De bandleden van Everything but a band : Adrian, Alexander, Brecht en Laurens. (Foto : Everything but a band)

“Ayco Duyster die een van onze nummers aankondigt op Radio 1: dat zou fantastisch zijn!”

Everything but a band is nog relatief onbekend, maar toch stonden ze twee jaar geleden al op de Gentse Feesten. Als ze er nu op terugkijken, was dat niet het juiste moment. “Dat was geen hoogtepunt, maar eerder een gemiste kans.”

De tweelingbroers Brecht en Alexander Heirman als zanger en gitarist, Adrian Verhoijsen  als drummer en Laurens Fagard  aan de toetsen. Dat is normaal de bezetting van de Gentse band.  Hun vaste man aan de piano, Laurens zit voor vier maanden in het buitenland. Daarom is Vincent Wille voorlopig de stand-in. Toch is het ooit anders geweest, want oorspronkelijk waren het enkel de tweelingbroers die samen speelden.

Hoe hebben jullie de band dan uitgebreid?

Brecht : “Laurens ben ik gewoon toevallig tegengekomen en toen ik hoorde dat hij een pianist was, heb ik hem gevraagd of hij geen interesse had om in onze band te spelen, en dat was het geval.”

Alexander : “Adrian ben ik tegen het lijf gelopen tijdens een wilde avond op de Gentse Feesten. Ik kende hem al van in het middelbaar. Daar heb ik hem dan gevraagd of hij het zag zitten om drummer te worden bij ons.”

Adrian : “Voor mij zaten de omstandigheden ook wat mee, want mijn vorige band waar ik in speelde was net wat stilgevallen.”

Wie bedenkt er bij jullie de nummers?

Brecht : “Het schrijven van de nummers gebeurt voor het grootste deel door Alexander. Hij heeft misschien ook wel het meeste tijd.”

Alexander : “Ik haal de inspiratie voor die nummers overal. Dat kan bij wijze van spreken hier en nu gebeuren. Als hier nu iemand door de deur zou komen die mijn aandacht zou trekken, kan het zijn dat ik daar muzikaal iets mee doe.  De nummers zelf zijn nooit autobiografisch, maar wel gebaseerd op dingen die rond of met mij gebeuren. Er zijn wel bepaalde dingen echt gebeurd, maar ik ga er niet dieper op in wat echt gebeurd is en wat niet. Voor mij is dat geen meerwaarde om dat te vertellen. Ik vind het tof om het te laten zweven en de mensen te laten gissen wat echt is en wat pure fantasie. Een nummer schrijven duurt niet altijd even lang. In elke fase van het nummer kan dat super vlot gaan. Maar het kan evengoed zijn dat ik uren nadenk over drie zinnen en dat ik het dan nog niet goed vind. Als ik met een nummer naar Brecht ga, en hij zegt ‘dat is een basis’, dan kunnen we daar mee verder.”

Geeft elk bandlid feedback op de nummers?

Alexander : “Ja, sowieso. Ik denk dat we geen enkel nummer zouden spelen, dat jullie zouden zeggen, als wij twee het al eens voor spelen, dat jullie niet goed vinden. Ik denk dat zij minstens zin moeten hebben om daar iets mee te doen.”

Adrian : Ik denk dat het eerder is dat van ‘als we het goed aanvoelen en we beginnen vanzelf mee te spelen, dan voelt iedereen dat wel. En bij sommige nummers is dat dan anders. “

Brecht : Bij sommige nummers heb je wel het gevoel dat het niet meteen vlot, maar merk je wel dat er iets in zit. Alleen moet het er nog uit komen.

Waarom in het Nederlands?

Brecht : Dat is simpel. Ik kan gewoon niet genoeg Engels. Toch zeker niet voldoende om de nuance erin te leggen om goeie teksten te schrijven. De lat ligt natuurlijk niet hoog. Ik kan die nuance, en ik denk dat dat bij veel artiesten zo is, enkel maar in het Nederlands erin steken.

Hebben jullie de ambitie om ooit nog in het Engels, Frans of eender welke taal te beginnen?

Alexander : Dat zou nu geen logische stap zijn. Dat zou ook raar zijn, want dan zouden we een totaal ander concept moeten beginnen. Ik vind het ‘vreed wijs’ om nu in het Nederlands te spelen. Ik heb ook niet de ambitie om volgend jaar een wereldtournee te doen, dat hoeft voor mij niet. Aanvankelijk was er wel nog de misvatting, onder andere bij Adrian, dat Nederlands enkel kleinkunst is.

Adrian :  De bezetting toen was enkel twee gitaren, een pianist en Nederlandstalige samenzang: kleinkunst dus.

Alexander : Voila, hij doet het weer. (lacht)

Hoe kom je op de naam Everything but a band?

Brecht :  Zwijg er ons van (lacht). Toen ik nog nauwelijks gitaar kon spelen, en we gewoon wat  covers speelden, vonden we al dat we eigenlijk een naam zouden moeten hebben. En als het even kan dan ook onmiddellijk een Facebookpagina. In onze zoektocht naar een naam zijn we om een of andere reden gebotst op Everything but the girl, dat is een band waar we geen nummers van kennen, niemand kent daar nummers van trouwens. Maar omdat we onszelf niet echt als band beschouwden, hebben we ons maar omgedoopt tot ‘Everything but a band’. Nu zitten we daar natuurlijk wel aan vast (lacht). Het is niet dat we onze naam zouden willen veranderen, het is uiteindelijk ook maar een etiket. Het is niet dat wij moeten nadenken over de naam die op onze plaat komt. Het is gewoon een naam waarmee we nu repeteren en af en toe eens optreden.

Jullie hebben wel al op de Gentse Feesten gestaan. Was dat jullie hoogtepunt tot nog toe?

Alexander :  Dat was voor mij niet echt een hoogtepunt. Ik vind persoonlijk hoe de muziek nadien is ontwikkeld veel toffer dan hetgeen we toen brachten op de Gentse Feesten twee jaar geleden.  Het geluid op de Gentse Feesten was niet optimaal, want we hoorden zelf niet goed wat we aan het doen waren en dan kan je daar niet van genieten. Ik wil dat zeker wel nog eens doen, maar dan wel in betere omstandigheden, zeker met het concept dat we nu hebben. Toen we twee jaar geleden op de Gentse Feesten stonden, was het enkel Brecht en ikzelf en hadden we enkel maar een basis. Nu hebben we er al bandleden bij en hebben we al uitgewerkte nummers. Dus dat was voor mij zeker geen hoogtepunt, maar eerder een gemiste kans. Wat voor mij wel een hoogtepunt was, was ons optreden in de pastorie in Schellebelle. Dat was een klein zaaltje, maar het zat wel afgeladen vol. Toen hoorden we onszelf wel goed en was er ook interactie met het publiek. Dat smaakte naar meer. The best is yet to come.

“Ik hou er niet van dat muziek in een bepaald vakje wordt gestoken.”

Hoe proberen jullie jezelf op de kaart te zetten? Hebben jullie al veel connecties?

Brecht : Ik vind het gewoon spijtig dat je überhaupt connecties nodig hebt om iets te bereiken. Waarom komt kwaliteit niet gewoon bovendrijven? Als je zou kijken naar een wedstrijd als De Nieuwe Lichting dat zichzelf aanprijst als een wedstrijd voor beginnende muzikanten,dan winnen vooral artiesten die op muzikaal vlak al iets bewezen hebben. Dat zijn geen absolute beginners die de wedstrijd winnen.

Vincent : Je moet vooral je muziek aan de man kunnen brengen.

Hoe zou je jullie muziek omschrijven?

Alexander : Dat is een moeilijke vraag, want voor mij is dat een spreidstand. Ik hou er niet van dat muziek in een bepaald vakje wordt gestoken. Sommige nummers passen veel meer in het kleinkunstvakje dan andere. De stijl die wij maken zou ik omschrijven als dynamische kleinkunst.

De bandleden komen elke zondagochtend bijeen om te repeteren. Rechts op de foto zit de interim pianist Vincent Wille. (Foto : Everything but a band)

Jullie speelden vorig jaar op 1 november op Reveil. Hoe speciaal is die sfeer dan?

Brecht : Dat was zeker speciaal. Op een begraafplaats speel je niet elke dag. Er hing een bepaalde sereniteit. Onze nummers kwamen daar ook tot hun rust. Je moet ook wel goed de nummers uitkiezen die je dan wil spelen, want niet alle nummers zijn even gepast. We hebben al in verschillende settings gespeeld zoals in een café waar de mensen soms luidruchtig zijn, maar op Reveil was het anders omdat de mensen daar meer aandachtig zijn. Dat zijn heel dankbare omstandigheden om in op te treden, maar tegelijk voel je je ook geremd.

Hoe vaak repeteren jullie?

 Alexander : Dat is geëvolueerd. We zijn begonnen met ongeveer een keer per maand. Maar nu hebben we wekelijks een repetitieruimte ter beschikking op zondagochtend. Dus normaal komen we wekelijks samen, maar het kan dat we eens een week overslaan. We gaan ons leven niet helemaal omgooien. Ik zal geen familiefeesten of huwelijksfeesten afzeggen, maar ik maak wel graag tijd die zondagochtend om te repeteren.

Adrian : Normaal hebben we die ruimte zo’n vier uur ter beschikking en daar maken we dan wel gebruik van.

Vincent : Als ik het vergelijk met andere bands waar ik in gespeeld heb, vind ik wel dat we vrij lang repeteren. Nu, we hebben die ruimte dus waarom niet?

Verdienen jullie er veel mee?

Vincent : Je kan er geen brood mee kopen. Het is puur voor het plezier. Wij zijn er niet afhankelijk van. Als je in een band zou spelen waar je enkel afhankelijk bent  van wat je verdient met je muziek, dan komt er een punt waarop verschillende bandleden zouden zeggen : ‘Kijk, als de band volgend jaar weer niets opbrengt, dan hoeft het voor mij niet meer.’ De kans op interne discussies zou dan meer toenemen, dus zo zou het ook niet meer plezant zijn.

Wat hopen jullie nog te bereiken met jullie band? Eens op de radio?

Brecht : Dat is wel een droom. Een plaat moet wel nog lukken, dat is de ambitie toch. Alles zal ten gepasten tijde gebeuren. Maar het zou inderdaad fantastisch zijn als je je eigen nummer kan horen op Radio 1 door Ayco Duyster. (lacht)

Bedankt mannen en veel succes nog in de toekomst!

Beluister hieronder enkele van hun nummers.