Stijn Devolder tijdens Parijs-Roubaix 2011. (c) Foto: Wikimedia

‘Stijn was eigenlijk te braaf om coureur te zijn’

Wielrenner Stijn Devolder zet een punt achter zijn rijkgevulde carrière. De 40-jarige West-Vlaming werd prof in 2002 en won onder andere twee keer de Ronde van Vlaanderen. Hij werd ook drie keer Belgisch kampioen. Devolder sprak tijdens zijn carrière liever met de benen, dus trekken wij naar vier personen die de mens achter de renner schetsen.

Stijn Devolder groeide op in Bavikhove samen met zijn ouders Rik en Martine en zijn zus Sofie. Volgens moeder Martine was de liefde voor de fiets al snel duidelijk. ‘Vanaf dat hij kon fietsen, was het zijn droom om profwielrenner te worden. Tennis, voetbal, basketbal… Het interesseerde hem allemaal niet.’ Thuis was Devolder een rustige jongen. ‘Zo zijn wij allemaal een beetje in de familie’, beaamt Martine. ‘Dat is de West-Vaamse nuchterheid.’

Devolder koerste in zijn jeugd bij de Kortrijkse Groeninge Spurters, het team waar ook ene Tom Boonen zijn carrière begon. Daar reed hij onder de vleugels van ploegleiders Rudy Bruneel en Dirk Demol. Demol zag Devolder opgroeien en volgde hem heel zijn carrière van dichtbij. ‘Ik ken Stijn al van jongs af aan. Ik passeerde vaak zijn huis, hij was altijd buiten bezig. Reed hij niet rond met de tractor, dan wel met de fiets’, herinnert Demol zich. ‘Toen was hij al een topgast. Rustig, vriendelijk… Eigenlijk is zijn karakter na al die jaren nog altijd hetzelfde.’

Renner met een handleiding

Al erg snel bleek dat Devolder rap met de fiets kon rijden, vertelt Bruneel. ‘Ik herinner me nog de Ster van Zuid-Limburg. Stijn moest langs de kant van de weg stoppen voor een kakske. Dat duurde wel even en voor we het wisten lagen we drie minuten achter op de spits van de koers. Toen er ook nog een auto van de wedstrijdjury bij ons kwam rijden, was het onmogelijk om hem achter de volgwagen terug te brengen.’ Toen toonde Devolder wat hij in zijn mars had. ‘Stijn heeft dat gat helemaal alleen dicht gereden en won uiteindelijk nog met een minuut voorsprong. Toen beseften we hoe snel Devolder kon fietsen. Maar hij was zo braaf, eigenlijk te braaf om coureur te zijn.’

Zowel Demol als Bruneel kunnen getuigen dat Volderke een renner met een handleiding was, die graag zijn eigen zin deed. ‘Ploegleiders konden aan Stijn vertellen wat ze wilden, hij volgde toch zijn gedacht’, aldus Bruneel. Demol brengt toch enige nuance. ‘Toen hij prof werd is dat wel verminderd, daar moet je toch meer de orders en instructies volgen. Maar Stijn blijft natuurlijk Stijn: wanneer de ploegorders voor de wedstrijd niet goed met hem werden besproken, deed hij zijn eigen zin. Je moest voor elke koers erg goed overleggen wat de plannen waren, dan kon Stijn gehoorzaam zijn.’

Over de houding en inzet van de jonge Devolder zijn beiden unaniem. ‘Hij was altijd vriendelijk, hij zaagde nooit, hij klaagde nooit en hij deed altijd zijn best.’ Devolder was een aanvallende renner. ‘Zonder veel nadenken erin vliegen en koersen, dat was zijn stijl’, vertelt Bruneel. In de beginjaren van zijn loopbaan omschreef de pers hem zelfs als een domme coureur, tot ergernis van zijn moeder. ‘Als je dat in de krant ziet staan, moet je als moeder toch even slikken. Ik vond het lelijk dat ze dat schreven.’

‘Hij voelde zich niet te goed om voor een ander iets te doen’

Rudy Bruneel, ex-ploegleider

Eerst kopman, later meesterknecht

Bij de profs kwam Devolder eerst bij het Discovery-Channel van Lance Armstrong terecht. Daar probeerde hij zich te ontwikkelen als ronderenner, wat uiteindelijk resulteerde in een elfde plaats in het eindklassement van de Ronde van Spanje (andere bronnen zeggen tiende door de schrapping van Tom Danielson). Zijn grootste successen boekte Devolder echter in het eendagswerk. Hij won tweemaal op rij de Ronde van Vlaanderen en werd tussen 2007 en 2013 drie keer Belgisch kampioen. ‘Stijn kon naar bepaalde periodes erg goed pieken, voornamelijk de klassiekers en het BK’, zegt Demol. ‘Maar als hij er met zijn kop niet bij was, kon je er weinig mee aanvangen. Hij verzorgde zich wel en trainde goed, maar niet het hele jaar met dezelfde bezetenheid.’ Volgens Demol heeft de carrière van Devolder dankzij die focus op bepaalde wedstrijden zo lang geduurd. ‘Niet elke renner blijft prof tot zijn veertigste, dus dat is knap.’

Devolder reed drie seizoenen voor Trek. (c) Foto: Wikimedia

In de herfst van zijn carrière bleven de resultaten uit en schoolde hij zich steeds meer om tot luxeknecht, eerst van Wout Van Aert en afgelopen seizoen van Mathieu van der Poel. Het zijn vooral die laatste jaren die bij de mensen blijven hangen, merkt Maurice Bekaert op. Bekaert is ondervoorzitter van supportersclub Sellewie in Deerlijk. ‘Veel mensen spreken mij aan en vragen: wat heeft Devolder nog gepresteerd de laatste jaren? Dan vraag ik hen om drie generatiegenoten van Stijn op te noemen die een mooier palmares bij elkaar gereden hebben. Tom Boonen en Philippe Gilbert misschien, maar dan? Bovendien is er met die laatste jaren niets mis. Zowel Wout als Mathieu apprecieerden zijn werk en ervaring enorm. Dat typeert Stijn ook als mens. Hij voelde zich niet te goed om voor een ander iets te doen’, aldus Bekaert.

Familiemens

Wanneer we vragen om de mens Stijn Devolder te beschrijven, is er unanimiteit. ‘Stijn is een familiemens en een prachtige gast. Hij is gedurende heel zijn loopbaan dezelfde gebleven en dat siert hem enorm’, vertelt Demol vol bewondering. Ook Bekaert en Bruneel kunnen geen fout woord vertellen over Devolder. ‘Hij is niet de grootste prater, maar wanneer we iets organiseren met de fanclub nodigen we hem uit op de vergadering en is hij heel open en behulpzaam’, getuigt Bekaert. Bruneel kende tijdens de dertig jaar dat hij ploegleider was veel renners, maar Devolder ligt hem het nauwst aan het hart. ‘Stijn was de jongen die het langst een kaartje bleef sturen met Kerstmis en Nieuwjaar. Hij en zijn vrouw zijn twee fantastische mensen die goed bij elkaar passen.’

Tamara is de vrouw van Devolder. Samen hebben ze twee kindjes. ‘Het liefst van al leeft Stijn in alle rust met zijn gezin. Daarom denk ik ook dat we hem niet vaak meer in de koers zullen zien, die belangstelling is niets voor hem’, vertelt Demol. Volgens Bruneel is dat ook de reden dat Devolder misschien niet de erkenning geniet die zijn carrière verdient. ‘Je kan Stijn niet vergelijken met Tom Boonen. Hij was geen vedette die zichzelf kon verkopen zoals anderen dat deden, hij was juist blij wanneer hij niet in de spotlights stond. Als je graag gezien wil worden en heel veel supporters wil hebben, moet je er een beetje tussen staan en dat lag niet in zijn aard.’ Bekaert deelt die mening. ‘Hij was publicitair niet zo interessant en daarom wordt zijn carrière wat onderschat. Maar als je ziet wat hij allemaal gewonnen heeft, dat doen er hem niet veel na.’