Serie Faillissementen – Failliet gaan blijft nog altijd een taboe

Gisteren zoomde de Pano reportage over faillissementen vooral in op slachtoffers van frauduleuze aannemers. Maar tal van mensen die hun zaak over kop zien gaan, zijn te goeder trouw en staan na jaren hard werken met lege handen. We zochten Annick Thienpont op, die een pakkende getuigenis aflegde over het faillissement van de zaak van haar echtgenoot.

Annicks echtgenoot had in 2007 een zaak overgenomen van beamers, kasten op maat, flipcharts en het aanleveren van papier. Bij de overname werd betaald voor het klantenbestand (grote spelers zoals de VDAB, Colruyt, scholen en andere overheidsbedrijven). De zaak draaide, maar in 2008 sloeg het noodlot toe, niet alleen voor de zaak van Annick en haar man, maar ook voor andere bedrijven. De bankencrisis sloeg toe en er brak paniek uit over de gehele markt. Grote spelers halveerden hun bestellingen, er kwam een vermindering in de afzetmarkt, …

Het echtpaar had net een grote lening aangegaan bij de bank, voor de vergoeding van het pand en de verhuiskosten van het bedrijf van Brussel naar Nazareth. Een diversificatie van de producten en het invoeren van smartboards bleek geen soelaas te bieden. Het tijdperk van de digitalisering brak aan en het werd goedkoper om online te bestellen dan een leverancier kan bieden. Zoals Annick het zelf zegt: “Als zelfs je ICT-coördinatoren van de school het voordeliger vinden om online te kopen, dan via een leverancier, dan weet je hoe laat het is!”

Leven met één inkomen

Gedurende acht jaar leefde het gezin in grote spanningen, mede doordat Annicks man geen inkomen had en de schulden die ze hadden van de lening moesten afbetaald worden. Gelukkig werkte Annick in het onderwijs en kon het gezin leven van haar vaste inkomen. Er heerste angst thuis, angst omdat ze er niet in slaagden het bedrijf op de rails te krijgen.

Ook de Surseance-wet, waarbij een bedrijf de mogelijkheid heeft een uitstel te krijgen van betaling zorgde voor risico’s. Ook het feit dat de familie in de zaak betrokken was via een win-win lening (jaarlijks kregen zij een percentage van het geleende bedrag, die ze in het bedrijf hadden geïnvesteerd), zorgde voor spanningen. Mocht het bedrijf failliet gaan, dan kregen zij 40% van het geïnvesteerde bedrag terug.

Annick: “Vaak lijkt het alsof het allemaal goed gaat in het leven, er niets aan de hand is, maar als het dan eens niet goed gaat, is het niet zo makkelijk om terug recht te staan. Ook de familieleden die mee investeerden in de zaak,  verwachten een succesverhaal en geen verhaal, dat vroegtijdig stopt. Een faillissement doet heel veel met een mens; het maakt je ziek, het gaat over basiswaarden, veiligheid, basisinkomen, kinderen die zelf hun eigen veiligheid niet meer ervaren.”

Nadenken over het leven

Annicks beide kinderen liepen school in het secundair op het moment van de problemen. Haar oudste dochter voelde de problemen aan alsof zij verantwoordelijk was. Ze begon hard te werken in de horeca in de weekends. Ze wou zelf voor haar eigen centen werken. Annick: “Zo heeft de situatie een grote invloed gehad op haar karakter; ze is een harde dame, die met haar voeten op de grond blijft staan, maar streeft naar een succesvolle carrière. Mijn zoon, die jonger was, heeft dat minder gevoeld.”

Ook thuis neemt de spanning tussen Annick en haar man alsmaar toe. Er ontstaan woordenwisselingen, discussies over geld.  Annick: “Tot overmaat van de ramp, brak mijn dochter dat. jaar tijdens een ski-ongeval haar rug en dreigde verlamd te raken.  Toen is het ene grote probleem vervangen door een nog groter probleem. De gezondheid en het welzijn van mijn kind. En dat, dat slaat nog harder toe dan de rest en bepaalt uiteindelijk de keuzes die je moet maken.  ‘Gaan we helemaal ten onder of niet?’.  En zo had ik twee problemen thuis, de gezondheid van mijn dochter en mijn man, die zowel financieel als psychisch aan de grond zat, en ja, psychisch, dat kan heel ver gaan…”

Het taboe “Faillissement”

In België heerst er nog altijd een taboe rond faillissementen. Zo vertelt Annick dat er een groot verschil is met de VS. “Waar in Amerika een faillissement beschouwd wordt als een nieuwe stap in het leven, waar ze toejuichen dat je het geprobeerd hebt, dan is dat hier in België zeker niet het geval. Men wordt geklasseerd als een mislukkeling, meer nog, als een misdadiger. Als een curator, die het faillissement leidt, rechtuit zegt dat je een oplichter bent, dan zijn dat wel straffe uitspraken, terwijl wij elke arbeider, die bij ons in dienst was, correct betaald hebben!”.

Annick hekelt ook het feit dat er zo weinig gesproken, zelfs geschreven, wordt over failliet gaan, omdat mensen gewoon met schaamte zitten en omdat ze bestempeld worden als een misdadiger.

Nelson Mandela

Nelson Mandela heeft haar ook heel hard geholpen in het verwerkingsproces en in het opnieuw opstarten van haar leven. Annick: “Hij zegt dat het grootste succes niet niet-vallen is, maar het telkens weer opstaan is, als je gevallen bent.”

Ze heeft dan ook de keuze gemaakt om de waarden van het huwelijk en de verbondenheid van het gezin voorop te stellen: ” De littekens zullen blijven, net zoals de gedrevenheid om te ijveren voor bestaansrecht en ervoor zorgen dat je er geraakt in het leven. Dat besef is ook heel hard doorgedrongen bij de kinderen.” Maar zelf onthoudt ze vooral dat ze als familie zijn blijven rechtstaan en ze als gezin samen zijn gebleven.

Ze geeft dan ook graag deze wijze les mee, dat je alles moet kunnen relativeren en de zaken die gebeuren moet kunnen leren aanvaarden. Maar het allerbelangrijkste is het feit dat je gelukkig moet zijn met wat je hebt, en dat is elkaar!