Geert en Jenny, leerlingenbegeleiders bij het Guldensporencollege van Kortrijk.

Ik ben 100 procent zeker dat ik mijn job met hart en ziel doe

Leerlingen begeleiden tijdens hun schoolloopbaan is belastend. Niet enkel leerkrachten maar ook leerlingenbegeleiders worden zowel mentaal als fysiek uitgedaagd. De discussie rond zware beroepen houdt het nationaal medialandschap al maanden bezig. We zochten contact op met Jenny De Neve en Geert Vanden Bogaerde, beiden actief als leerlingenbegeleiders in het Guldensporencollege campus Engineering in Kortrijk.

Vanwaar kwam het idee om leerlingenbegeleider te worden?

Jenny: “Ik wou vroeger leerkracht worden in het secundair onderwijs. Door spijbelgedrag verpestte ik mijn jaar en kreeg ik van mijn vader niet de kans om mijn  jaar opnieuw te doen. Ik ging werken, maar wist dat ik ooit iets in het onderwijs wou doen. Toen ik van mijn zussen hoorde dat er zich veel sociale problemen afspeelden binnen de schoolmuren, kreeg ik interesse om te werken als leerlingenbegeleidster. Op die manier kon ik toch nog mijn droom realiseren.”

Zijn er veel dingen veranderd aan uw job doorheen de jaren?

Jenny: “Ouders zijn in vergelijking met vroeger veel mondiger. Gisteren gaf ik een engagementsverklaring aan een leerling waarin enkele werkpunten stonden waaraan hij zich moest houden. In die verklaring staan afspraken omtrent stiptheid, gedrag tijdens de lessen en taken correct indienen. Ik had de moeder van de leerling op de hoogte gebracht tijdens het oudercontact. De dag erna kwam de moeder langs en weigerde ze te tekenen omdat ze niet begreep waarom deze procedure werd gestart. Na een gesprek kon ik de moeder kalmeren en uitleggen waarom dit gebeurde. Meestal begrijpen de ouders de situatie na een gesprek”

Kan je vlot omgaan met commentaar van ouders?

Jenny: “Meestal vloeit de mondigheid voort uit het feit dat de ouders woedend zijn of de thuissituatie zelf niet meer aankunnen. Zo’n aanvaringen neem ik niet meer mee naar huis. In het begin van mijn carrière had ik daar problemen mee maar ik ben 100 procent zeker dat ik mijn job met hart en ziel doe. Als de mensen denken dat mijn aanpak niet spoort, dan zitten we samen met de betrokkenen om het op te lossen.”

Waarmee heb je het moeilijk als leerlingenbegeleider?

Jenny: “Ik heb het moeilijk met de leerlingen die het thuis en financieel niet gemakkelijk hebben. Leerlingen die naar school komen zonder maaltijd, zonder water, zonder geld voor een broodje. Die jongeren worden vaak uitgesloten omdat ze zich niet hetzelfde kunnen permitteren als hun klasgenoten. Als ik zie dat een leerling er alleen voor staat dan heb ik het daar moeilijk mee, dan probeer ik direct een oplossing te voorzien om de leerling te helpen.”

Merken jullie ook de kloof tussen de zwakste en de sterkste presteerders?

Geert: “Het is opvallend hoe zwakkere leerlingen vaker voor problemen zorgen. Sommige leerlingen dragen een grote last op hun schouders. Dit zijn meestal kinderen uit gezinnen met gescheiden ouders die geen warm nest kunnen bieden,  het financieel moeilijk hebben en nog veel meer. Sommige leerlingen hebben thuis niet de kans gekregen om te leren hoe ze met bepaalde situaties om moeten gaan. Sommige leerlingen blaffen zowel ons als directieleden af. Zelfs de algemene directrice krijgt de volle lading van sommige leerlingen. Het is duidelijk dat de ouders vaak zelf de oorzaak zijn van probleemsituaties.”

Pixabay (C)

Hoe is jullie relatie met de leerlingen?

Jenny: “Wij worden vaker vertrouwd dan leerkrachten. Leerlingen komen naar ons toe met persoonlijke zaken die ze niet aan een leerkracht willen toevertrouwen. Dit zijn moeilijke situaties waarin we als bemiddelaar moeten optreden, wat niet altijd gemakkelijk is. Wanneer we in een situatie komen waarin bepaalde informatie de leerkracht toch moet bereiken, overleggen we dit altijd samen met de leerling om het vertrouwen niet te schaden.”

Geert: “Leerlingen die alleen wonen of problemen hebben kunnen op mij rekenen, maar soms moet de grens getrokken worden. Wij hebben al vaak problemen kunnen voorkomen door leerlingen die ons informeren over hun situatie. Als de leerkracht op de hoogte is van de thuissituatie kan die daar veel beter op inspelen.”

Jenny: “Leerlingen die in armoede leven, komen naar school zonder ontbijt en zonder geld om iets te kopen. Hoe ga je daarmee om? Het is niet evident om naar huis te bellen om te zeggen dat de zoon honger heeft. Je krijgt dan het antwoord terug dat het laatste brood van de week dinsdagavond op was. Dit zijn schrijnende situaties waar we niet veel aan kunnen doen.”

Neem je soms je werk mee naar huis?

Jenny: “Mijn gezinsleven hou ik gescheiden van de schoolsituatie, ik heb volwassen kinderen die goed in het leven staan. Ik ben wel blij dat ik nooit een negatief telefoontje kreeg over hun gedrag, ik mag mijn beide handen kussen.”

Geert: “Ik heb een zoon van achttien jaar die naar het hoger onderwijs gaat en een dochter van zestien die volop aan het puberen is. Ik probeer de schoolmethodiek niet mee te nemen naar huis. Ik ben blij dat ook ik nooit telefoontjes gekregen heb van boze leerkrachten waarin gezegd word dat mijn kind spijbelde of uit de les gezet werd.”

Jenny: “De kracht van groepsdruk mag je niet onderschatten. Sommige leerlingen geven zelf toe dat ze meelopen, uit schrik om gepest te worden. De groepsdruk bij de derde graad is wat minder dan bij de eerste graad, dit vooral omdat de leerlingen ontwikkelder en assertiever geworden zijn.”

Proberen jullie ook in te grijpen in ongezonde gezinssituaties?

Geert: “Vijftien jaar geleden was er een leerling uit het vierde jaar die in een probleemsituatie verkeerde. De moeder van de leerling werd fysiek mishandeld door de vader. De leerling heeft mij in vertrouwen genomen en ik heb lange gesprekken met hem gevoerd tot ik besloot om het heft uit eigen handen te geven en een vluchthuis te contacteren. De leerling kwam langs voor advies maar na een tijdje heb ik externe hulp ingeroepen.

Het Vluchthuis in Kortrijk vangt personen op die in een onhoudbare gezinssituatie verkeren. De moeder van de leerling kreeg direct opvang. Ik heb er zelfs persoonlijk voor gezorgd dat de vrouw over meubels en huishoudelijke zaken beschikte. Mijn ontsteltenis was groot toen ik de leerling amper twee weken later hoorde zeggen dat de moeder terug was ingetrokken bij de vader. De leerling had als enige verklaring dat ze nog hielden van elkaar.

Je hebt dan al dat werk en energie erin gestoken en dan gebeurt zoiets. Ik had er achteraf een dubbel gevoel bij. Ik ben blij dat ik die mensen op het moment kon helpen. De leerling zei zelf dat eens de vader  zou weten dat ik zijn moeder hielp, ik een pak rammel mocht verwachten. Zo’n situatie vergeet je nooit.”

Kunnen jullie terugvallen op collega’s?

Geert: “Door ervaring leer je grenzen trekken. In de beginjaren van de leerlingenbegeleiding was alles anders. Sommige problemen zoals pestgedrag zien we echter elke dag terugkomen. De sterkte van ons team is dat we samen kunnen ventileren en moeilijke situaties kunnen overwinnen. Je hebt elkaar dagelijks nodig, zelf na 30 jaar leerlingen begeleiden. Emotioneel hebben we een zware job maar we hebben geluk dat we goed kunnen praten met elkaar. Iets wat trouwens in meer scholen zou mogen gebeuren. Zonder samen te werken los je niets op.”