Jonathan Bultynck beoefent de nieuwe windsurfdiscipline genaamd IFoil. © Antonio Bogaert

“Ik sta er helemaal alleen voor”

Hij is nog maar zeventien jaar en toch behoort Jonathan Bultynck nu al tot de top van België in de windsurfsport. De jonge windsurfer probeert zich vanuit het West-Vlaamse Aalbeke elk weekend te verplaatsen naar de kust om zijn trainingen te voltooien.

Wat heb je tot nu toe al met je sport bereikt?

“Ik ben drievoudig Belgisch kampioen windsurfen en haalde vorig jaar brons bij de junioren op het Wereldkampioenschap in Duitsland.”

Waar train je en hoe vaak sta je op jouw surfboard?

“Als ik wil trainen, moet ik sowieso naar de kust gaan. Iemand die de sport niet volgt, denkt dat ik alleen maar op de zee kan surfen. Dat klopt niet, want ik kan ook in De Spuikom in Oostende gaan oefenen. Dat is een bassin dat via een sluis uitmondt in de zee, een plas zoals wij het noemen, waar trainingen en zelfs wedstrijden plaatsvinden. Ik ga de laatste tijd meer op zee surfen, omdat De Spuikom te klein aan het worden is voor mij. Op zee kan ik ook zelf bepalen hoelang ik train. We hebben een appartement aan de zee waar ik bijna ieder weekend zit en overnacht.”

Hoe ziet een wedstrijd windsurfen eruit?

“Het is te zien aan welk type wedstrijd je deelneemt. Je hebt namelijk verschillende disciplines bij windsurfen. Ik won bijvoorbeeld drie keer het BK Big Techno, waarbij je zo snel mogelijk een bepaalde afstand heen en weer moet afleggen. Dat onderdeel bestaat wel maar tot zeventien jaar, dus daaraan mag ik niet meer deelnemen. Nu zit ik in de olympische klasse voor volwassenen van een discipline die nog niet lang bestaat, IFoil. Dat is eigenlijk een vin die onder de plank zit, waardoor het lijkt alsof je boven het water zweeft. Hierdoor heb je minder wrijving met het water en haal je hogere snelheden. Daarin wil ik dus een van de besten worden.”

Vind je in België genoeg kwaliteitsvolle opleidingsmogelijkheden om jezelf als windsurfer naar het hoogste niveau te tillen?

“Nee, totaal niet. In de jeugdklasse bij Big Techno heb je maar een of twee trainers. Die zijn wel goed, maar daarmee zal je nooit de wereldtop bereiken. In België is er zelfs nog geen trainer voor de nieuwe olympische discipline IFoil, waar ik nu volop mee bezig ben. Ik krijg dus weinig tot geen ondersteuning en doe zoveel mogelijk zelf. Ik sta er helemaal alleen voor. Gelukkig heb ik nog mijn ouders die mij steunen en me helpen met mijn materiaal. Ze zorgen ook voor vervoer, zodat ik vaak aan de zee kan trainen. Maar ik ben dus nog op zoek naar een trainer die mij kan verbeteren in die nieuwe discipline. Ik kan moeilijk tips krijgen van iemand die er zelf niets van snapt.” (lacht)

Welke ambities heb je nog?

“Ik wil zeker nog podiumplaatsen behalen op Europese en Wereldkampioenschappen. En daarnaast mij natuurlijk plaatsen voor de Olympische Spelen in 2024, in Parijs. Als dat nog te vroeg is, dan maar in 2028. Dat zijn allemaal competitiedoelstellingen, maar ik zou ook graag eens naar Engeland varen en zelfs terug als dat kan. Dat vraagt wel om heel wat voorbereiding en organisatie. Je moet ervoor zorgen dat je boten ter beschikking hebt en dat je de veiligheid kan garanderen. Ook de juiste windrichting speelt een rol, anders lukt dat nooit. Mocht ik daarin slagen, zou dat prachtig zijn.”