Reeks: de vragen van Proust in studentenversie – Maxim De Roo interviewt Noah Demaret

Noah Demaret timmert aan een carrière als sportjournalist. Zijn grote droom is om de nieuwe Filip Joos of Peter Vandenbempt te worden. De Gentenaar is brandend ambitieus en bekijkt de dingen altijd van de zonnige kant. Maar roddel niet waar hij bij staat, want dan kan het donderen. Speciaal voor ons laat hij zich van zijn kwetsbaarste kant zien. Wij stelden Noah dezelfde vragen die de Franse schrijver Marcel Proust ooit beantwoordde in een vriendenboekje.

 

Wat is uw passie?

“Mijn leven draait grotendeels rond voetbal. Ik speel bij HO Kalken, waar ik ook training geef aan de U-10. Zaterdag is voor mij telkens het hoogtepunt van de week. Dan kom ik om tien uur aan op de club en vertrek ik pas weer om half zeven. Eerst coach ik de U-10 tijdens hun wedstrijd en een paar uren later draaf ik zelf het veld op. Ik geef enorm graag training, toch gaat er niets boven zelf op het veld staan. Ons team maakt dit jaar een goede kans op het kampioenschap. Mochten we promoveren, zou ik door het lint gaan van blijdschap. Ik ben meestal degene die het feestje start in de kleedkamer. Het omgekeerde is ook waar: na een verloren wedstrijd kan ik in zak en as zitten.
Ik ben pas op mijn dertiende begonnen met voetbal, vrij laat dus. Toch heb ik mij verrassend snel aangepast aan het niveau. Dat komt waarschijnlijk doordat ik altijd veel voetbal op televisie keek, ik stal met mijn ogen. De Premier League in Engeland is mijn favoriete competitie vanwege de sfeer in de stadions. Er worden ook vaak harde duels uitgevochten, iets wat ik als verdediger natuurlijk graag zie. Ik studeer Sportjournalistiek om van mijn hobby mijn beroep te maken. Ik zeg al sinds het eerste leerjaar dat ik voetbalcommentator wil worden, liefst voor televisie.”

 

Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?
“Ik denk dat iedereen graag complimenten krijgt en dat is bij mij niet anders. Of het nu over mezelf gaat of over een artikel dat ik geschreven heb. Zelf geef ik ook veel complimenten, zij het vaak op een sarcastische manier. Echte vrienden weten dit wel te waarderen (lacht). Het allermooiste compliment dat ik ooit kreeg, kwam van mijn trainer. Hij zei dat ik de beste middenvelder was van de competitie. Het is leuk om zo’n compliment te krijgen van iemand die zoveel van voetbal kent als hij.”

 

Waar hebt u spijt van?
“Ik heb mijn vriendin vorig jaar in oktober bedrogen. We waren net een jaar samen en stapelgek op elkaar. Ik ben er helemaal niet trots op. Ik had zelfs het lef niet om dit op te biechten tegen haar. Waarvan ik het meeste spijt heb? Het liegen. Toen het uitkwam, kon ze mij wel vergeven, maar het wierp toch een blijvende schaduw op onze relatie. We hebben het nog even geprobeerd, maar als er geen vertrouwen meer is…”

 

“Ik zeg al sinds het zesde leerjaar dat ik voetbalcommentator wil worden”

 

Wanneer hebt u voor het laatst gehuild?
“Twee maanden geleden, toen ik hoorde dat mijn ex-vriendin een ander had. Dat vond ik raar, want toen we uit elkaar gingen, zei ze dat ze even alleen wilde zijn. Ze maakte me een paar weken geleden nog woedend. Ze had die jongen uitgedaagd om mij een bericht te sturen. Ik ben de eerste die in is voor een mopje, maar dit was echt ongepast. Ik vond het een totaal gebrek aan respect. Ze heeft ondertussen wel haar excuses aangeboden, maar ik hoef haar een tijdje niet meer te zien of horen.”

 

Hoe kijkt u naar uw lichaam?
“Ik heb nooit echt op een positieve manier naar mijn lichaam gekeken. Dat komt in grote mate door mijn (over)gewicht. Iedereen kent mij als brede Noah. In de kleedkamers van de voetbalclub krijg ik daar soms opmerkingen over. Ik lach ze meestal weg, maar die doen diep vanbinnen toch pijn. Vorig jaar woog ik plots 103 kilo. Ik ben toen meer op mijn voeding gaan letten. Ik at vroeger altijd pasta op school, maar bestel steeds vaker een gezond broodje. Nu weeg ik 93 kilo, wat min of meer aanvaardbaar is. Als sporter mogen er natuurlijk nog wat meer kilootjes af. Ik ben jaloers op mensen die alles mogen eten en niets bijkomen. Een paar maanden geleden ben ik naar Lloret De Mar geweest en toch weer 5 kilo aangemodderd, terwijl ik minder at dan mijn (slankere) vrienden. Mocht ik nu stoppen met sporten dan weeg ik gauw 120 kilo of meer. Ik kan niet zeggen dat ik volledig tevreden ben over mijn lichaam, maar alleszins meer dan vroeger.”

 

Wat is uw goorste fantasie?
“Ik denk dat iedereen diep vanbinnen wel een gore fantasie heeft. Bij jongens zijn dat vaak seksuele fantasieën en dat zal bij mij niet anders zijn. Ik kan nu wel niet meteen iets verzinnen…”

 

Hoe is de relatie met uw ouders?
“Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik twee was. Mijn papa woont een eindje verderop, in Waterloo. Daarom zien we elkaar niet zo vaak. Ik zou dus liegen mocht ik zeggen dat we een super hechte relatie hebben. Hij was geen modelvader toen hij nog samen was met mijn mama. Hij keek weinig naar mij om. Sinds de scheiding is onze relatie wel verbeterd. Ik vraag mij soms af hoe het zou zijn mocht ik hem vaker zien. Hij is namelijk nogal streng, zeker in vergelijking met mijn mama. Mochten mijn papa en ik elkaar elke week zien, dat zou misschien vuurwerk geven.”

 

Bent u een goede vriend?
“Dat is eigenlijk niet aan mij om over te oordelen, maar ik vermoed van wel. Ik ben er altijd voor mijn vrienden. Ik zal ook nooit liegen tegen hen, want dat is iets waar ik heel gevoelig aan ben. Ik vind wel dat er een verschil is tussen zwijgen en liegen. Mijn vrienden hoeven ook niet alles te weten natuurlijk. Maar als ze mij iets vragen dan probeer ik altijd zo eerlijk mogelijk te antwoorden. Ik heb een vriend die vaak liegt tegen mij en niet zelden hebben we daar ruzie over. Ik zou eerder tegen mijn ouders liegen dan tegen mijn vrienden. Die kunnen je immers geen straf geven. Of mensen vaak advies vragen aan mij? Niet echt. Ik ben een goede luisteraar, maar een verschrikkelijke raadgever. Woorden schieten mij vaak tekort om iemand te troosten. Mijn antwoorden gaan doorgaans niet verder dan ‘het komt wel goed’.

 

“Ik ben een goede luisteraar, maar een verschrikkelijke raadgever”

 

Wat is voor jouw de hel op aarde?
“De hel op aarde lijkt me wat sterk uitgedrukt. Als ik mijn situatie vergelijk met die van anderen heb ik geen reden om te klagen. Ik heb wel een plaats die ik vaak vervloek : school. Sommige lessen zijn zo saai dat ik bijna in slaap val. Als die saaie lessen elkaar vlug opvolgen, durf ik al gauw thuis te blijven. Soms vraag ik mij af of ik wel de juiste richting heb gekozen. Je moet weten, ik kom speciaal naar hier voor sportjournalistiek. Dat betekent dus heel veel pendelen. Als de richting dan niet helemaal is wat je ervan verwacht had, is dat balen. Het klinkt vast wat pretentieus maar ik denk soms dat ik vandaag naar een krant kan stappen om een proefartikel te schrijven en daar morgen al aan de slag kan. Dat is vermoedelijk niet zo, want je moet natuurlijk een basis hebben. Maar op sommige schooldagen denk ik wel eens aan uitschrijven, ja.”

 

Wat betekent geld voor u?
“Geld is best wel belangrijk voor mij. Ik weet wat het is om soms veel geld te hebben en het meteen weer uit te geven. Na een nachtje stappen in Gent ben ik vaak volledig gepluimd. Volgens sommigen heb ik een gat in mijn hand (lacht). Een journalist heeft misschien geen astronomisch loon, maar je krijgt er wel de ervaring voor in de plaats. Het lijkt me fantastisch om verslag uit te brengen van de Champions League of om pakweg Lukaku te interviewen. Daar zou ik met plezier een maandsalaris voor inleveren.
Ik vind het logisch dat een chirurg meer geld verdient dan een journalist. Als journalist word je uiteindelijk enkel betaald om te zeggen wat de andere mensen ook zien, maar het gewoon wat beter te verwoorden. Mocht ik ooit de lotto winnen, zou ik niet anders gaan leven. Ik zou misschien minder nadenken over kleine uitgaven, zoals tijdens het uitgaan. Ik zou mezelf waarschijnlijk een nieuwe auto cadeau doen, maar drie huizen zijn niet aan mij besteed.”

 

Aan wie zou u eens ongezouten uw mening willen zeggen?
“Aan mensen die achter mijn rug praten. Ik ben zelf rechtdoorzee en zal het altijd zeggen als iets mij niet aanstaat. Jammer genoeg zijn niet alle mensen zo. Ik kan mij enorm storen aan achterbaks gedrag, ook van m’n vrienden.”