Restaurant Mikan

Gezellig dineren in Servië

Dineren in Servië is niet hetzelfde als dineren in België. Dat werd duidelijk tijdens de Balkanreis van de studenten Journalistiek aan de Howest in Kortrijk. Een gezellig restaurantje, een leuke bende en een hoop lekker eten vormden de ingrediënten van de avond. Maar hoe zat het met de lokale gebruiken en de specialiteiten?

Na een wandeling door de Servische hoofdstad Belgrado, nam gids en oprichter van Food&Culture tour Belgrade, Jovana Travica, ons mee naar een gezellig restaurantje met Servische bijzonderheden. Van buiten ziet Restaurant Mikan eruit als een gezellig, groot huis met verschillende planten en houten stoelen en tafeltjes, een houten ton en houten naambordjes. Met mooie verlichting, ga je er ’s avonds nog meer van houden.

Ook binnen is het gezelligheid troef. Opnieuw vallen de planten en het houten meubilair het meeste op. Ook de details bestaan uit hout: kaders, vaatjes, een boog, een houten wiel, … Op de tafels ligt dan ook nog eens zo’n typisch rood geruit tafelkleed. Het zorgt voor de sfeer van een koude winternacht, waarin de hele familie rond het haardvuur van de blokhut zit. Alleen wordt daar geen zo’n lekker eten geserveerd.

Interieur van Restaurant Mikan in Belgrado.

Dat eten wordt ook geserveerd door zeer keurige en vriendelijke obers. Met een zwarte broek, een wit hemd, een schort en een strikje zien ze er ook piekfijn uit. Onze eigenste ober was kaal en mede door zijn kleren krijgt hij de naam ‘Lambik’. Gelukkig stuntelt hij niet zo als zijn collega-stripfiguur.

Als eerste bezorgt Lambik ons elk een glas rakija, op aanraden van Jovana. Als Belgen zijn we vooral bier gewoon, met een alcoholpercentage rond de vijf procent. Voor rakija mag daar een nulletje aan toegevoegd worden, ook al zijn er varianten van rond de 80 procent. Het wordt dan ook best als shotje gedronken en het is zeer populair in de hele Balkan. Rakija drink je ook het best net voor de maaltijd “om je maag open te zetten”, aldus Jovana.

Dit is de nationale drank Rakija. Het ziet eruit als water, maar drink het a.u.b. niet zo!

Rakija wordt voornamelijk geproduceerd van pruimen, maar ook van andere vruchten zoals perziken, abrikozen, appels, vijgen, en peren, als ook van bijvoorbeeld honing. Wat wij dronken was abrikoos, al smaak je die abrikoos maar zeer licht door het hoge alcoholpercentage. Het is wel lekker en het zet inderdaad de maag open. Dat zie je ook aan mijn reactie als ik voor de eerste keer rakija achterover giet.

(Later volgen meer van deze shotjes, maar dat is ten zeerste af te raden! Zowel mijn dode hersencellen als die van mijn kamergenoten kunnen dat bevestigen.)

Vooraleer de rakija effectief te drinken, moet je natuurlijk eerst klinken. Onze ‘proost’ is hier ‘ziveli’. Het is ook heel belangrijk om in de ogen te kijken, anders krijg je zeven jaar lang geen geluk. Bij ons is dat dan zeven jaar slechte seks. Aan jou om uit te vissen wat er erger is.

Serviërs zijn vleeseters, en dat merk je ook aan hun tafelbezetting. Naast de grote borden staat een klein bordje voor de groenten, zodat er meer plaats is voor de ‘echte maaltijd’, het vlees. Student Arjen T’Sjoen heeft de Servische mentaliteit al helemaal te pakken wanneer hij zegt: “De honger van een beer kan je niet stillen met komkommers en prei.”

Terwijl we wachten op het voorgerecht, staan er mandjes met brood op tafel. Het brood heet ‘lepinja’ en het is vergelijkbaar met een pitabroodje. Het is zeer licht en nog warm. Voor bij het broodje ligt er een soort oranje sausje, ‘ajvar’ genaamd. Het bestaat hoofdzakelijk uit rode paprika, aubergine, zout, plantaardige olie en kruiden. Ajvar wordt meestal zelfgemaakt omdat het  arbeidsintensief is en veel handwerk vergt, zoals het pellen van geroosterde paprika’s. We zijn hier trouwens op het ideale moment, want september en oktober zijn de periodes waarin ajvar gegeten wordt.

Lepinja
Ajvar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook al bestaat ajvar voornamelijk uit paprika’s, toch is het sausje niet echt pikant. Het zorgt gewoon voor een lekkere smaaktoevoeging aan het brood. Aan onze tafel geraakt het potje dan ook snel leeg en de lepinja krijgt van iedereen een dikke laag ajvar.

Na deze eerste smakelijke kennismaking, verblijdt Lambik ons met zijn binnenkomst. Natuurlijk gaat het ons om wat deze lieve man meegebracht heeft, egoïstisch en hongerig als we zijn. In Servië is het ook gebruikelijk om grote porties in het midden van de tafel te zetten en dan maar gezamenlijk aan te vallen. Na de eerste avond zijn we nog niet vies van elkaar, dus besluiten we om dat ook maar te doen.

Het eerste wat Lambik ons serveert, is ‘prebranac’. Het is een kom met gebakken bonen in een dikke saus. Dat wordt vooral veel gegeten in de winter. “Het gerecht stamt uit orthodox-christelijke tijden en het bevat geen vlees, boter, eieren of melk. Die producten waren namelijk verboden”, weet Jovana mij te vertellen. Het is lekker, maar niet verrassend. De saus heeft geen overheersende smaak, waardoor je vooral de bonen smaakt. En bonen zijn bonen, niet waar?

Prebranac

Vervolgens brengt Lambik ons een schotel worstjes, wat er een beetje uitziet als frikandellen. Het is ‘Cevapi’. Anders dan frikandellen, bestaan deze worstjes alleen uit echt vlees (gehakt). Voeg daar nog kruiden aan toe en je hebt cevapi. Het is een soort regionale vorm van kebab. Erg lekker voor enkele, maar na een tijdje begon de smaak te vervelen. Maar samen met de bonen en het bord met koude groenten, kan ik dit zeker smaken.

Cevapi

De echte maaltijd moet dan nog komen. ‘Jagnjece pecenje’, wat zoveel betekent als ‘gebraden lamsvlees’. Jovana benadrukt nog eens dat Serviërs verzot zijn op vlees, terwijl wij met grote, hongerige ogen kijken naar Lambik die de schotel op tafel zet. Het lamsvlees zit in een grote kom samen met een roomachtige, zachte botersaus, gebakken aardappeltjes en ‘kajmak’, een soort zure room. Daarbij krijgen we ook rijst met gegrilde groenten, maar ook de bonen kunnen daarbij nog gegeten worden.

Jagnjece pecenje of gebraden lamsvlees. Kajmak is het witte product.

Lambik komt trouwens ook zijn Servische gastvrijheid tonen door het vlees te snijden en op ieders bord te scheppen. Snijden is trouwens niet echt nodig, want het lamsvlees is enorm zacht. Lambik gebruikt dan ook geen mes, maar een lepel om het vlees in kleinere stukken te doen. Het lamsvlees bevat enorm veel smaak. Het gebeurt wel vaker dat lamsvlees droog is en dat er weinig smaak in zit. Dat is hier allerminst het geval. Het lam op zich is al rijk aan smaak, en die saus maakt het alleen nog maar beter.

Student Silvan Caulier geniet ook met volle teugen. “Ik ben normaal iemand die niet graag lamsvlees eet en ik was ook een beetje bang voor dit avondmaal, maar dit vlees is echt verrukkelijk. Trouwens, die aardappeltjes daarbij die een beetje zout smaken, zorgen voor een perfecte combinatie”, zegt Silvan.

Bij het eten hoort natuurlijk ook een biertje. ‘Staropramen’, in dit geval een Tsjechisch biertje. Ik vind het lekker en volgens mij is het goed vergelijkbaar met ons bier. Ook bij Arjen valt het in de smaak. Hij vindt het een zacht biertje, maar hij voelt de alcohol al naar zijn hersenen stijgen. Al kan dat ook aan de hoeveelheid (0,5l) liggen. Silvan vindt dan weer dat er niks speciaals over te zeggen valt, maar dat het allesbehalve slecht is.

Doe mij maar bier.

Toen dat biertje uiteindelijk leeg was, verlieten we allemaal voldaan het restaurant. Met bolle buiken en sommigen ook met een zeer licht hoofd. De portefeuille bleef wel zwaar, want bovendien was de heerlijke maaltijd ook nog goedkoop te noemen (minder dan 15 euro per persoon). Dus als je ooit naar Servië gaat, zijn deze gerechten en het restaurant in kwestie zeker een aanrader!