Bashir Abdi: “ik ben België heel dankbaar”

Van Somalische vluchteling tot Belgische medaillehoop in Tokio

Het leven van marathonloper Bashir Abdi nam een draai die geen enkele scenarioschrijver had kunnen bedenken. Toen hij amper twaalf jaar was, ontvluchtte hij de burgeroorlog in zijn thuisland Somalië. Na een lange odyssee kwam hij in België terecht, waar hij voor de eerste keer sneeuw zag en zijn hart verloor aan de atletieksport. Inmiddels woont Abdi al langer In België dan in Somalië en voelt hij zich een echte Gentenaar. De Belgische recordhouder op de marathon aan het woord over zijn Olympische droom, het verlies van zijn moeder en een T-shirt van David Beckham.

We ontmoeten elkaar buiten aan de Topsporthal Vlaanderen die uitkijkt op de Watersportbaan in Gent. Hier maalt Bashir Abdi wekelijks honderden trainingskilometers om zich voor te bereiden op zijn grote doel: de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. Op weg naar de indoorhal wordt hij door zijn collega-atleten veelvuldig gefeliciteerd met het winnen van de Gouden Spike – een trofee voor de beste Belgische atleet van het afgelopen jaar. “Deze erkenning geeft me een boost voor het belangrijke jaar dat voor de deur staat. Ik wist dat ik kans maakte op de Gouden Spike, maar het voelt toch heel speciaal om deze trofee in ontvangst te mogen nemen”, vertelt Abdi met een sappig Gents accent. Vorig jaar won Koen Naert, die andere Belgische topper op de marathon, de Gouden Spike. “Koen was toen absoluut de terechte winnaar. Dat die trofee twee jaar op rij naar een marathonloper gaat, is een goede zaak voor onze discipline. Dat bewijst dat de lange afstandsnummers leven in België.”

2019 was voor Bashir Abdi een echt grand cru-jaar. De Belgische Somaliër verbeterde het Belgisch record op de marathon dit jaar niet één, maar twee keer. In oktober finishte hij in de marathon van Chicago als vijfde in 2u06’14”. Eerder dit jaar liep Abdi 2u07’03” in Londen en veegde zo de tijd van Vincent Rousseau van de tabellen. “Het record van Vincent was een obsessie voor me. Het stond al lang genoeg (1995, red.) overeind”, gaat de 30-jarige langeafstandloper verder. “Een Belgisch record is zo veel meer waard dan een Belgische titel. Mijn prestatie in Londen heeft veel twijfels weggenomen. Ik was minutieus voorbereid en had een heel goede dag. Toch denk ik dat ik nóg iets sneller kan.”

“Plots liepen er gewapende soldaten door de straten. Dat was heel beangstigend voor een kind van acht.”

De Olympische marathon zal volgend jaar – om gezondheidsredenen – niet plaatsvinden in de Japanse hoofdstad Tokio, maar 800 kilometer verder landinwaarts in het bescheiden Sapporo. “Qua beleving en sfeer had ik liever in Tokio gelopen. We zitten immers ver verwijderd van het Olympisch dorp en de andere atleten. Langs de andere kant kan ik de beslissing van de organisatie ook wel begrijpen. Het klimaat in Tokio is blijkbaar vergelijkbaar met dat in Qatar. De gezondheid van de atleten moet nog altijd voorop staan.”

Abdi finishte in Chicago voor zijn trainingsmaatje Farah © Flickr

Abdi traint samen met zijn boezemvriend Sir Mo Farah bij Gart Lough, de echtgenoot van Paula Radcliffe, de gewezen recordhoudster op de marathon bij de vrouwen. “Mo en ik hebben elkaar voor de eerste keer ontmoet in 2008 tijdens het EK-cross in Brussel. Hij stond daar aan de start als een van de grote favorieten. Ik was met een paar vrienden speciaal naar Brussel afgereisd om hem aan te moedigen. Ik had sympathie voor hem omdat hij net zoals ik uit Somalië komt. Na de wedstrijd heb ik hem achterna gelopen om een foto te bemachtigen. De selfie moest nog uitgevonden worden (lacht). In 2014 ging ik op hoogtestage naar Kenia en Mo was daar toevallig ook. Op training kon ik niet volgen, maar we warmden wel samen op en verkenden ’s avonds de stad. Vijf jaar later zijn we hechte vrienden en trainingspartners geworden. Hij was zelfs aanwezig op mijn trouwfeest.”

Getekend door de oorlog

Nu gaat het hem voor de wind, maar als kind moest Abdi heel wat woelige watertjes doorzwemmen. “Ik groeide op samen met twee broers en één zus in Mogadishu, de hoofdstad van Somalië. We hadden er een goed leven en kwamen niets tekort. Ik had een onbezorgde jeugd tot eind jaren ‘90 de burgeroorlog uitbrak in Somalië. Plots liepen er gewapende militairen door de straten. Dat was een heel beangstigend beeld voor een kind van acht jaar. Kort daarna zijn we gevlucht uit Mogadishu omdat het er te gevaarlijk was. Met niets meer dan enkele koffers streken we neer in een vluchtelingenkamp op de grens met Djibouti.”

Toen de oorlog uitbrak, was Bashirs moeder op zakenreis in het buitenland. “Ze probeerde het land nog binnen te geraken, maar dat was toen niet meer mogelijk. In het vluchtelingenkamp kregen we een paar keer per week eten en drinken. Met wat je kreeg, moest je spaarzaam omspringen. Je wist namelijk niet wanneer de volgende bevoorrading zou komen.”

“Mijn broers en ik knutselden in Somalië zelf een voetbal in elkaar van sokken.”

Door een samenloop van omstandigheden kwam Bashirs moeder in België terecht, waar ze een aanvraag tot gezinshereniging indiende. Drie jaar later kregen we een Belgisch visum en konden we elkaar weer omhelzen. “Dat was een heel emotioneel moment. We hadden elkaar al zo lang niet gezien. De volgende ochtend kan ik me ook nog goed herinneren. Toen ik wakker werd, keek ik uit het raam en zag ik dat alles bedekt was onder een wit laken. Ik had nog nooit eerder sneeuw gezien. Dat was een magisch moment.”

Abdi voelde zich als een vis in het water in de Gentse binnenstad. Hij maakte vlug vrienden op school en ging sjotten bij een lokale voetbalclub. “Ik volgde ook een cursus Nederlands. Taal is zo belangrijk omdat het mensen met elkaar verbindt. Als je de taal spreekt, gaat alles zoveel makkelijker. Ik zie soms mensen die hier al jaren wonen, maar geen moeite doen om Nederlands te leren. Dat vind ik doodjammer.”

Voetballen met Vadis Odjidja

Je zou het hem niet geven, maar Bashir Abdi was in zijn tienerjaren een begenadigd voetballer. “In Somalië zag ik alleen maar voetbal op televisie. Ik wist niet dat er ook nog andere sporten bestonden. Mijn broers en ik knutselden zelf een voetbal in elkaar van sokken. We hadden heel weinig nodig om plezier te maken. Toen ik in België aankwam, was ik gecharmeerd door de grote voetbalvelden. In Somalië voetbalden we gewoon op straat. Ik schreef me in bij Standaard Muide, waar ik samenspeelde met Vadis Odjidja (nu AA Gent). Mijn techniek was verre van top, maar ik kon wel heel snel lopen.”

In de zomer van 2005 kwam er een abrupt einde aan Bashirs voetbalcarrière. Hij kreeg een lelijke trap tegen de knie en mocht maandenlang niet voetballen. “Ik liep thuis alle muren op en had iets nodig waar ik mijn energie kwijt kon. Daarom schreef mijn moeder mij in voor een cursus animator speelpleinwerking. Daar leerde ik Bert Misplon, tweevoudig kampioen twintigkamp, kennen. Hij zat in een atletiekclub en nam me de week daarop mee naar de training. Dat liep niet bepaald van een leien dakje. Ik droeg een T-shirt van David Beckham en had voetbalschoenen aan met daaronder hoog opgetrokken kousen. Iedereen keek me raar aan. Tot wanhoop van de coach liep ik bovendien alle horden omver. Uiteindelijk heb ik het toch best ver geschopt (lacht).”

Ook zijn allereerste veldloop deed niet vermoeden dat Bashir Abdi ooit een wereldtopper zou worden. “Dat was een groot fiasco. Ik kwam vijf minuten voor de start aan en moest me nog omkleden. Tijd om op te warmen was er dus niet meer. Maar dat was geen probleem, dacht ik want die Afrikanen op tv winnen toch alles. De eerste kilometer spurtte ik tot het melkzuur uit mijn oren spatte. Niemand had mij ooit verteld dat je een wedstrijd moest doseren. Daarna viel ik helemaal stil. Het leek haast alsof er lood in mijn schoenen zat. Ik finishte uiteindelijk als voorlaatste. Uit pure ontgoocheling zwoer ik nooit meer een wedstrijd te lopen. Toen ik eenmaal bijgedraaid was, begon ik hard te trainen en volgden de eerste resultaten.”

Somalië, het thuisland van Abdi, werd verscheurd door een wrede burgeroorlog © Maxim De Roo

In 2011 ging Abdi door een donkere periode na het verlies van zijn moeder. “Toen ik op vakantie was in Zweden kreeg ik een telefoontje van mijn moeder. Ze vertelde me dat ze zich niet lekker voelde. Een aansteller is ze allesbehalve, dus ik maakte mij grote zorgen. Onmiddellijk na dat telefoontje ben ik teruggekeerd naar België. De diagnose was hard: maagdarmkanker. De dokters waren er helaas te laat bij om nog iets te kunnen doen. Na de begrafenis van mijn moeder ging ik door een heel moeilijke periode. Die winter ben ik samen met Bert Misplon op hoogtestage gegaan naar Ethiopië. De ijle lucht hielp me om mijn gedachten te verzetten. Dat was precies wat ik toen nodig had. Enkele weken later bewees ik mijn moeder een laatste eerbetoon door als nobele onbekende Belgisch kampioen veldlopen te worden in Oostende.”

Vzw Sportaround

Tijdens de hoogtestage in Ethiopië rijpte het idee voor de vzw Sportaround. Met die organisatie willen Abdi en Misplon jongeren uit kansarme gezinnen de mogelijkheden geven om te sporten. “Door jongeren aan het sporten te krijgen, hoop ik hun levens op een positieve manier te beïnvloeden. Als ik dood ben, wil ik iets nagelaten hebben. Ik ben België enorm dankbaar. Toen ik hier met lege handen aankwam, gaf België mij alle kansen van de wereld. Ik wil alle andere kinderen ook diezelfde kansen geven.”

Abdi heeft ondertussen een dochtertje van een jaar en twee maanden, genaamd Khatra. “Vroeger moest ik naar niemand omkijken en trainde ik wanneer het paste. Nu moet ik alles goed inplannen. Dat was in het begin een grote aanpassing, maar dat went snel. Khatra betekent ‘groen’ in het Arabisch. Ik doe veel van mijn trainingen in de natuur. Dat is voor mij een manier om mijn hoofd leeg te maken. Bashir betekent ‘persoon die iemand gerust stelt’. Ik denk wel dat die naam bij mij past.

Maar de medaille blijkt ook een keerzijde te hebben. “Om goed te presteren, moet je enorm veel opofferingen doen. De goede resultaten komen jammer genoeg niet vanzelf. Als ik op hoogtestage ben of een wedstrijd loop in het buitenland, mis ik vaak mijn familie. Met de geboorte van mijn dochter is dat gevoel nog veel groter geworden”, besluit Bashir Abdi.