“Begrijpelijk dat renners zich opgejaagd wild voelen”

Voor Pieter Serry was het gisteren een avond in mineur. Een dopingcontrole zorgde ervoor dat hij bijna het volledige gala van de Flandrien moest missen. Gaat de UCI hier nu effectief hun boekje te buiten, of is het gewoon een alledaagse controle die ditmaal op een speciale plek plaatsvond?

Wielrenners zijn verplicht hun dagelijkse whereabouts, hun dagplanning, door te geven aan de internationale wielerunie UCI. Een uur per dag moeten ze beschikbaar zijn voor controle. Bij Serry is dat, net zoals bij de meeste renners, s ’ochtends. Ditmaal stonden de controleurs echter buiten die uren aan de deur van Serry, onaangekondigd en buiten competitie. Marc Van der Beken, directeur van de nationale antidopingorganisatie NADO, was ook verrast toen hij het nieuws vernam. “Kijk, het NADO staat volledig los van de UCI, dus ik heb geen uitleg waarom Serry net nu gecontroleerd werd, maar het is wel vreemd. Zeker buiten het seizoen komt het al niet zo vaak voor dat er buiten het tijdsslot gecontroleerd wordt. Ze hebben natuurlijk het recht om dat te doen, maar hun aanpak was ditmaal toch niet alledaags.” Serry was dan ook niet opgezet met de controle. Belachelijk was het volgens hem, vooral omdat hij twee weken geleden nog maar gecontroleerd werd.

“Had hij dus zijn telefoon niet opgenomen en verteld waar hij was, kon het evengoed zijn dat de controleurs nooit tot bij hem geraakt waren.”

Volgens de procedure is de renner verplicht om na het eerste contact met de dopingcontrole, binnen de 24 uur een staal af te leveren. “Als Serry nu niet bereikbaar was geweest, of ze hadden hem niet gevonden, dan konden ze hem niet gecontroleerd hebben,” aldus Van der Beken. “Had hij dus zijn telefoon niet opgenomen en verteld waar hij was, kon het evengoed zijn dat de controleurs nooit tot bij hem waren geraakt. Technisch gezien had dat ook geen gevolgen gehad voor hem. Een renner kan namelijk enkel een controle missen als de controleurs binnen de afgesproken uren contact proberen te maken. Dat is normaal ook de meest voorkomende gang van zaken. Je krijgt telefoon of de controleurs staan voor de deur op het moment wanneer je weet dat er controle kan zijn.  Dan zijn er geen misverstanden of excuses. In uitzonderlijke gevallen kan de renner dan hoogstens de test even uitstellen, om bijvoorbeeld zijn training af te werken, maar meer ook niet. Mist hij die test, krijgt hij een streepje in zijn dossier. Drie gemiste testen staan dan gelijk aan een schorsing.”

De testen dienen natuurlijk het algemeen belang van het wielrennen. Renners beseffen maar al te goed dat ze ook buiten competitie gecontroleerd kunnen worden. De sport heeft zijn reputatie tegen, daarom doet de UCI er ook alles aan om nieuwe schandalen te vermijden. “Door die vele controles is het begrijpelijk dat renners zich opgejaagd wild voelen, dit soort acties maken die situatie er ook niet beter op”, voegt Van der Beken nog toe. Aan de grondigheid van de UCI zal het dus niet liggen. Ook de renners pleiten volop voor transparantie en juichen de controles toe, maar de manier waarop is toch voer voor discussie. Of die controles allemaal zo effectief zijn, is nog zo een discussiepunt. Soms worden renners meerdere keren per week buiten competitie gecontroleerd, terwijl anderen langdurig onder de radar blijven. Vorige maand kregen zelfs Bram Tankink en Grégory Rast nog controle over de vloer, terwijl ze eigenlijk al op pensioen zijn. Gelukkig zag Tankink er wel nog de grap van in.