Reeks: de vragen van Proust in studentenversie – Seppe Van Ackerbroeck-Pairon interviewt Jens Denorme

Jens Denorme is 19 jaar en studeert Sportjournalistiek aan Howest in Kortrijk. Hij heeft een eigenzinnige kijk op het leven en speciaal voor ons legt hij zijn ziel bloot. We leggen hem twaalf vragen voor die de Franse schrijver Marcel Proust ooit beantwoordde in een vriendenboekje. De eerlijke antwoorden van Jens maken vooral duidelijk dat hij kan genieten van vrouwelijke aandacht.

Hoe oud voelt u zich?

“19 jaar. Ik leef vooral in het heden en heb een goede voeling met mijn kameraden van dezelfde leeftijd. We begrijpen elkaar op dezelfde vlakken. We praten bijvoorbeeld vaak over de liefde, uitgaan en andere gemeenschappelijke interesses. Ik voel wel het verschil tussen mijn fysieke en mentale leeftijd. Fysiek voel ik mij 30 jaar oud maar mentaal 19 jaar oud. Het ene beïnvloedt het andere, want mijn mentale leeftijd zorgt ervoor dat ik heel vaak uitga en daardoor fysiek inspannende activiteiten uitvoer en mij daardoor moe en fysiek niet volledig in orde voel. Daarom mijn fysieke leeftijd van 30 jaar, al is het moeilijk om in te schatten hoe iemand van 30 zich voelt, dus misschien is het nog wel ouder dan dat.”

Wat is uw zwakte?

“Meisjes met een bril. O, bedoel je de vraag op een andere manier? (lacht)  Wel, mijn grootste zwakte zal waarschijnlijk mijn ego zijn. Op sommige momenten te hoog en op andere te laag. Er zijn momenten waarop ik mij superieur voel tegenover anderen, maar vaker voel ik mij minderwaardig. Ik voel me superieur wanneer ik uitga en mensen zie waar iets niet aan klopt. Ze liggen ‘kapot’ op de grond door drank of drugs. Mensen die veel drank en drugs gebruiken, vind ik in veel gevallen minderwaardig. Maar ik voel mezelf minderwaardig ten opzichte van mensen die een relatie hebben. Ik ben zelf single en als ik dan iemand zie met een knappe vriendin, vraag ik me af: ‘wat heeft die meer dan ik?’ Op zulke momenten begin ik aan mezelf te twijfelen.”

Ervaart u het leven als een cadeau?

“Bij momenten. Er zijn momenten waarop alles vlot verloopt, wanneer ik veel nieuwe mensen leer kennen. Vooral vrouwen. En waarmee ik een goed contact onderhoud. Ook voetbal heeft een grote invloed op mijn leven, maar de betrokkenheid in mijn vriendenkring is het belangrijkste. Soms zijn er momenten waarop ik me uitgesloten voel en dan is het leven geen cadeau. Als mijn vrienden mij niet betrekken bij hun plannen bijvoorbeeld. Als ze uitgaan en ik niet word betrokken bij hun overleg om uit te gaan. Over die momenten praat ik niet met hen, ik krop het eerder op. Alles samen genomen vind ik het leven, ondanks de vele lichtpuntjes, geen cadeau.”

Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“De glimlach van een knap meisje. Daar fleur ik echt van op, ik voel me er beter door. Zeker als die glimlach er dankzij mij komt. Het gebeurt regelmatig dat een knap meisje naar me lacht, al weet ik niet altijd of die glimlach er door mij komt. Toch kan zo een moment een echte rotdag nog enigszins goed maken. Het brengt wat licht in de duisternis.”

Wat is uw grootste angst?

“Afgewezen worden. Zowel op vlak van relaties als op vlak van vriendschap. Ik hoop dat het nooit meer gebeurt. Wanneer ik word afgewezen, krijg ik daar geen prettig gevoel van. Ik heb dan het gevoel dat ik mezelf moet veranderen. Door de ene persoon is het wel minder erg om door afgewezen te worden dan door de andere. Maar ik begin er dus soms door te twijfelen aan mezelf. Vooral op het gebied van uiterlijk, want dat heb je niet in de hand en dat zie ik als een nadeel.”

Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik ga niet vaak door het lint. En zeker niet volledig door het lint. Ik krop mijn gevoelens vooral op zoals ik al eerder zei, en misschien komt het er ooit wel eens allemaal uit. Vooralsnog kan ik me geen moment herinneren waarvan ik denk: ‘toen ging ik echt door het lint.’”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben gedoopt, en heb mijn eerste en plechtige communie gedaan, maar toch zegt het geloof me weinig. Mijn grootouders zijn gelovig en proberen me erop te wijzen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over bidden voor het eten. Mijn ouders zijn al veel minder religieus waardoor ik eigenlijk net zoals zij atheïst ben. Ik heb altijd zelf de keuze gehad: ik ben naar een katholieke school geweest, maar er werd me niets opgedrongen. Het was eerder omdat er geen andere keuze was. Ik zat daar niet tegen mijn zin, een echt katholieke school kon je het niet noemen. Vanaf mijn 14 à 15 jaar begon ik zelf na te denken over wat religie is. En toen kwam ik ook tot het besef dat ik niets met religie heb.”

Wat vindt u erotisch?

“Sexy lingerie kan veel doen. Het is enigszins wel belangrijk wie het draagt, maar vaak kan een mooi, rood of zwart lingeriesetje een minder perfect lichaam toch veel goedmaken.”

Welk dier zou u willen zijn?

“Ik zou in ieder geval vleugels willen hebben. Misschien wel een vlieg. Een vlieg leeft niet lang, maar ziet wel héél veel in zijn korte bestaansperiode. Ik zou privésituaties van mensen willen bekijken, dat zou interessant zijn. Niet omdat ik het belangrijk vind, maar wel omdat het grappig, erotisch of awkward kan zijn. Of een combinatie van allemaal.”

Bent u een goede vriend?

“Daar kan ik zelf moeilijk over oordelen, maar ik denk eerder van wel. De belangrijkste reden daarvoor is dat ik vaak BOB ben. Als ik BOB ben, dan blijf ik ook echt lang tijdens het uitgaan. De nuchtere mensen haken vaak vroeg af, maar ik zorg ervoor dat ik lang blijf, ook al is het soms tegen mijn zin. Ik wil dus dingen opgeven voor de veiligheid van mijn vrienden. Ik breng ze liever nuchter thuis dan dat er iets gebeurt met hen. Zo ben ik drie weken geleden uitzonderlijk vroeger vertrokken van een fuif omdat ik me echt niet amuseerde, mijn vrienden zouden meegaan met iemand anders. Ik vertrok dus om 3 à 4 uur maar om 6 uur hebben ze mij wakker gebeld en ben ik hen uit vrije wil toch nog gaan halen en heb ze naar huis gebracht. Hoewel ik drie uur later alweer present moest zijn om voetbaltraining te geven aan kinderen.”

Wat is voor u de hel op aarde?

“Alles verliezen wat me dierbaar is: familie, vrienden en vrouwen (lacht). Ik ben niet bang dat er hier een oorlog uitbreekt of zo, eerder dat ik geleidelijk aan mensen verlies uit mijn leven. Ik denk dat het allebei even pijnlijk is.”

Wat betekent geld voor u?

“Men zegt: geld maakt niet gelukkig, maar ik zou dat toch willen ontkrachten. Natuurlijk is geld niet de hoofdoorzaak van geluk, maar geld kan wel een grote invloed hebben. Alles is te koop. Het is de illusie die telt. Het is dan misschien niet altijd oprecht, maar de illusie die gecreëerd wordt, kan toch zorgen voor veel geluk.