beperkende wand

Toen we ongeveer 6 jaar samen waren, besloot hij om een punt te zetten achter onze relatie. Later bleek dat hij bij het uitgaan een nieuwe vriendin had. Tussen het dreigen door probeerde ik een nieuw appartement te vinden. Ik begon al verschillende dingen in te pakken. Plots beschuldigde hij me van diefstal. Ik viel compleet uit de lucht. Toen ik die avond thuiskwam stond er plots een wand. Ik had daardoor enkel toegang tot de slaapkamer en badkamer. Ik had dus geen keuken, leefruimte en alle voorzieningen die daarbij horen.

Geen beschrijving beschikbaar.
Conny had geen toegang tot een groot deel van haar woning door deze muur. (c) Conny V.

Dat was voor mij de druppel. Ik belde de slotenmaker, maar hij kon me niet meteen helpen. Ik voelde me machteloos, dus besloot ik foto’s van de wand op mijn Facebook te plaatsen. Dat met zijn naam en voornaam. Na een tijdje besefte ik dat dit toch niet de juiste aanpak was en besloot het weer van mijn profiel te halen.

Hevige woorden die leiden tot fysiek geweld

Ik had geen geluk. Hij had de post al gezien en toen begonnen tal van bedreigingen te vloeien. Toen hij die avond thuiskwam heeft hij me uit mijn slaap gerukt met hevige woorden. Het bleef dan ook niet bij verwijten. Hij greep me bij de keel toen ik mezelf verdedigde. Ik had gelukkig de moed om me los te rukken, waarmee de ‘ruzie’ afgesloten werd.

Het fysiek geweld was me te veel. De woorden kon ik nog slikken, maar me bij mijn keel nemen ging te ver. Ik besloot dan ook de politie te bellen om een klacht in te dienen. Hij wist er van door een vriendin van mij die het aan hem had gezegd. Hij vertelde de politieagenten dat ze zijn huis niet mochten binnenkomen zonder een huiszoekingsbevel. Gelukkig wisten de agenten dat ik ook gedomicilieerd was op het adres. Zo hadden ze dus het recht om binnen te komen en stelden we de PV op.

Uiteindelijk brak hij de wand af, zodat ik kon verhuizen. Nu woon ik samen met mijn nieuwe vriend en ben ik veel gelukkiger. Met mijn oude trauma’s worstel ik nog vaak, maar ik heb mijn leven opnieuw in eigen handen.’