(c Stan Vandendriessche)

Wat is het belang van een wattagemeter in het wielrennen?

Opmerkelijk beeld gisteren tijdens het WK wielrennen bij de junioren. Topfavoriet Remco Evenepoel neemt in Innsbruck (Oostenrijk) de tijd om zijn snelheidsmetertje terug te halen na een val. Een opvallende beslissing maar wat is juist een wattagemeter en wat maakt het zo belangrijk voor wielrenners?

Wat is een Wattagemeter?
Een wattagemeter meet de hoeveelheid Watt die een renner trapt en beantwoord uiteindelijk de vraag: Hoe hard kan een wielrenner rijden? Dit verschilt per renner en ook het gewicht speelt een belangrijke rol. Wanneer een renner van 60 kilogram 1000 Watt kan trappen en de sprint aangaat met iemand van 80 kilogram die ook 1000 Watt trapt zal renner één winnen omdat hij lichter is. Dit is ook waarom klimmers vaak minder wegen dan sprinters. Men moet minder gewicht mee naar boven trekken op een langere tijd. Sprinters trappen hun hoogste wattages tijdens de spurt en hebben een grotere spiermassa nodig voor die kortere inspanning waardoor ze zwaarder zijn.

Een profwielrenner die in een vlucht zit rijdt gemiddeld 310-330 watt om zo 3 à 4 uur verder te rijden. Ze zoeken een tempo dat ze kunnen volhouden en nog reserve hebben voor in de finale van de wedstrijd. In het peloton rijden de renners gemiddeld 100-150 watt lager dan de vluchters. Dit zorgt er voor dat de sprinters fris aan de finale toekomen waar ze in de laatste voorbereiding hiervan ongeveer 450 watt zullen duwen om dan in de effectieve sprint 1300-1400 watt te trappen. Als laatste trappen de klimmers ongeveer 450 watt op een lage tijdspanne.

Wat is het belang van een wattage meter?
Evenepoel reed een stukje terug na zijn val om zijn Garmin te halen waarop hij zijn wattages kon zien. Voor hem maar ook voor andere renners is het belangrijk om hun vermogen te kunnen aflezen. “Evenepoel lijkt een renner die veel met zijn statistieken bezig is en perfect zijn drempels kent”, aldus Ward Vande Capelle, Physical Coach bij Energy lab. “Een renner moet zijn vermogen op elk moment kunnen waarnemen zodat hij op het einde van de rit niet op reserve moet rijden of zichzelf compleet in de verzuring rijdt”.