Binnenkort parkeren we in Poperinge of Kortrijk misschien wel zelf in een drive-incinema. ©Flickr

Terug in de tijd met de drive-incinema

Schuiven we deze zomer allemaal aan in drive-incinema’s? Zeker is het nog niet, maar evenementorganisaties speculeren er wel op los. De drive-incinema lijkt de gedroomde tussenoplossing voor de cinematofiel die genoeg heeft van de slaapkamermuren. Poperinge, Kortrijk en Maldegem ontpoppen zich snel tot the place to be.

De geur van te zoute popcorn, die ene pixel op het scherm die maar niet van kleur verandert en de volgestouwde vuilbakken waar je je drankkarton na de film onmogelijk inkrijgt. Wie mist de cinema nu niet? Goed nieuws: de cinema lijkt terug te komen, alleen gaan we het dan een beetje anders doen en sta je nu volledig in voor je eigen beenruimte.

De drive-invariant doet denken aan een scène uit zowat elke coming-of-agefilm uit de nineties: twee koppen wapperende haren die hun prille tienerrelatie bezegelen op de achterbank van een felblauwe Ford Mustang – een klassieker. Maar functioneren die nieuwe filmtheaters ook zoals we ze ons inbeelden? Wat wel al duidelijk is: vanuit vogelperspectief lijken ze niet meer dan een autokerkhof.

Booming business

Een eerste voorstel kwam begin mei vanuit Kortrijk, vzw Dranouter, de organisatie achter het Festival Dranouter, volgde drie dagen later met een eigen – en ambitieuzer – plan en ook vanuit Oost-Vlaanderen gaan er in Lievegem en Maldegem nu stemmen op om de dorpspleinen om te bouwen tot imaginaire cinemazalen.

België pioniert niet met dit idee. In Duitsland, Iran en Litouwen organiseren ze de openluchtcinema’s al sinds het begin van de crisis. Of het nu op de parkeerplaats van een kunstmuseum of de lanceringsbaan van een vliegveld is, zo’n drive-incinema vergt nu eenmaal niet veel meer dan een scherm, een film en wat geparkeerde auto’s die geïnteresseerde klanten met zich meevoeren.

Net daarom komen de concepten nu als paddenstoelen uit de grond: het is de beste optie om binnen de grenzen van de coronavoorschriften mensen bij elkaar te krijgen, de organisaties verdienen er geld mee en het zorgt voor werkgelegenheid. Maar is het wel zo makkelijk om een drive-incinema te organiseren?

Kinderziektes

Hoe zit het bijvoorbeeld met de controle van de wagens en de cinemabezoekers voor ze de voor-de-gelegenheid-omgevormde parkeerplaats oprijden? Dragen we nog mondmaskers in de wagen, kunnen auto’s met een hoge uitstoot binnen en met hoeveel mag je in je auto naar de film? Een ding is zeker: in je auto heb je alvast veel meer tactische ruimte om je meegesmokkelde zakken snoep uit Kruidvat te verstoppen.

Ook de organisatie van het cinemaplein roept vragen op. Hoeveel auto’s kunnen parkeren, op welke afstand staan ze dan van elkaar en welke plaats wijst de parkeerwachter de bezoeker toe? First come, first served of gaan we voor een opbod voor plaatsen op de eerste – of liever de derde – rij? En wat met de cinemabezoeker die iets te gulzig genoot van zijn frisdrank en midden in de film naar het toilet moet?

Vragen die wat aandacht verdienen, maar die ook zullen krijgen. Want vooralsnog is het afwachten voor de organisaties de uitbouw van hun nieuwbakken filmtheaters definitief kunnen starten. Zonder vergunning komt er geen cinema, en daarvoor hebben ze de goedkeuring van de Nationale Veiligheidsraad nodig. En die heeft momenteel nog wat anders aan het hoofd.