“Wij helpen de Brusselse voedselmarkt vooruit”

Grote steden zetten weinig in op eigen voedingsproductie. Het voedsel in de stad komt vooral van het buitenland. De steden produceren amper hun eigen voedsel. De lege gronden worden eerder gebruikt voor nieuwe gebouwen. Anderlecht probeert het op een andere manier met het project ‘Boerenbruxselpaysans’. Hierbij mikt de gemeente op een eigen biologische voedselfabricage.

Waar komen mijn groenten en fruit vandaan? Bijna niemand vraagt het zich nog af. Het is meestal niet afkomstig van de stad waar je het hebt aangekocht. De grote steden halen hun voedsel ofwel uit het buitenland, ofwel grote Belgische voedselbedrijven. Hierdoor produceren de steden amper eigen producten. Landbouwers krijgen daarom minder kansen, de lokale toevoer vermindert en de steden rekenen op de buitenlandse vervaardiging.

Boerenbruxselpaysans

In Brussel proberen ze de voedseltoevoer anders aan te pakken. In Anderlecht startte namelijk een project ‘Boerenbruxselpaysans. Daar krijgen kleine bioboeren een opleiding over hoe ze hun producten het best produceren en hoe ze die verkocht krijgen. “Wij zijn een pilootproject, we hebben zes jaar gekregen om een model te creëren dat de lokale voeding en landbouw van Brussel vooruithelpt”, aldus Robin D’Hooge, communicatieverantwoordelijke van BoerenBruxselPaysans. De basis van dit project bevindt zich in Anderlecht en de meeste gronden zijn te vinden in de deelgemeentes Neerpede en Vogelenzang.

 Volgens de projectmedewerkers is het tijd is om te stoppen met producten van overal ter wereld te laten komen. Ze willen zelf producten maken om de eigen bevolking te voeden. De bedoeling is om rond de steden landbouwgronden te gebruiken om voedsel te voorzien voor de binnenstad. Dat gebeurt niet zonder enige steun van hogerop. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest investeert in dit project en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling financiert mee. “Het fonds betaalde ons 6 miljoen euro voor renovaties van gebouwen en voor personeel. We moeten ons wel nog altijd verantwoorden op duizenden criteria. Daarbinnen krijgen we wel de vrijheid om ons te organiseren hoe wij dat willen.” BoerenBruxselPaysans leidt toekomstige boeren op en stelt landbouwgrond en infrastructuur ter beschikking. “Daarvoor hebben we een testterrein waar de boeren maximaal drie jaar terechtkunnen. Ondertussen wachten ze op vrije grond om zichzelf te lanceren. De verantwoordelijkheid van ons naar die mensen toe is echt groot. Wij kunnen ze niet verzekeren dat we binnen die drie jaar grond beschikbaar hebben voor hen.”

Swen Glouagen is bioboer bij Champs Chaudron, een project van Commune Racine dat meedoet aan het project BoerenBruxselPaysans. Hij is uitgelaten dat hij door het project kan werken aan zijn toekomst: ”Ik had een veld nodig om mijn passie op uit te voeren en dit project kon mij dit bieden.”, aldus Swen. BoerenBruxselPaysans faciliteert en bevordert lokale voedselproductie en- verwerking om daarna rechtstreeks aan de Brusselaars te verkopen. De producent komt zo dichter bij de consument te staan. “De communicatie tussen consument en producent is zeer close. Dat is aangenaam.” Verschillende tussenpersonen verdwijnen en de producent kan aan een eerlijke prijs zijn goederen verkopen. “ We verkopen zowel direct aan het volk als aan Brusselse biowinkels, mijn vlees verkoop ik bijvoorbeeld op de kerstmarkt”, zegt David D’hondt van Les Moutons Bruxellois. Hij fokt schapen om het vlees en de wol te verkopen. David zet zijn schapen ook in als animatie voor kinderen.

De boeren worden geholpen met hun businessmodel, financieel beheer en landbouwtechnieken. Via cursussen leren toekomstige boeren van de eigen producten gerechten te maken.

Niet vanzelfsprekend

Een project als dit opstarten en tot een succes maken, is niet gemakkelijk. Een bestuur dat helpt met investeren, ondersteunen en opleiden van  boeren is onontbeerlijk. Steden moeten ook hun landbouwgronden behouden. Onderzoeksjournalistiekbedrijf Apache schreef een artikel over hoe de grote steden spijt zullen krijgen dat ze hun publieke gronden verkochten. Hierin staat vooral dat grote Vlaamse steden een gebrek hebben aan totaalvisie. Met één enkel klein project verandert de voedselproductie van een stad niet. “Gent is hier een goed voorbeeld van”, zegt Robin D’hooge.“ Een OCMW uit die stad vindt dat ze publieke grond niet kunnen vrijmaken voor landbouw omdat die gronden gratis zijn en er geen voorwaarden aan kunnen vastliggen. Zij zetten vooral gebouwen voor hun eigen behoeften op die grond”.

Met BoerenBruxselPaysans toont Anderlecht dat het wel mogelijk is. “Dat ligt aan het feit dat we zoveel partners en overtuigingskracht hebben alsook dat de gemeente Anderlecht mee in het project zit en dat die landbouwzone er effectief ook is. In de zone rond Brussel begon juist de verstedelijking met natuurlijk ook de strijd hiertegen. Ons project is een maatregel tegen die verstedelijking. Zowel Anderlecht als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn er van overtuigd dat gronden ter beschikking stellen voor landbouw een investering is voor de toekomst van de stad”, zegt  D’hooge.