(C) Khadija Kulozua Links: Khadija Kulozua Rechts: Amber Ameye

‘Ik haatte mezelf omwille van mijn huidskleur’

Khadija Kulozua en Amber Ameye zijn twee beste vriendinnen. Ze kennen elkaar al sinds de kleuterklas en zijn intussen echte zussen voor elkaar, maar ze werden beiden racistisch bejegend op school. Samen blikken ze nu terug op hun vervelende periode.

Bio
Khadija Kulozua is 19 jaar. Ze studeert Rechten aan de Universiteit van Gent. De hobby’s van Khadija zijn zingen, koken, shoppen, fitnessen en babysitten.

Amber Ameye is 20 jaar. Ze studeert kleuteronderwijs werkplekleren aan Vives Kortrijk. De hobby’s van Amber zijn shoppen, eten en praten.

Wanneer werden jullie voor het eerst slachtoffer van racisme?
Khadija: ‘Vanaf de eerste kleuterklas eigenlijk, ook mijn zus. Tijdens de zwemles duwde een jongen haar in het zwembad toen de juf even weg was. Ze kon toen nog niet zwemmen. In het eerste leerjaar moest ik per se bewijzen dat ik gedoopt was, want een leerkracht geloofde mij niet. Die leerkracht spotte zelfs met mijn foto, alsof het vreemd is dat een zwarte katholiek is. Doorheen de jaren kreeg ik verschillende scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd: chocomousse, Cécémel, chocoladereep, Nutella,… Wat ik wel nooit zal vergeten, is dat bepaalde leerkrachten mij uitlachten toen ik me insmeerde met zonnecrème.’

Amber: ‘Bij mij is het begonnen op de middelbare school. Ik werd uitgesloten en gepest omwille van mijn huidskleur. Ik moest altijd alleen spelen en eten. Niemand wou met me samenwerken tijdens een opdracht. Dit duurde twee jaar. Op een dag wou ik niet naar school en begon ik te wenen. Ik vertelde het niemand, omdat ik niet wou dat mijn mama zich schuldig zou voelen, maar toen kon ik niet anders. Ik veranderde van school en daar ging alles goed. Ik had veel vrienden en kreeg goede punten, maar toen liep het ook mis. Een racistisch meisje vergeleek me met de Islamitische Staat en riep: “Allahoe akbar, boem!” Dat was gewoon niet aanvaardbaar.’

“Ik zweeg, omdat ik niet wou dat mijn mama zich schuldig voelde”

Amber Ameye

Greep de school in?
Khadija: ‘Soms zeiden leerkrachten iets, maar daar bleef het bij. En zoals eerder gezegd, lachten sommige leerkrachten mij uit, wel nooit in het bijzijn van andere leerlingen.’

Amber: ‘Mijn school greep niet in. Ze hielden zich buiten deze situaties. Toen ik van school veranderde, ging mijn vader naar de directie. De directie vertelde aan de klas dat ik zogezegd de opleiding niet aankon.’

Hoe hebben die racistische opmerkingen jullie leven beïnvloed?
Khadija: ‘Als klein meisje was ik kapot. Ik wou blank zijn. Ik haatte mezelf, mijn afkomst en mijn huidskleur. Door al die ervaringen sta ik nu supersterk in mijn schoenen.’

Amber: ‘Ik ben harder geworden na alles wat ik meegemaakt heb. Ik zal nu sneller reageren als iemand een ongepaste opmerking geeft.’

“Ik wou blank zijn”

Khadija Kulozua

Wat is racisme voor jullie?
Khadija: ‘Pure haat hebben voor iemand omwille van zijn of haar afkomst, uiterlijk, cultuur. Ook al kan die persoon er niets aan doen.’

Amber: ‘Racisten hebben het nodig om anderen de grond in te boren, zodat ze zichzelf beter voelen. Die mensen hebben geen hart.’

Hoe gaat het nu met jullie?
Khadija: ‘Mijn familie heeft mij sterk geholpen. Met hen heb ik een sterke band en dus speel ik open kaart. Ik kreeg ook hulp van mijn échte vrienden. Het gaat nu dan ook supergoed met mij. Ik zie enkel de positieve dingen. Ik ben anders en dat maakt mij uniek in een grote groep mensen in België.’

Amber: ‘Ik voel me goed en sterk. Ondertussen weet ik wie achter mij staat en wie ik kan vertrouwen.’

Hebben jullie nog steeds last van racisme?
Khadija: ‘Er zijn altijd wel nog mensen die hun verstand niet gebruiken en wel iets roepen. Ik zou hen graag eens in mijn schoenen zien staan.  Zulke mensen verdienen mijn aandacht niet.’

Amber: ‘Ik sluit mij aan bij Khadija, maar ik vind dat het veel minder gebeurt dan vroeger.’

Hoe groot is het probleem in België volgens jullie?
Khadija: ‘Heel groot, denk ik. Dit komt ook door het feit dat sommige migranten het slechte voorbeeld geven en hier, in België, veralgemenen de mensen snel. Dat is zo jammer! Iedereen verdient een eerlijke kans.’

Amber: ‘Wat Khadija zegt, is juist. Ik denk dat de huidige migratiesituatie een invloed heeft op racisme.’

Welke tips hebben jullie voor mensen die nu racistisch benaderd worden?
Khadija: ‘Praat met mensen hierover. Toon dat je beter bent dan zij die je willen vernederen. Laat je niet doen! Blijf jezelf!’

Amber: ‘Houd het niet voor jezelf! Ik deed het wel, maar doe het niet! Praat met mensen die je kan vertrouwen: met familie en vrienden die je steunen. En laat de racisten maar roepen. Luister gewoon niet naar hun uitspraken! Toon dat je sterker bent. Je bent wie je bent en wees daar trots op!’

“Praat met mensen die je kan vertrouwen!”

Amber Ameye

Jongeren worden vaak racistisch bejegend op school. We praatten met Heidi Steegen, directeur van de derde graad van het Guldensporencollege in Kortrijk.

Is er veel racisme op jullie school?
Heidi: ‘Om te beginnen is er veel diversiteit op onze school, een school in het midden van de stad. Misschien juist daardoor dat er geen racisme is. Meerdere jongeren van andere origine zitten in dezelfde klas, dus ze voelen zich zeker niet alleen. Misschien speelt dat wel een rol.’

Hoe komt dat?
Heidi: ‘Onze school zet in op verbondenheid, een goed klasklimaat en een sterke individuele band tussen de leerkracht en de leerling. We werken ook
met een proactieve cirkel om alles bespreekbaar te maken vanaf dag één.’

Hoe zouden jullie racisme aanpakken?
Heidi: ‘We gaan het gesprek aan met de leerlingen en we bieden een luisterend oor. We zitten ook samen met het slachtoffer en de dader en gaan op zoek naar eventuele verzoening. Wat heeft de leerling nodig om weer goed te functioneren op school? We werken met 17- en 18-jarigen, dus dat zijn geen kleine kinderen meer. Voor ernstige zaken bestaat de kans dat we de ouders erbij halen, maar in de eerste plaats spreken we met de leerlingen. Vaak werkt verzoening veel beter op lange termijn dan een stevige sanctie.’