“Accepteren van holebi’s gaat stap voor stap”

Vorig jaar begin oktober werd er in Brussel een vluchthuis geopend voor holebi’s en transgenders die thuis niet aanvaard worden door hun familie omwille van hun geaardheid. Brussel is de eerste stad in België die zo een vluchthuis opent. Dat het project nodig is, blijkt uit cijfers. Volgens Victor Madrigal-Borloz, Onafhankelijk Expert inzake Seksuele Oriëntatie en Gendergelijkheid bij de Verenigde Naties, zijn tussen de 20% en 50% van de daklozen wereldwijd holebi en/of transgender. Ouders zetten hun kinderen dus op straat omwille van hun geaardheid.

Het Brusselse Regenbooghuis, de koepel van holebi’s & transgenders, zegt dat er wekelijks jongeren komen aankloppen die thuis niet meer welkom zijn. Dat zijn meestal jongeren die zich geout hebben, maar waar de ouders een probleem maken van hun geaardheid. Vroeger moesten deze jongeren in Brussel een beroep doen op Samusocial, die organisatie biedt noodhulp aan daklozen. Maar nu kunnen zij ook terecht in een vlucht/opvanghuis in het centrum van Brussel. Dat huis is een initiatief van de vzw Midnimo, een vereniging die mensen ondersteunt wiens rechten niet worden gerespecteerd omwille van hun geslacht of seksuele geaardheid.

Psychologische en juridische hulp

Het nieuwe opvangtehuis zelf is eigenlijk een appartement, met twee slaapkamers. Er is plaats voor maximaal vier jongeren tegelijkertijd. Die krijgen er ook ondersteuning, zoals juridische en psychologische hulp, en maatschappelijk begeleiding van vrijwilligers.

De jongeren kunnen er drie maanden blijven. Na die drie maanden kijken een psycholoog en sociaal assistent dan of er nog langer onderdak en hulp nodig is. De locatie van het opvanghuis is geheim, zodat de jongeren zeker zijn van hun privacy en veiligheid.

Het project is geïnspireerd op een Frans initiatief. Daar zag het opvanghuis het levenslicht in 2003. In Brussel krijgt het project een subsidie van 50.000 euro van de stad.

Naast tijdelijke opvang krijgen de jongeren er ook begeleiding en ondersteuning zoals psychologische en juridische hulp. “Ze zullen niet noodzakelijk bij ons verblijven, omdat we in sommige gevallen kunnen werken aan een oplossing van het conflict met de familie. Als de jongere er wel onderdak krijgt, gaat het OCMW zich over de persoon ontfermen”, aldus Dimitri Verdonck, woordvoerder van vzw Midnimo.

Volgens Christophe Degraeuwe, medeoprichter van het opvanghuis, is die hulp noodzakelijk. “We richten ons enkel op jongeren, want die zijn ook het meest kwetsbaar. Jongeren tussen 18 en 25 jaar zijn het meest fragiel in confrontatie met hun familie, daarom richten we ons op die groep. We hopen hen de nodige steun te kunnen geven zodat ze hun weg vinden.”

Stap voor stap

Een mooi en noodzakelijk initiatief dus, maar hoe komt het dat het anno 2018 nog steeds noodzakelijk is? Armand (35) woont samen met zijn vriend Robert in een plattelandsgemeente. Hij werkt in een kapsalon en is gelukkig met het leven dat hij nu heeft. Maar een hechte band met zijn ouders heeft hij niet, die onderlinge relatie werd erg moeilijk toen hij uit de kast kwam.

“Mijn ouders zijn nogal conservatieve mensen, vandaar ook dat ik pas op latere leeftijd tegen hen verteld heb dat ik op mannen val. Ze hebben me niet letterlijk gezegd dat ik thuis niet meer welkom was, maar ik merkte gewoon meteen dat die onderlinge relatie erg moeilijk werd. Op dat moment ben ik gaan samenwonen met mijn vriend. Ik heb mijn ouders ongeveer zeven jaar niet gezien of gehoord, maar die tijd was ook nodig. Sindsdien horen we elkaar een paar keer per jaar. Andere kinderen gaan misschien wekelijks of maandelijks eens op bezoek bij hun ouders, maar dat is bij mij niet het geval. Daar heb ik mee leren leven.”

Volgens Armand zijn positieve verhalen nodig om de beeldvorming van homofobe mensen te veranderen. “Zoiets moet stap voor stap gaan. Positieve verhalen helpen omdat mensen holebi’s meer als ‘normaal’ gaan beschouwen. De ouders van mijn vriend hadden helemaal geen probleem met zijn coming-out.

Armand twijfelt of de opening van het vluchthuis nu positief of negatief is. “Aan een kant is het positief dat er opvang voorzien wordt voor die jongeren, want niet iedereen zal zoals ik het ‘geluk’ hebben om meteen ergens terecht te kunnen. Maar aan de andere kant is het wel schrijnend dat dit nog steeds nodig is. Dat ouders hun kinderen uit huis zetten omdat ze op iemand van hetzelfde geslacht vallen.”

En toch is er hoop: “Als ik terugdenk aan de tijd toen ik uit de kast kwam, is er de dag van vandaag toch veel veranderd. Er is een positiever beeld van holebi’s, dat zal waarschijnlijk ook te maken hebben met de manier waarop de media er nu mee omgaan. Ik heb de indruk dat ook daar een verandering is opgetreden. Het komt gewoon veel meer aan bod, en dat is nodig om mensen er aan gewoon te laten worden. Ook het homohuwelijk staat de dag van vandaag niet meer ter discussie is België, die indruk heb ik toch.”