Wat mag het zijn voor u, mevrouw?

Justine Cottenie is studente Journalistiek. Ze houdt van sprankelende ogen, proeven van nieuwe talen en culturen en spelen met woorden en gevoelens (alleen die van zichzelf). Ze is altijd op weg zonder ooit haar bestemming te bereiken.

Toen ik vrijdagavond thuiskwam was het bewolkt. Wanneer ik links en rechts keek voor ik de straat overstak (safety first, natuurlijk) begon het al. Je weet wel die momenten op een barbecue met de familie wanneer er opeens een reusachtige wolk voorbijkomt. Normaal gezien maakt er iemand dan de opmerking, al dan niet in het plat dialect ’t zal nog lelijk doen vanavond. Snel daarna wordt alles opgekraamd en trekt iedereen zich terug in het huis van nonkel Rudy. Een hapje, een drankje, wat praten over de tegenvallende resultaten van de kinderen op school. Veel woorden kwamen er niet uit mijn mond. Tot nu toe bleef het bij voor mij een cola alsjeblieft en wat toestemmende knikjes bij de zoveelste hoe is ’t? Het vervelende is dat dit soort wolken niet snel verdwijnen, ook niet wanneer de zon het hardst schijnt.

Toen ik de vrijdagavond daarna thuiskwam hadden de wolken zich vermenigvuldigd. Het was zeven uur ’s avonds. Ik was nog iets gaan drinken. Mijn lippen wikkelden zich rond de rand van het glas maar verder heb ik ze niet veel gebruikt. Ik had geen alcohol gedronken, toch was het wazig in mijn hoofd. Opmerkingen zoals water is voor de vissen werden achterwege gelaten. Het is toch altijd hetzelfde. Als ze maar niet zien hoe ongemakkelijk ik me voel. Ik verberg snel mijn handen die bijna net zo hard trillen als mijn telefoon wanneer ik de vijftiende oproep van mijn ouders nog niet beantwoord heb. Hoe komt dat toch? Je bent jong en je wilt wat, maar wat jij wil staat niet gelijk aan wat ik wil.

Een introvert in een ruimte vol met extraverten plaatsen en dan verwachten dat hij of zij papegaai speelt, is net zoals de kleerkast van Jani Kazaltzis vervangen door leggings en fleecetruien. Dat loopt fout. Alhoewel ik graag anders was geweest, moet ik het hiermee doen. Ik weet nog altijd niet wat ik moet doen aan het schuldgevoel dat als een hongerige hamster aan mij knaagt wanneer ik niet spontaan een babbeltje kan slaan over whatever.

Ik sluit de hamster op in zijn kooi. Ik breek los uit de glazen kooi waarin ik me elke dag opsluit. Het nadeel is dat het glas mij snijdt. Ik weet dat scherven geluk brengen, maar wat als de scherven mijn geluk zijn? Wat als het glas zo diep zit dat ik het er niet kan uithalen? Wat als iedereen het ziet?

Deze morgen hoorde ik op de radio: Het is mistig, de mist is op sommige plaatsen aangevroren dus, het kan glad zijn. Het was ook glad. Ik ben niet gevallen. Het scheelde niet veel. De wolken zullen er altijd zijn. In de lucht of in mijn hoofd. Donker en onheilspellend. Maar, zwarte gaten zijn er om in te kleuren. We gaan vooruit, waar de wolken eindelijk niet meer grauw, maar wit zijn — zonder Dash te hebben gebruikt.