Nicolas tijdens een optreden. (Bron: Nicolas Vlaeminck)

“Ik voelde me mentaal geïsoleerd”

Steeds meer Vlaamse jongeren kampen met psychische problemen. Dat zegt een recent onderzoek van de KU Leuven. Door prestatiedruk, sociale media en problemen op school zien jongeren door de bomen het bos niet meer. Nicolas Vlaeminck, een 25-jarige muzikant, had in zijn studentenperiode te kampen met duistere gedachten. Hij wijt de huidige oorzaak van veel psychische problemen aan prestatiedruk en de beïnvloeding van anderen op sociale media.

Verbaast het je dat zoveel Vlaamse jongeren te kampen hebben met psychische problemen?

“Nee, langs geen kanten. De prestatiedruk: alles moet passen binnen het perfecte plaatje met strenge eisen. Via Facebook en Instagram moet je de perfect image hebben. Mensen worden daar zot van, hé. Vroeger stond ik daardoor zelf continu onder druk. Vooral van thuis uit dan, op school ervaarde ik dat niet. Ik weet niet hoe het te zeggen, maar er is een constante competitie. Het is niet gezond voor mensen in het algemeen, en het maakt je ook ongelooflijk eenzaam. Hoe kan je nog connecties met de realiteit hebben als je altijd beter moet zijn dan de ander?”

Met welke problemen heb jij dan precies moeten kampen?

“Ik piekerde veel, nu nog steeds. Op zich altijd over stomme dingen: “Ik ben niet slim want ik heb geen diploma”, “Ik ben te klein om aantrekkelijk te zijn.” Altijd de woorden “niet goed genoeg.” Het knaagt, je kan niet slapen, en dan begin je te drinken. Dat gevoel gebeurt met vlagen. Ik was heel eenzaam omdat ik met niemand een band had. Ik zette mijn verstand op nul om met tegenzin te gaan werken. Zo heb ik twee jaar bij de post gespendeerd om geld te verdienen zodat ik muziekinstrumenten kon kopen.”

Wat zijn de zwaarste psychische en lichamelijke effecten van je stoornis?

“Op psychisch vlak voelde ik me nooit op mijn gemak, ik voelde me nergens thuis en had ik geen connectie met mijn collega’s. Ik was er simpelweg niet in geïnteresseerd. Ik voelde me mentaal geïsoleerd.”

Daarna ben je naar weer school gegaan. Heb je toen een verbetering in je situatie opgemerkt?

“Naar school gaan heeft mij geholpen, ik kon alles weer even op een rij zetten. Niet per se om te studeren, dat beviel me niet. Het is dus vooral goed geweest voor mij omdat ik tijd had voor mezelf, en even kon nadenken. Ik stelde mezelf de vraag wat ik kon doen met mijn leven. Het laatste jaar dat ik probeerde om naar school te gaan, solliciteerde ik continu. Ik heb nu een job waar ik me goed voel.”

Ben je op school dan personen tegengekomen bij wie je jouw emoties kwijt kon?

“Ja, want het waren weer mensen van mijn leeftijd. Dat was het beste wat er kon gebeuren, ik moest gewoon opnieuw tussen mensen zijn waarmee ik me kon identificeren. Was ik mijn job blijven doen, dan was het waarschijnlijk heel fout afgelopen.”

Kwam er van thuis uit dan geen steun?

“Van mijn moeder wel, van mijn vader niet. Hij is het soort vader die tegen zijn zoon zegt dat hij zich moet vermannen, iets wat misschien herkenbaar is bij veel mensen. Het is ook daarom dat ik zo tevreden ben dat de media er aandacht aan geven. Als je weet dat er verschrikkelijk veel mensen zijn die het moeilijk hebben, is het fantastisch dat de media dit doen. Ik hoop dat er ooit een dag komt waarop mensen gemeend tegen elkaar kunnen zeggen “Je ziet er niet zo goed uit vandaag, hoe is het met jou?”

Hoe ging je er dan mee om als iemand je vroeg hoe het ging?

“Ik verklapte niks. Zeker wanneer je merkt of die persoon het meent of het simpelweg over een aanspreking gaat.  Het gangbare antwoord is “Goed, en met jou?” Je hoort niemand “Slecht, en met jou?” zeggen, hé.”

Lukt het je om je problemen kwijt te raken met je muziek?

“Enorm.  Het afgelopen jaar heb ik heel veel opgenomen, het is de beste therapie. Simpelweg prutsen, sleuren aan de muziek, en op een mooi resultaat uitkomen geeft me een goed gevoel. Maar het probleem zal nooit volledig verdwijnen. Bij wie wel? Iedereen heeft er ooit wel eens last van, denk ik.”

Hoe lang had je dit probleem?

“Een jaar of vier, en nu nog af en toe. Gelukkig is het nu niet meer zo prominent aanwezig. Het gevoel zal altijd blijven hangen, maar zo erg vind ik dat niet. Het motiveert me om muziek te maken, dus ik gebruik het nu eigenlijk voor mijn eigen nut. Nu wil ik gewoon nog werken sparen, en heel veel met muziek bezig zijn.”

Zijn er lessen die je voor jezelf hebt kunnen trekken uit je moeilijke periode?

“De belangrijkste les is dat ik ongelooflijk zelfdestructief kan zijn. Als het me niet lukt om te voldoen aan de druk om ander persoon te worden, denk ik al snel “let’s all go to hell together”. Ik heb daarmee leren omgaan door te werken en door muziek te maken, tot grote ergernis voor iedereen die met mij samenwoont. Ik vind het interessant om te blijven bijleren in alles wat je doet. “Zelfontplooiing” noemen ze dat, en ik vind het een fantastisch ding. Voor mensen die mijn probleem ook ervaren, kan ik zeggen dat ze hun geluk in andere zaken kunnen vinden. Het is helemaal niet zo belangrijk om perfect te zijn, want daar ligt net het ongeluk. Iedereen mag wat egoïstischer zijn, je moet niet altijd rekening houden met een ander.”

Welke raad heb je voor studenten die kampen met psychische moeilijkheden?

“Ga naar je huisdokter, dat zijn professionals. Zij kunnen je sowieso helpen. Ikzelf ben bij een psycholoog beland via mijn huisdokter. Daar heb ik veel hulp aan gehad. Anderzijds zijn goeie romans die met je resoneren of zelfstudieboeken ook erg behulpzaam. Ik lees nu “De Schaduw van de Wind” van Carlos Ruiz Zafón en ik geniet ervan.”