Docenten op de biechtstoel: “Studenten loslaten, dat proberen we toch.”

De eerste week van het academiejaar loopt op z’n einde. Dat geldt voor de studenten, maar net zo goed voor de docenten. Wij vroegen Ilse Mestdagh, Sander Van Nieuwenhuyze en Michel Vermeersch – drie docenten aan de opleiding Journalistiek van Howest – naar hun ervaringen tijdens de ‘Newsroomdays’.

De Newsroomdays zijn na vijf jaar in The Square toch al een stuk van het meubilair geworden. Tijdens de eerste week worden alle studenten journalistiek, van eerste- tot derdejaars, samen aan het werk gezet: nieuws maken en verhalen sprokkelen, vanop de redactie en in het veld.

Dat het concept intussen al een tijdje meegaat, betekent niet dat alles volledig foutloos verloopt. Wat loopt er vaak nog mis tijdens die ‘Newsroomdays’?

Sander Van Nieuwenhuyze (SVN): “Dat de studenten het te gemakkelijk opnemen. Ze zien het als een leuke oefening. Het is natuurlijk een oefening, maar we creëren hier een soort redactieomgeving waar er plaats is voor fouten. In de vorige jaren merkten we dat studenten soms dachten dat ze zich er met één stuk wel van af konden maken. Het was te vrijblijvend. Nu proberen we de lat hoger te leggen voor de derdejaars. Wij blijven ook wel coördineren en coachen, maar het is toch vooral aan hen. Zij nemen de rol als hoofdredacteur op, dus ze staan garant voor de kwaliteit van de stukken. Vorig jaar bleef het allemaal nog wat zweven.”

Ilse Mestdagh (IM): “Het verrast mij dat er studenten zijn die geen kranten lezen ’s morgens voor de les, of het nieuws al eens bekijken. Zo gaat het er ook aan toe in het leven van een echte journalist. Dan heb ik het niet over het grote onderscheid tussen eerstejaars en derdejaars. Het is niet dat derdejaars dat systematisch wel doen, en de eerstejaars helemaal niet.

Michel Vermeersch (MV): “Het hangt sterk af van groep tot groep, en van de dynamieken binnen die groepen, vooral bij de groep die het radiomagazine aan het eind van de dag voorbereidt. Zij missen soms de urgentie. Je moet jezelf natuurlijk geen hartinfarct bezorgen om 9u ’s morgens al, maar je moet wel vooruitdenken. Je moet steeds denken: ‘wat zit er nu al in het nieuws dat ook om 16u nog interessant kan zijn?’ Proactief denken dus.”

De derdejaars treden sinds dit jaar op als hoofdredacteur. Wat verwacht je van hen?

IM: “Zij moeten de voorbereiding stimuleren, maar ook de ploeg goed in de gaten houden en bijsturen waar het fout loopt. Teksten nalezen, aandachtig zijn, vooral als het over print gaat. Ik kijk dan vooral naar mijn eigen vak.” (lacht)

SVN: “Dat ze zich schikken in die voortrekkersrol, zowel in het doorhakken van knopen als in het begeleiden van de eerstejaars. De tweedejaars moeten helpen sturen. Een leek heeft niet die directe aanpak voor een artikel als een tweede- of derdejaarsstudent. Het is aan hen om hun ervaringen te delen met de eerstejaars, waardoor zij het in de toekomst misschien wel op een andere manier aanpakken.”

MV: “Liefde, vriendschap en genegenheid. (lacht) Als hoofdredacteur moeten ze de leiding nemen, dat spreekt voor zich. Wat mij opvalt, is dat ze vaak nog iets te weinig de bovenhand durven te nemen. Het beperkt zich vaak tot ‘doe eens iets rond dat onderwerp’, terwijl je ook moet meegeven wat je exact terugverwacht.”

Ben je als docent, of “coach” zoals het tijdens de ‘Newsroomdays’ genoemd wordt, ook altijd streng genoeg?

IM: “Neen, eigenlijk niet. Dat is een van de dingen die naar voor kwamen in de audit.” (Aan het eind van het vorig academiejaar werd de opleiding Journalistiek doorgelicht door een externe auditcommissie, nvdr)

SVN: “Het is moeilijk om een evenwicht te vinden. Je kan niet even hard zijn tegen een eerstejaars als tegen een derdejaars. Gisteren was ik niet opgezet met de inzet van een derdejaarsstudent. Zijn stuk liep zogezegd op niets uit, maar drie minuten later had ik wel het nummer van zijn interviewee te pakken. Dat zal hij dus wel merken in z’n evaluatie na de ‘Newsroomdays’. Daarin zijn we dus wel gegroeid.”

Ben je dit jaar al blij verrast?

SVN: “Ik heb al een paar leuke stukjes gezien. Het artikel over Ghislain, de bloemenverkoper, sprong er wel uit. Ik was vooral verrast door de invalshoek: ‘één jaar na de crowdfunding’. Je moet er maar opkomen dat dat een jaar geleden is. Vorig jaar deed dat heel wat stof opwaaien hier in Kortrijk, dan is het wel tof om eens terug te blikken.”

IM: “Ja, toch wel. Gisteren, maar eigenlijk al in de hele bootcampweek. Ik vind dat er een aantal gedreven eerstejaars in de opleiding zitten. In het eerste jaar valt dat altijd net iets meer op. Gedrevenheid en welwillendheid zijn voor mij dan ook meteen de kwaliteit bij uitstek van een goede journalist. Wat is er te weten in de wereld? Maar ook: wat kan ik bijleren? Die ingesteldheid zie ik graag.”

MV: “Het is uiteraard een beetje onze job, als docent journalistiek, om steeds heel kritisch naar alles te kijken. Wat mij vooral aangenaam verrast heeft bij radio is de vlotte schrijfstijl in vele radioberichten. Die moeten steeds helder, duidelijk en nogal kernachtig weergegeven worden. Een aantal groepen zijn daar dan ook in geslaagd. Maar er is natuurlijk nog een lange halve dag te gaan, dus blijf mij verrassen.” (lacht)

Merk je grote verschillen tussen de ingesteldheid van studenten sportjournalistiek en algemene journalistiek?

IM: “Goh, of dat echt aan die keuze ligt, weet ik niet. Het gaat om je algemene ingesteldheid om journalistiek te studeren. Of je nu eerder in sport geïnteresseerd bent of in iets anders, dat maakt weinig uit. Ook de studenten die het algemene traject volgen hebben bepaalde interesses.”

MV: “Op dit moment zou ik me daar nog niet over willen uitspreken. Nu bij de eerstejaars zou ik niet kunnen zeggen wie welk traject volgt. Bij de tweedes en de derdes kan ik veelal wel een onderscheid maken. Algemeen gesproken, zijn de studenten sportjournalistiek eerder doeners, soms ook wel wat onbezonnen.”

SVN: “Nee, ik weet ook vaak niet of een eerstejaarsstudent sport- of algemene journalistiek volgt. Ik denk dat maar één lector daar echt zicht op heeft en dat is Bregt (Vermeulen, nvdr). Als ik de vergelijking trek tussen de ‘Newsroomdays’ van vorig jaar en dit jaar, zie ik opnieuw heel weinig verschil. Wat je daar wel merkte, is dat er soms iemand was die algemene journalistiek volgde en dan plots een sportbericht moest schrijven, en dat lukte niet.”

Dit is nu de vierde editie van de ‘Newsroomdays’. Is er al veel veranderd sinds de start?

MV: “Het is meer gestructureerd geworden. Het is ook voor de docenten een leerproces, hé. In het begin was er ook voor ons nog heel wat chaos. Nu werken we met strakke groepen, acht uitgewerkte redacties. Iedereen weet waar ze elke dag aan de slag kunnen. Ook onze website mag er op zich toch wel staan, vind ik.”

IM: “Ik denk dat wij, de docenten, ook veel zijn gegroeid. Hoe we de opdrachten inkleuren, hoe we de studenten begeleiden. In het begin was het ook voor ons trial-and-error.”

SVN: “Dit is pas m’n tweede jaar als docent hier, maar ook tegenover vorig jaar hebben we stappen gezet. Wij proberen in het begin het gewoon aan te kijken, een beetje afwachten hoe alles loopt, maar we hebben intussen wel alles in de gaten. Wij zitten dan ook voortdurend mee te evalueren. Hoe pakt een derdejaarsstudent het aan als het misloopt? Daar kijken we nu naar, en dat laten we begaan, terwijl we vorig jaar nog een kant-en-klare oplossing zouden voorzien hebben.”

Heeft u nog een goede raad voor de studenten die voor de eerste keer deelnemen aan de ‘Newsroomdays’?

SVN: “Durven. Dat is eigenlijk de beste raad, en dat geldt trouwens voor alle studenten. Het is een van de weinige kansen die je krijgt om je volledig uit te leven; hier wordt een redactiewerking opgezet in de meest beschermde omgeving die je kan inbeelden. Met durven bedoel ik ook: durf rondbellen, durf eens met iets anders te komen. Je kan net zo goed twee dagen vloggen over de ‘Newsroomdays’, maar dan met een journalistieke inkijk. Dat is volledig toegelaten.”

IM: “Luisteren. Je oren en ogen openen en luisteren naar ons, naar wat iedereen te bieden heeft. Je kan zo veel bijleren van elkaar, dat geldt ook voor de tweede- en derdejaars. Ook van de eerstejaarsstudenten kan je leren.”

MV: “Het belangrijkste voor een jonge, startende journalist is voor mij de persoonlijkheid. Dat verkondig ik liever niet te snel omdat niet iedereen dat op de juiste manier oppikt. Het gaat me dus niet om het ego van iemand, wel om een duidelijke persoonlijkheid gecombineerd met een gedegen werkethiek. Simpelweg het uitdragen van je normen en waarden, wat je drijft als mens en hoe je tegenover een samenleving staat; kleur meedragen, maar daarom je nieuws niet gaan kleuren.”