Het Oostende van James Ensor: “Hij was een duivelse komiek.”

Oostende bruist niet meer van het volk. Het MU.ZEE waar een aantal Ensors te bewonderen zijn, is dicht, de cafés en restaurants zijn dicht. De deuren van de cultuursector mogen dan wel gesloten zijn, gelukkig staat ons hart nog open. Via de applicatie Ensorwandeling van de stad Oostende ontdek ik stap voor stap het Oostende van James Ensor. De kaart en de audiobestanden nemen me mee naar dertien plaatsen waar nog een stukje van Ensor te vinden is. Ik heb mijn camera stevig in de hand en de elastiekjes van mijn mondmasker knuffelen mijn oren. Ik waag mij tussen een zee van maskers, licht en doodskoppen.

A group of people on a beach

Description automatically generated
Een verlaten strand in Oostende ©Justine Cottenie
A building with a green door

Description automatically generated
De voorgevel van het Ensorhuis in de Vlaanderenstraat ©Justine Cottenie

James Ensor is overal in Oostende al moet je er wel naar zoeken. Hoewel hij veel van zijn tijd doorbracht in Brussel, is Oostende echt zijn stad. Hij woonde een tijdlang in de Vlaanderenstraat, waar zijn oom en tante een souvenirwinkel uitbaatten.  Dat is nu deel van het Ensormuseum. De voorgevel van het donkergroene huis ziet er versleten uit. Ik heb zin om aan te bellen en de wankele trappen op te wandelen naar Ensors atelier en over de onafgewerkte canvassen te struikelen. “Hier woonde ik samen met mijn huishouder voor meer dan dertig jaar. Het is een erfenis. Eerst woonde mijn nonkel hier, maar ik erfde het huis in 1917. Dus nu woon ik hier. Ik heb lang bij mijn moeder en tante gewoond. Zij stierven beiden tijdens de oorlog in 1915. Mijn nonkel – de broer van mijn mama – stierf niet lang daarna ook. Hij woonde in dit huis”, klinkt het uit mijn oortjes. De app doet haar werk. 

Ensor ging graag op wandel in Oostende. Hij tekende en schilderde dan bijvoorbeeld de zee of het zicht uit zijn atelier. Zijn werk was ver van droog, er zat altijd een element van chaos in. Ensorkenner Herwig Todts omschrijft hem als een “duivelse komiek”. De zee, maskers en doodskoppen zijn prominente elementen in Ensors kunst. Todts gaat verder: ”Ensors kunstwerken en etsen zijn meestal niet wat ze lijken. Hij wou vooral het volk entertainen en vermaken. Hij zag zichzelf als een grote kunstenaar waar weinig van zijn collega’s aan konden tippen. Op het eerste gezicht lijkt het alsof hij een alomtegenwoordige doodsangst heeft als je naar zijn kunst kijkt. Maar, eenmaal je het kunstwerk ontleedt en analyseert gaat het gewoon om donkere humor. Dat is typisch iets voor Ensor. Hij schildert een portret van zichzelf waarbij zijn gezicht te zien is. Later verandert hij dat in een doodskop. Het zou een dekmantel kunnen zijn voor iets dieper, maar dat weten we niet zeker. Ensor was mysterieus en liet niet in zijn kaarten kijken. Hij deed zijn ding zonder achterom te kijken. Ik weet zelfs niet of een korrel zout genoeg is.” 

A picture containing indoor, room, bed, covered

Description automatically generated
The skeleton painter van James Ensor. Het werk dat hij veranderde van een gewoon zelfportret, naar een portret waar zijn hoofd als schedel wordt afgebeeld.  ©Wikipedia Commons

Striptekenaar en kunstenaar Peter van Heirseele, beter bekend als Herr Seele kan zich wel vinden in de humor van Ensor. “Er zit meer achter. De humor van Ensor is gelaagd. Niet iedereen is daar fan van. Ensor had zwarte humor en dat is niet voor iedereen weggelegd. Ik hou zelf ook van donkere humor. Er zijn natuurlijk dingen waar je niet mee kan lachen, bijvoorbeeld seksisme of de seksualiteit van iemand. Dat zijn zaken waar iemand geen controle over heeft. Grappen maken over de dood werkt relativerend. Iedereen gaat ooit dood, daar kan wel mee gelachen worden. Zonder humor is het leven zuur, we moeten af en toe eens goed kunnen lachen”, vindt Van Herseele. 

Een onzichtbare ode

Vlak naast het oude Ensorhuis, op de hoek met de Van Iseghemlaan troont een elegant, roomwit gebouw met “Ensor” in zwarte inkt op de gevel. De tekst op het scherm van mijn telefoon vertelt mij dat dit ooit een hotel was. Nu is het een bezoekerscentrum waar enkele werken van Ensor hangen. Ik kan natuurlijk alleen maar door het raam kijken, waar enkele werken eenzaam aan de muur hangen, damn you, corona. Mijn tocht gaat verder tot ik aan Vlaanderenstraat 7 terechtkom. Verscholen tussen de winkels zit een ingang tot de James Ensorgaanderij. Ik wandel net een overdekte markt binnen in een chique Londense wijk. Tegenover de galerij was vroeger “Cinema Forum” nu echter een Casa-fileaal. De cinema was van de vele plekken waar Ensor geregeld langsging. Hij was lid van de “Cinéclub d’Ostende. Een vereniging die hij mee oprichtte, hoor ik hem zeggen in het audiofragment die bij “Cinema Forum” hoort. Hij ontdekte er jong talent en de films daar waren alternatief en voor op hun tijd. Net zoals Ensors eigen kunst. 

A picture containing building, outdoor, street, sidewalk

Description automatically generated
De binnenkant van de Ensorgaanderij. Aan de overkant was vroeger Cinema Forum ©Justine Cottenie

Scotch en maskers

A person sitting in front of a building

Description automatically generated
Het huidige Café Falstaff op het Wapenplein Op de plaats van het originele café is nu een Mcdonalds.  ©Justine Cottenie
A picture containing photo, many, covered, person

Description automatically generated
“De intrede van Christus te Brussel” van James Ensor. Volgens Ensor was carnaval bijna even chaotisch als de intrede van Christus in Brussel ©Wikipedia

Naarmate ik doorwandel richting Wapenplein is er schijnbaar geen teken meer van Ensor, maar niets is minder waar. Tussen de vele (gesloten) restaurantjes vind ik Café Falstaff, Ensors favoriete café. “Er gaat bijna niets boven rondwandelen in de stad en daarna een glaasje drinken met vrienden of alleen.” Ensor ging altijd op pad gekleed in het zwart, van kop tot teen. Hij werd “het wandelende standbeeld” genoemd. Tegenover het café staat een statige oude kiosk. Daar zat Ensor toen hij in de jury zat om het beste masker van carnaval te verkiezen. Natuurlijk was hij de voorzitter van die jury. “Er werd nergens carnaval gevierd zoals in Oostende. Weken, zelfs maanden op voorhand kon je overal maskers kopen. Iedereen versierde zijn masker naar eigen smaak. Tijdens carnaval zelf stroomde het Wapenplein vol met fantastisch verkleedde mensen met hun masker op. Er was bijna evenveel volk als bij de doortocht van Christus in Brussel.” Ensor schilderde het werk “De intrede van Christus te Brussel” in 1888. Het is een van zijn grootste werken en waarschijnlijk ook een van zijn meest controversiële werken. Op het schilderij beeld hij een carnavalesk gebeuren af. Ergens in al de chaos is Jezus afgebeeld op een paard. Dat merk je echter alleen maar op als je het schilderij in detail bekijkt. Met het werk uitte hij kritiek op de samenleving van toen. Het werk viel dus niet bij iedereen in de smaak Nu hangt het in een museum in Los Angeles. Het kunstwerk werd geveild voor 9 miljoen euro. 

A picture containing building, outdoor, train, track

Description automatically generated
De kiosk waar de jury zat om het beste masker van carnaval te kiezen. Ensor was de voorzitter van die jury.  ©Justine Cottenie

Een beetje verder op het Wapenplein is het Feestpaleis.  Vroeger stond hier het oude stadhuis dat afbrandde tijdens een bombardement in de Tweede Wereldoorlog. Ook hier heeft James Ensor een verhaal over. Vroeger was een deel van het stadhuis een museum voor schone kunsten. Hij doet zijn beklag over hoe het museum geen enkel van zijn werken heeft tijdens de opening in 1897. “Alle andere kunstenaars uit Oostende hebben hun werk hier natuurlijk wel hangen, bijvoorbeeld Permeke. Tuurlijk hing er werk van Permeke in het museum, zijn vader was de curator. Na een aantal gesprekken kochten ze eindelijk een paar van mijn werken. Tijdens de oorlog in 1940 was er bominslag op het gebouw. Al het werk was weg, al mijn werk was weg.” 

A large tall tower with a clock on the side of a building

Description automatically generated
De toren van het oude stadhuis op het wapenplein. ©Justine Cottenie

Pro luce – voor het licht

James Ensor is licht. Hij is de zee, de adem van de zee. Het geluid van de meeuwen en de krijsende kinderen op het strand. Ik wandel naar het Leopoldpark en hou even halt voor het bloemenuurwerk waartegenover de buste van Ensor prijkt. “Ik heb de spreuk voor mijn buste zelf mogen kiezen toen ik baron werd in 1929.” In dat jaar werd zijn bekendste werk “Intrede van Christus te Brussel” tentoongesteld in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Een jaar later kreeg hij zijn eigen buste in het park met opschrift “Pro luce”, wat “voor het licht” betekent. “Als je het licht kan vangen, dan pas ben je een echte schilder. Velen zijn er bang van, maar ik niet. Ik ben een slaaf van het licht.” 

A statue of a person

Description automatically generated
De buste van James Ensor in het Leopoldpark. ©Justine Cottenie
Het standbeeld aan de zeelieden op de visserskaai. ©Justine Cottenie

Mijn wandeling gaat verder richting haven. Ik zie meteen het Zeeliedenmonument, als ik de Visserkaai nader. Ensor maakte mooie schilderijen van de vissersvrouwen en ook van de vis die hij wellicht regelmatig bij hen kocht “Door de invoer van buitenlandse vis, kwamen onze zeelui nog nauwelijks aan de bak. Op een dag werden ze zo boos dat ze de lading van een Engelse visser terug in de zee smeten. Daarna joegen ze hem weg uit de haven met hun boot. Het werd al snel een race tussen de Belgische zeelui en de politie. De politie sprong niet schaars om met hun kogels. De eindstand: drie doden en nog meer gewonden. De media bleven stil, dus nam ik zelf het heft in handen. Ik maakte etsen, tekeningen, schilderijen. Drie levenloze zeelui op het strand en vier politiemannen die erbij staan te kijken. Dat is er gebeurd, en dat heb ik ook afgebeeld.”  Het zeeliedenmonument eert alle verdronken en gestorven zeelieden.

Ensor weet hoe hij een verhaal moet vertellen, of het nu waar is of niet. Ensorkenner Todts schilderde hem af als iemand die zich graag amuseert en humor heeft die nog donkerder is dan zijn kleren. Hij was ijdel en ijverig. In elk hoekje en kantje van Oostende is er een stuk van hem overgebleven. Ensor heeft in zijn leven (1860-1949) meer dan 800 schilderijen gemaakt. Nu rust hij aan het Onze-Lieve-Vrouw-ter-Duinen-kerkje in Mariakerke, en gemeente die nu tot de stad Oostende behoort. Na 70 blijven er duidelijke sporen achter van de kunstenaar die waarschijnlijk nooit zullen vervagen. Ensor is en blijft, voor altijd.